U bent hier: 

Veelgestelde vragen

Algemeen

  • Hoe word ik boswachter - natuurinspecteur - beleidsadviseur?

    Gezien de omvattendheid van de functie ‘boswachter’ besliste het Agentschap voor Natuur en Bos deze functie op te splitsen in drie functies: boswachter, natuurinspecteur en beleidsadviseur. Elk van deze functies heeft een welomschreven takenpakket. Om het overzicht te bewaren is er wel nood aan overleg en samenwerking tussen de verschillende functies.

    De Vlaamse overheid kan mensen contractueel of statutair tewerkstellen. Contractuele werknemers worden tewerkgesteld bij de Vlaamse Overheid door een contract, net zoals in de private sector. Statutaire werknemers of ambtenaren worden benoemd via een besluit na een succesvolle proefperiode.

    De functies boswachter, natuurinspecteur en beleidsadviseur vult men bij voorkeur statutair in. Volgens de regelgeving dienen belangrijke, permanente functies immers statutair ingevuld te worden. In bepaalde situaties, bijvoorbeeld tijdelijke behoefte, kan men deze functies contractueel invullen.

    Lees meer over overkoepelende voorwaarden, statutair – contractueel en specifieke vereisten. 

  • Hoeveel m² neemt één boom in?

    De oppervlakte van een boom is afhankelijk van soort en/of variëteit, leeftijd en groeiplaats. Bovendien kan je de ruimte die een boom inneemt op verschillende manieren bepalen. Eén manier is dat je alleen de ruimte berekent die de stam inneemt aan de grond. Die meet je door de omtrek van de stam aan de grond te meten, en hiervan de oppervlakte te berekenen. Als C de gemeten omtrek is (met een eenvoudige lintmeter te meten) dan krijg je de oppervlakte door volgende formule:

    Oppervlakte = C²/12.56

    Een andere manier om de oppervlakte van een boom te meten, is om de hele kroonbedekking te meten. Dit doe je door de afstand van de stam tot het uiterste punt van de verst uitstekende takken te meten. Dit meet je met een lange lintmeter, langs de grond. Dit beschouw je dan als een straal. Als R de gemeten straal is, dan krijg je de oppervlakte door volgende formule:

    Oppervlakte cirkel = R² x 3,14

    Bij een kroon die heel ovaalvorming is, kan je de kleinste kroonstraal en de grootste kroonstraal meten. Vervolgens pas je de formule toe voor het berekenen van de oppervlakte van een ovaal of een ellips. Als D de grootste afstand is, en d de kleinste, dan verkrijg je de oppervlakte met volgende formule:

    Oppervlakte ellips = 3,14 x d x D

  • Wat verstaan we onder streekeigen soorten?

    Streekeigen soorten zijn soorten die in een regio (vb de Kempen, de kust, het Maasland...) van nature (frequent) voorkomen, of die om cultuurhistorische redenen typisch voor die regio zijn. Het is niet omdat een soort in Vlaanderen inheems is, dat ze ook streekeigen is. Wintereik is bv. een soort die typisch is voor de Kempen, maar niet voor de rest van Vlaanderen.

  • Wat is biotiek?

    De biotiek van een park duidt op de aanwezige planten- en diersoorten die erin voorkomen. Dit kunnen zowel soorten van natuurlijke als cultuurlijke aard zijn. Maw: zijn ze daar spontaan opgedoken of zijn ze het resultaat van menselijk ingrijpen?

  • Wanneer krijg ik vrijstelling van successierechten?

    Iedereen die een erfenis krijgt van een persoon die in België woonde op moment van overlijden, moet successierechten betalen. Deze successierechten worden berekend op basis van enerzijds de hoeveelheid dat je ontvangt, anderzijds op de graad dat je verwant was met de overleden persoon.

    De decreetgever heeft beslist om voor bossen met een uitgebreid bosbeheerplan bij overerving geen successierechten aan te rekenen. Dit kan met terugwerkende kracht gedurende twee jaar na het openvallen van de nalatenschap.

    Voor onbebouwde onroerende goederen gelegen in het VEN geldt een onvoorwaardelijke vrijstelling van successierechten. Hiertoe dient een attest, te verkrijgen bij de Vlaamse Belastingsdienst, te worden toegevoegd aan de aangifte van nalatenschap.

  • Wat is een estuarium?

    Een estuarium is een verbrede, veelal trechtervormige riviermonding. Zoet rivierwater en zout zeewater worden er vermengd en zodoende ontstaat brak water en is getijverschil waarneembaar.

Terug naar boven

Biodiversiteit

  • Wat is biodiversiteit?

    Biodiversiteit is de afkorting van ‘biologische diversiteit’ en staat voor de grote verscheidenheid aan micro-organismen, dier- en plantensoorten en habitats.

Terug naar boven

Bos

  • Waarom zijn autochtone planten belangrijk?

    Autochtone planten kunnen beter aangepast zijn aan ziektes, uitzonderlijke vorstperiodes, interacties met andere organismen, … dan niet-autochtone. Ze hebben zich immers gedurende vele eeuwen aangepast aan de lokale groeiomstandigheden. Deze aanpassingen zijn opgeslagen in het genetisch materiaal van de planten en zijn daarom overerfbaar. Maar vele autochtone bomen en struiken worden bedreigd door ontbossing, bosfragmentering, intensief bosgebruik en het verdwijnen van kleine landschapselementen. Voor heel wat soorten blijft er nog maar hier en daar een restpopulatie over in Vlaanderen. Ook de massale aanplant van inheemse soorten met niet-autochtone herkomst vormt een bedreiging voor de resterende autochtone populaties. Door inkruising van niet-autochtone genetische informatie in de autochtone populaties wordt de genetische diversiteit beïnvloed. Daarbij kan heel wat informatie verloren gaan. Genetische diversiteit is helaas geen simpele optelsom. We willen de autochtone populaties van bomen en struiken de nodige kansen bieden voor het behoud en de verdere evolutie van hun genetische diversiteit, zodat zij sterk staan voor de toekomst. Daarom moeten we autochtone populaties beschermen, en zoveel mogelijk autochtoon plantsoen gebruiken bij aanplantingen.

    Nog meer info vind je op www.plantvanhier.be

  • Ik ben eigenaar van een bos. Mag ik mijn bomen kappen?

    Zowel voor openbaar als privé-bos gelden strikte regels rond het kappen van bomen. Kappingen voorzien in een goedgekeurd bosbeheerplan mogen onmiddellijk worden uitgevoerd en zijn niet meldingsplichtig. Voor alle andere kappingen in het kader van het beheer van het bos en die niet leiden tot ontbossing moet een machtiging worden gevraagd aan het Agentschap voor Natuur en Bos. 

    Hier lees je meer over de regels rond kapmachtiging.

  • Wat is het verschil tussen inheemse en autochtone bomen?

    Een plantensoort is inheems in Vlaanderen als Vlaanderen binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort ligt. Een individuele plant is autochtoon of oorspronkelijk inheems in een bepaalde streek in Vlaanderen, als deze een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal. Een zomereik afkomstig uit de Balkan is dus niet autochtoon in Vlaanderen, maar de soort zomereik is hier wel inheems.

Terug naar boven

Commerciële activiteiten

  • Hoe verloopt een houtverkoop bij het ANB en wanneer worden die georganiseerd?

    Het ANB organiseert jaarlijks zowel in het voorjaar als in het najaar verschillende openbare houtverkopen, telkens voor een of meerdere regio’s. Daar wordt niet alleen het hout uit de eigen domeinen verkocht, maar ook uit andere openbare bossen. De bomen worden ‘staand’ verkocht, dat wil zeggen dat de koper de bomen zelf moet vellen of moet laten vellen door een exploitant.
    Welke loten verkocht worden, vinden houthandelaars terug in de houtcatalogus die het ANB voor elke houtverkoop klaarstoomt. In die catalogus staat vermeld waar en wanneer de verkoop plaatsvindt, uit welke domeinen hout wordt verkocht, hoe de ‘loten’ zijn samengesteld en wat de voorwaarden zijn waaraan de koper zich moet houden.
    Geïnteresseerde kopers kunnen de loten ter plaatse gaan bekijken. De bomen die moeten worden geveld, zijn gemerkt met een ‘schalm’ die de boswachter heeft aangebracht. Daarbij is de schors van de boom weggekapt en een leeuw als merkteken aangebracht. Vandaag wordt soms ook verf gebruikt om de bomen te merken.
    De verkoop gebeurt lot per lot via opbod, afbod of per inschrijving. De voorzitter van de verkoop licht kort het lot toe dat wordt aangeboden en vervolgens kan men bieden. Voldoet de hoogste bieding aan de schattingsprijs, dan wordt het lot toegewezen aan de hoogste bieder. Zodra de houthandelaar zijn lot betaald heeft, krijgt hij een kapvergunning van het ANB en kan hij starten met het vellen van de bomen.

    Bekijk het overzicht van de houtverkopen van het ANB >

  • Wat is de toegangsprijs van de ANB-domeinen?

    Op enkele uitzonderingen na (vb. het Zwin Provinciaal Domein) is de basistoegang tot de ANB-domeinen gratis, dit in lijn met de sociaal-recreatieve opdracht van het ANB. Als voetganger hebt u vrije toegang en kan u gebruik maken van heel wat bewegwijzerde wandelpaden. Als recreatieve fietser dient u de aangeduide routes te respecteren. Gemotoriseerd verkeer is in principe uitgesloten, op de voertuigen van het ANB na. Zij staan in voor het dagelijks beheer van onze domeinen.

  • Welke opleiding geeft ANB aan organisaties ? Hiervoor kan u best de website van Inverde bezoeken. Inverde verwelkomt jaarlijks meer dan 10.000 cursisten en heeft een hele waaier van opleidingen en cursussen.
Terug naar boven

Groen

  • Bestaat er een beheerplan voor bomen die niet in bos of natuurgebied liggen?

    Er werd een methodiek voor een bomenplan ontwikkeld. Daarin wordt beschreven hoe je een beheer- en beleidsplan voor bomen die niet in natuurgebied of bos liggen, opmaakt. Het bevat ook een handleiding voor het opmaken van een bomeninventaris.

  • Kan mijn gemeente subsidies ontvangen voor de inrichting en het beheer van parken?

    Ja. Steden en gemeenten kunnen via de oproep 'Voorbeeldstellende en vernieuwende Groenprojecten in het kader van het Harmonisch Park- en Groenbeheer' tot 150.000 euro subsidies ontvangen voor de aanleg en/of inrichting van groen. In het totaal is er jaarlijks 750.000 euro beschikbaar voor lokale besturen. Meer informatie >

  • Hoe kan ik de vademecums bestellen?

    Vademecums kun je bestellen bij inverde. Meer informatie vind je via info@inverde.be of www.inverde.be.

  • Wat is het verschil tussen inheemse en autochtone planten?

    Een plantensoort is inheems in Vlaanderen als Vlaanderen binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort ligt. Een individuele plant is autochtoon of oorspronkelijk inheems in een bepaalde streek in Vlaanderen, als deze een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal. Een zomereik afkomstig uit de Balkan is dus niet autochtoon in Vlaanderen, maar de soort zomereik is hier wel inheems.

  • Bestaat er specifieke wetgeving voor parken en groenbeheer?

    Neen. Er bestaat geen groendecreet of parkdecreet. Tal van (sectorale) wetgeving is eveneens van toepassing op parken en openbaar groen die ook op andere openbare of private ruimte van toepassing is. Een opsomming van de belangrijkste:

    1. lijst van vergunningsplichtige werken en vrijstellingen opgesomd in decreet van Ruimtelijke Ordening (zie www.ruimtelijkeordening.be) met o.a. een vergunningsplicht t.a.v. het kappen van bomen met een omtrek van 1m op 1m hoogte.

    2. wetgeving m.b.t onroerend erfgoed zoals de bescherming van monumenten, stads- of dorpzichten en het landschapsdecreet. Hierin kunnen beschermende maatregelen opgenomen worden voor parken of parkelementen.

    3. natuurvergunning voor het wijzigen van vegetaties bepaald in het Natuurdecreet

    4. Pesticidendecreet dat het gebruik van pesticiden door openbare besturen verbiedt.

    5. de watertoets legt de verplichting op de impact van wijzingen op de waterhuishouding te beperken.

Terug naar boven

Natuur

  • Wat is de Code voor Goede Natuurpraktijk?

    De natuur in Vlaanderen is beperkt en mag daarom niet verder achteruitgaan (= stand-still). De code voor goede natuurpraktijk geeft richtlijnen voor het goed beheer van waterlopen, houtkanten, holle wegen, … zodanig dat bij het beheer de natuurwaarden niet achteruitgaan.

    Meer informatie over de code voor goede natuurpraktijk vind je in de omzendbrief van 10 november 1998 (pdf-document) over de toepassing van het Natuurdecreet en de uitvoeringsbesluiten.

  • Wat zijn de criteria voor duurzaam bosbeheer?

    Bij het beheer (zowel bij het opstellen van een beheerplan als bij de praktische uitvoering ervan) van bossen in het VEN dient men rekening te houden met de criteria duurzaam bosbeheer.

    Een bos kan gelijktijdig verschillende functies vervullen, onder meer economische, sociale, educatieve, wetenschappelijke en ecologische functies (zie het bosdecreet van 13 juni 1990). De criteria duurzaam bosbeheer zijn (zowel voor jou als voor de overheid) bedoeld om het beheer van bossen te evalueren en richting te geven.

  • Waar vind ik als eigenaar of partner bij de besprekingen rond Natura 2000 en instandhoudingsdoelstellingen verdere informatie? Een uitgebreide vraag-en-antwoordlijst vind je onder het thema 'Natuur'.
  • Waarvoor staat GECORO?

    De Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening - GECORO is een adviesraad voor ruimtelijke ordening op het niveau van de gemeente. De voornaamste opdrachten hebben te maken met de planning zoals bijvoorbeeld het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, de ruimtelijke uitvoeringsplannen, de stedenbouwkundige verordeningen, de verkavelingen, de belangrijke stedenbouwkundige vergunningen, ...

    Meer informatie over samenstelling, werking, ... van de GECORO vind je hier.

  • Wat doet de gemeentelijke Minaraad?

    De gemeentelijke Minaraad is de tegenhanger van de Vlaamse MiNa-raad op het gemeentelijke niveau. In de gemeentelijke Minaraad zitten vertegenwoordigers van lokale milieu- en natuurverenigingen, naast vertegenwoordigers uit onderwijsinstellingen, sociaal-culturele organisaties en beroepsgroepen zoals land- en tuinbouwers. Ze geeft hetzij op eigen initiatief, hetzij op vraag advies aan het College van Burgemeester en Schepenen of aan de Gemeenteraad over het gemeentelijk milieu- en natuurbeleid.

  • Waarvoor staat de afkorting GEN?

    GEN staat voor Grote Eenheden Natuur. Dit zijn volgens het Natuurdecreet gebieden die hetzij natuurelementen over een oppervlakte van minstens de helft van het gebied bevatten hetzij gebieden waarin een specifiek natuurelement met hoge natuurkwaliteit aanwezig is.

  • Waarvoor staat de afkorting GENO?

    GENO staat voor Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling. Dit zijn volgens het Natuurdecreet gebieden die één of meer van de volgende kenmerken vertonen:

    a)  aanwezigheid van natuurelementen, verspreid over de oppervlakte van het gebied, waarvan de gezamenlijke oppervlakte echter kleiner kan zijn dan de helft van het gebied

    b)  aanwezigheid van belangrijke fauna- of flora-elementen waarvan het voortbestaan moet worden ondersteund door de maatregelen inzake het grondgebruik

    c)  terreinen al dan niet door kunstmatige ingrepen tot stand gekomen, met belangrijke mogelijkheden voor natuur- ontwikkeling

    In de GENO is de natuur vaak niet zo sterk ontwikkeld als in de GEN. Met de nodige ingrepen kan echter gemakkelijk een hoge natuurkwaliteit bekomen worden.

  • Wat verstaan we onder gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen?

    Ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt om het ruimtelijk structuurplan van het betrokken niveau uit te voeren. Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen worden opgemaakt voor de uitvoering van het (gewestelijk) Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Aldus worden infrastructuren (spoorwegen, havens, luchthavens) en gebieden (stedelijke, natuur, bos, landbouw, bedrijven, toerisme en recreatie) die van gewestelijk belang zijn, geregeld via gewestelijke uitvoeringsplannen.

    Meer informatie over de gewestelijke uitvoeringsplannen vind je hier.

  • Wat is een gewestplan?

    Gewestplannen zijn een instrument uit de Ruimtelijke Ordening, dat momenteel gebied per gebied vervangen wordt door ruimtelijke structuur- en uitvoeringsplannen. Ze leggen de bestemming (gewenst gebruik) van een gebied juridisch vast.

    Meer informatie over de gewestplannen vind je hier.

  • Waarvoor staat de afkorting GGG?

    GGG staat voor Gecontroleerd Gereduceerd Getij.

    Een overstromingsgebied kan als GGG ingericht worden. Een GGG is onderhevig aan de dagelijkse getijdenwerking. Bij vloed stroomt een klein laagje rivierwater via een inwateringssluis in de overloopdijk in het gebied. Bij eb loopt het gebied via een uitwateringssluis weer leeg. Het overstromingsgebied staat zo onder invloed van het getij,wat de kans op de ontwikkeling van waardevolle natuur vergroot.

     schema Gecontroleerd Gereduceerd Getij

  • Waarvoor staat de afkorting GOG?

    Gecontroleerd overstromingsgebied. Gebied langs een tijrivier dat bij hoge waterstanden bewust onder water kan worden gezet om de druk op de andere gebieden te verminderen. Een GOG is aan de rivierzijde afgesloten door een lagere overloopdijk, aan landzijde door een hogere ringdijk. In geval van stormvloed stroomt het rivierwater over de overloopdijk in het GOG. De hogere ringdijk beschermt de achterliggende gronden. Bij eb loopt het gebied via een uitwateringssluis weer leeg. Een GOG overstroomt gemiddeld 1 à 2 keer per jaar.

  • Wat verstaan we onder de afkorting IVON?

    Het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) bestaat uit natuurverwevingsgebieden, waar de natuurfunctie evenwaardig is aan andere functies en verbindingsgebieden waar andere functies voorrang krijgen op natuur.

    Natuurverwevingsgebieden zijn aaneengesloten gebieden waarin verschillende functies voorkomen en die gekenmerkt zijn door de aanwezigheid van hoge natuurwaarden;

    Natuurverbindingsgebieden zijn gebieden die ongeacht hun oppervlakte van belang zijn voor de migratie van planten en dieren tussen de verschillende natuur- of VEN-gebieden.

  • Wat houdt het Maatregelenbesluit in?

    Het Maatregelenbesluit is de verkorte naamgeving voor het “Besluit van de Vlaamse regering houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid” van 21 november 2003, BS: 27/01/2004.
    Dit besluit is een uitvoeringsbesluit van het Natuurdecreet. Het bevat enkele algemene en bijzondere beschermingsvoorschriften voor de bescherming van de natuur. Tevens bevat het de regelgeving met betrekking tot de ontheffingsprocedure en de procedure voor de afwijking op het verbod op onvermijdbare en onherstelbare schade.

    Bekijk hier het Maatregelenbesluit.

  • Wat verstaan we onder de MiNaraad?

    De Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, of kortweg de MiNa-Raad, is een adviesorgaan van de Vlaamse regering. De Raad heeft een algemene bevoegdheid inzake studie, aanbeveling en advies voor alles wat verband houdt met milieu en natuur. De adviezen die de Raad verstrekt, zijn niet bindend. De bewindvoerders beslissen of de aangereikte argumenten en opmerkingen al dan niet geïntegreerd worden in hun beleid.

    Meer informatie over de MiNa-raad vind je hier.

  • Wat is een natuurrichtplan?

    Een natuurrichtplan is een plan dat aangeeft waar de Vlaamse Gemeenschap in een bepaald gebied op het vlak van natuur naartoe wil. In het plan staan ook de instrumenten en middelen opgesomd die het mogelijk moeten maken dat doel te bereiken. Het plan wordt gemaakt op maat van het gebied en houdt rekening met de eigenheid ervan. Het wordt opgesteld in overleg met de eigenaars en de grondgebruikers.

    Meer informatie over de natuurrichtplannen vind je hier.

  • Wat zijn natuurverbindingsgebieden?

    Natuurverbindingsgebieden zijn gebieden die ongeacht hun oppervlakte van belang zijn voor de migratie van planten en dieren tussen de verschillende natuur- of VEN-gebieden. Natuurverbindingsgebieden vormen samen met de natuurverwevingsbieden, het IVON: het Integraal Verwevings- en Ondersteunend netwerk.

  • Wat verstaan we onder ontpoldering?

    De rivierdijk wordt meer landinwaarts geplaatst zodat een groter deel van de vallei onder invloed komt van het getij. Vrij snel ontwikkelen er zich slikken en schorren. Een waardevol natuurtype voor een riviervallei.

  • Wat is het verschil tussen inheemse en autochtone planten?

    Een plantensoort is inheems in Vlaanderen als Vlaanderen binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort ligt. Een individuele plant is autochtoon of oorspronkelijk inheems in een bepaalde streek in Vlaanderen, als deze een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal. Een zomereik afkomstig uit de Balkan is dus niet autochtoon in Vlaanderen, maar de soort zomereik is hier wel inheems.

  • Wat zijn vogelrichtlijngebieden?

    Vogelrichtlijngebieden zijn speciale beschermingszones voor vogels, die in oktober 1988 door de Vlaamse Regering werden aangeduid in uitvoering van artikel 4 van de Europese Richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979 betreffende het behoud van de vogelstand.

  • Wat zijn vogelrijke gebieden?

    Vogelrijke gebieden zijn de gebieden die werden geselecteerd op basis van de aanwezigheid van 1% van de geografische populatie van Noordwest-Europa van de soort of ondersoort van een bepaalde watervogel in dat gebied of het regelmatig voorkomen van concentraties van meer dan 20.000 watervogels in dat gebied.

Terug naar boven

Natuurinspectie

Terug naar boven

Soortenbeleid

  • Wat verstaan we onder bedrijfsperceel?

    Bedrijfsperceel wordt in het Maatregelenbesluit (art.1, 9°) gedefinieerd als de terreinen die behoren bij de bedrijfsgebouwen en met deze bedrijfsgebouwen een ononderbroken ruimtelijk geheel vormen met een straal van maximaal 50m rond de vergunde bedrijfsgebouwen. Dit omvat de gebouwen, waarbinnen de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, de bijhorende loodsen en opslagruimten en de parkeerruimte. Het bedrijfsperceel omvat geen graasweides, akkers, ontginningen, schuilhokken en dergelijke.

  • Wat is de regelgeving in Vlaanderen omtrent het plukken van bloemen en planten (in het bos/veld/hei/berm...) om die nadien te kunnen verkopen?

    Allereerst geldt het eigendomsrecht welke steeds moet gerespecteerd worden.

    Uit artikel 547 van het Burgerlijk Wetboek (de natuurlijke vruchten en de vruchten van nijverheid van de grond horen toe aan de eigenaar [van de grond] door het recht van natrekking, dan kan je concluderen dat het plukken van bloemen als ‘vrucht van nijverheid’ enkel toekomt aan de grondeigenaar.

    Voor bossen geldt het Bosdecreet van 1990. Dat verbiedt het verwijderen van planten of delen ervan in openbare bossen (art. 20, 1° en art. 97, §1, 3° en 10°) of in private bossen (art. 97, §2, 5°).  Art. 30, 1  verbiedt dit bovendien nog eens specifiek voor de bosreservaten. Openbare bossen zijn bossen welke eigendom zijn van een publiekrechtelijk rechtspersoon, of waarvan een publiekrechtelijk rechtspersoon mede-eigenaar is. Dat verbod is een principiële beschermingsregel. Indien pluk-activiteiten voorzien zijn in het goedgekeurd bosbeheerplan kan dat wel. Indien niet voorzien in een bosbeheerplan, dan moet toestemming gevraagd worden aan de eigenaar en aan het ANB.

    Bovendien speelt in bossen ook nog eens de toegankelijkheidsregeling. In principe is wandelen in bossen alleen toegelaten op de boswegen. Andere vormen van recreatie moeten geregeld worden in wat men noemt een toegankelijkheidsregeling (Bosdecreet art. 10 en 12). Meer details rond die toegankelijkheidsregeling staan vermeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten (BS 04/02/2009). In zo’n toegankelijkheidsregeling kan wel een zone voorzien worden, waar de wegen mogen verlaten worden. Bloemen plukken in een bos, buiten de boswegen, is dus vanuit meerdere gezichtspunten een overtreding van wettelijke bepalingen.

    In natuurreservaten geldt dan weer het natuurdecreet, of voluit ‘het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’ van 21/10/1997. Artikel 35,§2 van dat Natuurdecreet geeft een opsomming van verbodsbepalingen in de reservaten (6° planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen of planten of vegetatie op welke wijze ook te beschadigen of te vernietigen). Van dit verbod kan ‘ontheffing’ gegeven worden door middel van het goedgekeurd beheerplan voor het natuurreservaat.

    In het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN; zie Natuurdecreet art.17 e.v.) is het verboden om vegetaties te wijzigen (art. 25, §3). Het wijzigen van vegetaties of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan, is eveneens in bepaalde gebieden verboden of afhankelijk van het verkrijgen van een vergunning (Natuurdecreet art. 13,§4-§6). Meer detailbepalingen omtrent deze ‘natuurvergunning’ wordt gegeven in het Besluit van de Vlaamse Regering van 23/07/1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21/10/1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Het ‘wijzigen van vegetaties’ is evenwel niet gedefinieerd, zodat het een feiten kwestie zal zijn of plukken van bloemen al dan niet een vegetatiewijziging is. Maar eigenlijk worden meer ingrijpende acties bedoeld dan het plukken, hoewel het niet uit te sluiten kan zijn dat ‘plukken’ van bloemen nooit zou kunnen leiden tot het ‘wijzigen van een vegetatie’. En dat zal wellicht sterker spelen in geval er een commerciële activiteit achter dat plukken steekt. Bedoelde regeling is opgesteld om het blijvend voortbestaan van vegetaties op een duurzame wijze te kunnen garanderen.

    Het Natuurdecreet biedt hiernaast ook nog rechtsgrond tot het opstellen van een gericht soortenbeleid en soortenbescherming (Natuurdecreet, art.51 ev). Dit kan o.m. inhouden ‘een verbod op het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van plantensoorten’ (art. 51,§1,6°). Meer details zijn hiervoor uitgewerkt in het Besluit van de Vlaamse Regering van 15/05/2009 met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (BS 13/08/2009). Bijlagen bij dit besluit regelen het beschermingsstatuut van soorten, waaronder ook planten. Voor beschermde plantensoorten zijn een reeks handelingen verboden (zie art. 10 van het ‘soortenbesluit’ : het opzettelijk plukken of verzamelen, het opzettelijk afsnijden, het opzettelijk ontwortelen, het opzettelijk vernielen, het verplanten. Ook het ‘onder zich hebben, het vervoeren, het verhandelen of ruilen of het te kop of in ruil aanbieden van specimens van beschermde plantensoorten is verboden. Er zijn wel een aantal uitzonderingen voorzien en er kunnen onder bepaalde voorwaarden afwijking toegestaan worden. Voorbeelden : alle soorten waterlelies, alle soorten orchideeën, alle soorten veenmossen, alle soorten wolfsklauwachtigen. De lijst is te vinden in bijlage 1 van het genoemde BVR.

  • Wat zijn vogelrichtlijngebieden?

    Vogelrichtlijngebieden zijn speciale beschermingszones voor vogels, die in oktober 1988 door de Vlaamse Regering werden aangeduid in uitvoering van artikel 4 van de Europese Richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979 betreffende het behoud van de vogelstand.

  • Wat zijn vogelrijke gebieden?

    Vogelrijke gebieden zijn de gebieden die werden geselecteerd op basis van de aanwezigheid van 1% van de geografische populatie van Noordwest-Europa van de soort of ondersoort van een bepaalde watervogel in dat gebied of het regelmatig voorkomen van concentraties van meer dan 20.000 watervogels in dat gebied.

Terug naar boven

Stedenbouwkundige vergunningsaanvraag

Terug naar boven

Toegankelijkheid

  • Ik wil een activiteit organiseren in een bos of natuurreservaat. Wat moet ik doen?

    Vooreerst moet je je ervan vergewissen dat de gekozen activiteit niet strijdig is met de geldende regelgeving. Zo is gemotoriseerd verkeer voor recreatieve doeleinden verboden. Verder bepaalt de wetgeving dat in bossen en natuurreservaten recreatieve mogelijkheden voor wandelaars op de wegen en in bepaalde zones mogelijk zijn en dat er bovendien mogelijkheden kunnen gecreëerd worden voor fietsers, ruiters en bestuurders van gespannen. Die mogelijkheden uiten zich op volgende wijze:

    • Voetgangers hebben steeds toegang tot de wegen tenzij een geldig verbodsbord de toegang verbiedt (= principiële toegankelijkheid).
    • Voor fietsers, ruiters en bestuurders van gespannen is het principe omgekeerd en moet de beheerder via toegankelijkheidsborden, op basis van een ministerieel goedgekeurde toegankelijkheidsregeling (doorgedelegeerd aan de administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos), aangeven welke wegen toegankelijk zijn voor de desbetreffende groep van gebruikers.
    • Indien het bos of natuurreservaat een afgesloten water bevat of een niet-gecatalogeerde waterloop, dan kan de beheerder via de toegankelijkheidsregeling eveneens mogelijkheden creëren voor diverse vormen van watersport.

    Indien de beheerder de door jou gewenste activiteit al heeft toegestaan via de principiële toegankelijkheid of via een specifieke toegankelijkheidsregeling voor het gebied dan moet je geen afzonderlijke toestemming meer vragen.
    Voorbeeld: een wandeltocht op niet afgesloten boswegen, een fietstocht op wegen aangeduid als toegankelijk voor fietsers…
    Uiteraard blijft het altijd raadzaam om als goede organisator vooraf de beheerder op de hoogte te brengen van de geplande activiteit. Zo kunnen ‘verrassingen’ op de dag zelf worden vermeden.

    Wat je echter wel altijd moet doen, is controleren of de geplande activiteit geen machtiging vereist van het Agentschap voor Natuur en Bos. Dat kan via de website van ANB. Risicovol is afhankelijk van de aard van de activiteit en de omvang zijnde het aantal geschatte deelnemers en eventuele toeschouwers. Deze machtiging heeft alles te maken met de bescherming van de aanwezige fauna en flora en met de reguliere bezoekers aan het gebied. Deze machtiging is dus onafhankelijk van het eigendomsstatuut van de gekozen locatie. Meer informatie en een aanvraagformulier kun je vinden via de website van ANB: www.natuurenbos.be/machtiging  

  • Ik wens mijn bos of natuurreservaat tijdelijk af te sluiten voor bezoekers wegens jacht, beheerwerken, bescherming fauna en flora of brandgevaar: Kan dat en hoe doe ik dat?

    Tijdens sommige periodes kan het noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de bezoeker om het gebied tijdelijk af te sluiten. Dit is het geval voor jachtactiviteiten, gevaarlijke beheerwerken zoals het vellen van bomen in de buurt van toegankelijke wegen of bij acuut brandgevaar. Ook kan het nodig zijn voor kwetsbare broedgevallen of populaties of kwetsbare vegetatie om tijdelijk bepaalde delen of volledige gebieden af te sluiten voor bezoekers.

    Voor openbare bossen en erkende natuurreservaten vereist deze ontoegankelijkheid een machtiging (toestemming) van het agentschap. Voor jachtactiviteiten kan deze machtiging vanuit praktisch oogpunt jaarlijks of per broedseizoen worden gegeven.

    Voor private bossen is hiervoor strikt genomen geen toestemming nodig. Maar, indien de privébeheerder subsidies voor openstelling ontvangt van het Agentschap voor natuur en Bos dan dient hij zich wel te houden aan een aantal maxima. Zo kan om ecologische redenen, na akkoord van het agentschap, het bos maximaal 5 maanden per jaar worden afgesloten. Voor jachtactiviteiten kan de beheerder zijn bos maximaal 30 dagen afsluiten. Op zondagen en feestdagen moet de bostoegankelijkheid echter wel gegarandeerd blijven.

    Om deze tijdelijke ontoegankelijkheid aan te kondigen moet de beheerder gebruik maken van de verbodsaffiches V.16 t.e.m. V.19 in de bijlage bij het Besluit Vlaamse Regering van 5/12/2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten.

    Deze gebodsaffiches moeten een aantal gegevens bevatten, zoals:

    • De plaats waar het tijdelijk verbod voor bezoekers van toepassing is
    • Het begin en einde van het tijdelijk verbod
    • De groep van gebruikers waarop het tijdelijk verbod van toepassing is (meestal iedereen maar soms beperkt tot bvb. ruiters en gespannen of fietsers)
    • De verantwoordelijke voor het plaatsen van de verbodsaffiche

    Het is in de regel de beheerder van het gebied die de verbodsaffiches plaatst. Het plaatsen kan wel uit praktische overwegingen doorgedelegeerd worden aan bijvoorbeeld de exploitant of uitvoerder van gevaarlijke beheerwerken of de jachtrechthouder via een soort dienstenovereenkomst waarbij de jachtrechthouder of de exploitant een materiële handeling voor de beheerder verricht. Dit wordt wel best in een overeenkomst gegoten die deel kan uitmaken van de jachtpachtovereenkomst of vervat zitten in de exploitatievoorwaarden. Er moet wel op toegezien worden dat er in de overeenkomst/exploitatievoorwaarden voldoende zekerheden worden ingebouwd indien de jager/exploitant zijn voorwaarden niet nakomt (aansprakelijkheid, sancties, …).

  • Kan via een toegankelijkheidsregeling een buurtweg gelegen in een bos of een natuurreservaat ontoegankelijk worden gesteld voor alle gebruikers (= afgesloten)?

    De toegankelijkheidsregeling heeft volgens het Toegankelijkheidsbesluit van 5 december 2008 betrekking op bossen of natuurreservaten en daarbinnen meer bepaald op:

    • wegen die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers, fietsers, ruiters en gespannen;
    • stilstaande wateren en niet-gecatalogeerde waterlopen en hun oevers die toegankelijk worden gesteld voor vissers, zwemmers, duikers, kajakkers, zeilers, roeiers en surfers, en;
    • andere oppervlakten (speelzone, hondenzone, bivakzone, vrij toegankelijke zone) die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers.

    Ten aanzien van de genoemde gebruikers (voetgangers, fietsers, enz.) kan telkens de toegankelijkheid worden geregeld, en dus ook worden beperkt.

    Maar men kan de gewestelijke bevoegdheden niet op zo vergaande wijze uitoefenen dat de federale bevoegdheden niet meer kunnen worden uitgeoefend. Dus in een toegankelijkheidsregeling een buurtweg die ook een bosweg is, ontoegankelijk stellen voor een categorie gebruikers zoals fietsers, kan, maar hem totaal ontoegankelijk stellen voor alle gebruikers, lijkt juridisch voor kritiek vatbaar. De federale wetgeving inzake buurtwegen, die regelt hoe een buurtweg kan worden afgeschaft, wordt daardoor immers uitgehold.

  • Is het mogelijk dat na een openstellingsperiode van 30 jaar de boseigenaar niet meer de mogelijkheid heeft om de boswegen af te sluiten door verkrijgende verjaring van een publiekrechtelijk recht van overgang?

    Definities ter verduidelijking:

    Verkrijgende verjaring = middel om, door verloop van een bepaalde tijd en onder de voorwaarden bij de wet bepaald, iets in eigendom te verkrijgen of een bepaald recht te verwerven.

    Erfdienstbaarheid van openbaar nut = een erfdienstbaarheid opgelegd ten bate van het algemeen welzijn en niet ten voordele van een erf.

    Artikel 10 van het Bosdecreet voert een erfdienstbaarheid van openbaar nut in, namelijk de principiële toegankelijkheid van de boswegen gelegen in (privé)bossen. Hierdoor krijgt het publiek als voetganger het recht op toegang tot de boswegen.

    Kort antwoord:

    Opdat er sprake zou zijn van verkrijgende verjaring moeten de personen een duidelijk gebruik maken van de boswegen met de wil om zich bepaalde rechten toe te eigenen die ze niet hebben.  Vervolgens is het aan de privéboseigenaar om daartegen te reageren en als deze dat gedurende dertig jaar niet gedaan heeft, dan zorgt het systeem van verjaring ervoor dat er bepaalde rechten aan die gebruiker worden toegekend waardoor de toegankelijkheid van de betreffende boswegen is verworven.

    Opdat verkrijgende verjaring zou kunnen spelen, mag het dus niet gaan om gebruik waarvoor de eigenaar zijn toestemming heeft gegeven, noch om gebruik waarbij de beoefenaar sowieso het recht heeft tot dat gebruik op grond van bvb. een bepaalde overeenkomst of op grond van een reglementaire akte. 

    In voorliggend geval zijn de boswegen toegankelijk omdat de eigenaar er niet voor geopteerd heeft om ze af te sluiten én omdat de gebruiker in dat geval op grond van de betrokken regelgeving (Bosdecreet en Toegankelijkheidsbesluit) beschikt over een (tijdelijk) specifiek recht van overgang  op grond van de betrokken regelgeving.  Er is dus geen gebruik dat bepaalde rechten overschrijdt en waartegen de eigenaar niet reageert … .

    Dit is belangrijk want hierdoor is het als het ware niet mogelijk dat de openstelling van de boswegen overeenkomstig de geldende toegankelijkheidsregels kan leiden tot verkrijgende verjaring van een publiekrechtelijk recht van overgang.

    Achtergrond:

    Wat houdt deze erfdienstbaarheid nu concreet in?
    De toegankelijkheid van de bossen wordt geregeld in de artikelen 10 tot en met 14 van het Bosdecreet waarbij de huidige regeling werd ingevoerd door het wijzigingsdecreet van 15 mei 1999.  Deze artikelen bepalen o.a. dat de boswegen in alle bossen (zowel de openbare als de privébossen) toegankelijk zijn voor het publiek (voetgangers).  Wel kunnen de boswegen ontoegankelijk worden gesteld. 

    Voor openbare bossen is daarvoor een machtiging van het Agentschap voor Natuur en Bos vereist. Dit is echter niet het geval voor privébossen (zie artikel 10, §2, lid 2 Bosdecreet).
    Wanneer het gaat om toegankelijke wegen in bossen waarvoor een beheerplan vereist is (alle openbare bossen en alle privébossen van 5ha of groter) dan wordt de toegankelijkheid geregeld in een toegankelijkheidsregeling die éénzelfde geldigheidstermijn heeft als het beheerplan, namelijk in de regel 20 jaar. (zie artikel 12, §4 Bosdecreet, artikel 1, 8°, artikel 5 en artikel 11 BVR betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten en artikel 6, §1 BVR betreffende de beheerplannen van bossen)

    Noch het Bosdecreet, noch de voorbereidende werken ervan stellen dat het de bedoeling is dat wegen die 30 jaar of langer opengesteld zijn (bvb. gedurende twee opeenvolgende toegankelijkheidsregelingen met een geldigheidsduur van 20 jaar), definitief opengesteld moeten blijven. Integendeel: in de voorbereidende werken wordt uitdrukkelijk gesteld dat de privé-boseigenaar zijn bos steeds kan afsluiten.
    Ook kan erop gewezen worden dat aangezien erfdienstbaarheden van openbaar nut een afwijking zijn van het principe van de volheid van eigendom, dat zij beperkend moeten geïnterpreteerd worden. Dit betekent dat bij mogelijke twijfel over de uitgebreidheid van de erfdienstbaarheid, de kleinste beperking van het eigendomsrecht moet verkozen worden.

    Privébossen gelegen in het VEN moeten voldoen aan de criteria duurzaam bosbeheer.  Dit betekent in principe ook aandacht voor recreatief medegebruik. Anderzijds is het zo dat niet tegelijkertijd aan alle criteria duurzaam bosbeheer moet voldaan worden én kan de eigenaar ervoor kiezen om maar selectief open te stellen. Uiteindelijk geldt dus ook hier dat van zodra het Agentschap voor Natuur en Bos meent dat de (on)toegankelijkheid van een bos in het VEN verdedigbaar is, dat ze kan toegelaten worden. Ook hier gelden geen bijzondere bepalingen als een weg meer dan één twintigjarige periode (meer dan dertig jaar) wordt opengesteld …

    Is het mogelijk dat verkrijgende verjaring van een publiekrechtelijk recht van overgang wordt toegepast bij opengestelde boswegen?

    In tegenstelling tot bij het privaatrechtelijk recht van overgang wordt in de rechtsleer en rechtspraak al van oudsher aanvaard dat een publiekrechtelijk recht van overgang kan verkregen worden door verkrijgende verjaring.

    Wel is het zo dat aan deze verkrijgende verjaring ook een aantal voorwaarden worden gesteld opdat ze effectief zou kunnen resulteren in de vestiging van het publiekrechtelijk recht van overgang.

  • Wat moet worden verstaan onder ‘voetgangers’?

    Het begrip ‘voetgangers’ moet ruim worden geïnterpreteerd zijnde: wandelaars, joggers, rolstoelgebruikers, fietsers jonger dan 9 jaar, bestuurders van segways die beschikken over een beperkte mobiliteit, oriëntatielopers. Deze opsomming is niet limitatief.

  • Wat is het verschil tussen een aanvullend reglement, politiereglement en toegankelijkheidsregeling ? En in welke omstandigheden moet wel type reglement worden opgemaakt?

    Het aanvullend reglement, het politiereglement en de toegankelijkheidsregeling hebben een verschillend toepassingsgebied, dat soms overlapt. De keuze voor het een of het ander zal vooral afhangen van wat men juist beoogt te regelen.
    De toegankelijkheidsregeling heeft volgens het Toegankelijkheidsbesluit betrekking op bossen of natuurreservaten en daarbinnen meer bepaald op: a) wegen die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers, fietsers, ruiters en gespannen; b) stilstaande wateren en niet-gecatalogeerde waterlopen en hun oevers die toegankelijk worden gesteld voor vissers, zwemmers, duikers, kajakkers, zeilers, roeiers en surfers, en; c) andere oppervlakten (speelzone, hondenzone, bivakzone, vrij toegankelijke zone) die toegankelijk worden gesteld voor voetgangers. Ten aanzien van de genoemde gebruikers (voetgangers, fietsers, enz.) kan telkens de toegankelijkheid worden geregeld, en dus ook worden beperkt. De  toegankelijkheidsregeling wordt goedgekeurd door de Vlaamse Minister van Leefmilieu. Een toegankelijkheidsregeling vormt onder meer door het feit dat er een speciaal uitvoeringsbesluit is voor opgesteld, duidelijk de eerste keuze om de toegankelijkheid te regelen. De Vlaamse Regering kan overeenkomstig art. 10, §§ 2 en 3 van het Bosdecreet en art. 13, § 1, 6° van het Natuurdecreet bij uitvoeringsbesluit de toegankelijkheid regelen. 
    Het aanvullend reglement heeft betrekking op domeinbossen, bosreservaten, natuurreservaten, het VEN en de speciale beschermingszones, en daarbinnen meer bepaald op wegen die worden toegankelijk gesteld (in dat geval worden ze goedgekeurd door de Vlaamse Minister van Leefmilieu) of andere (reeds) openbare wegen (in dat geval worden ze goedgekeurd door de gemeenteraad). Het gebruik van een aanvullend reglement is nodig (ten opzichte van een toegankelijkheidsregeling) indien men de toegankelijkheid op wegen wil regelen voor andere gebruikers dan voetgangers, fietsers, ruiters en gespannen (dit is weinig waarschijnlijk), of de toegankelijkheid op wegen buiten de natuurreservaten (maar wel binnen het VEN of de speciale beschermingszones) wil regelen, of de toegankelijkheid van (reeds) openbare wegen die geen boswegen of voor het verkeer minder belangrijke openbare wegen zijn (in de desbetreffende gebieden) wil beperken. Voor de boswegen en voor het verkeer minder belangrijke openbare wegen in een natuurreservaat of het VEN, is de Vlaamse Regering bevoegd de toegankelijkheid te regelen op grond van art. 10, §§ 2 en 3 van het Bosdecreet en art. 13, § 1, 6° van het Natuurdecreet. De mogelijkheid van een toegankelijkheidsregeling is evenwel beperkt tot de bossen en natuurreservaten.
    Het politiereglement tenslotte heeft voor wat betreft het wegverkeer een eerder beperkte betekenis, met name het regelen van tijdelijke toestanden (genomen door het college van burgemeester en schepenen). Het is daarentegen van groot belang voor het regelen van de toegankelijkheid van openbaar groen buiten de bossen of natuurreservaten, zoals een gemeentelijk park of zelfs een park in eigendom van het Vlaamse Gewest (genomen door de gemeenteraad), of een provinciaal park (genomen door de provincieraad).

  • Kan ik als eigenaar of beheerder van een bos aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de bezoekers?

    De eigenaar of beheerder kan in bepaalde gevallen aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de bezoekers in de bossen of natuurreservaten, dit onder meer op basis van art. 1382 B.W. (fout of nalatigheid, bvb. scheefstaande bomen niet tijdig gesnoeid hebben), art. 1384, lid 1 B.W. (gebrek in de zaak, bvb. onverwachte putten in de wegen), of zelfs art. 1385 B.W. (bewaarder van een dier, bvb. Door grazers die wandelaars verwonden).
    Het Vlaamse Gewest heeft echter een polis B.A. Vlaamse bossen afgesloten met Ethias die de aansprakelijkheid van de (eigenaars en) beheerders van Vlaamse bossen (bedoeld wordt bossen in Vlaanderen) dekt. Het maakt niet uit of het private of openbare eigenaars betreft. In principe is de burgerlijke aansprakelijkheid gewaarborgd die ten laste kan vallen van bosbeheerders van bossen gelegen in het Vlaamse Gewest, uit hoofde van schade veroorzaakt door een ongeval aan het publiek dat gebruik maakt van het bos in overeenstemming met de wetgeving of dat gebruik maakt van de wegen die zich bevinden langsheen de openbare bossen en private bossen. Het is een polis B.A., wat inhoudt dat enkel indien de bosbeheerder aansprakelijk is, het slachtoffer zal vergoed worden. Zij betreft uiteraard enkel de aansprakelijkheid van de bosbeheerder (en zijn aangestelden, bvb. iemand die signalisatie aanbrengt) jegens bezoekers, maar niet deze van een bezoeker (bvb. leider van een jeugdbeweging) ten opzichte van andere bezoekers (bvb. de jongeren van de jeugdbeweging), of deze van een bezoeker jegens de bosbeheerder (bvb. een bezoeker die schade aanricht aan de bomen of vuilnis achterlaat). Indien de schade wordt veroorzaakt door motorvoertuigen van de bosbeheerder (of bij het ongeval motorvoertuigen of vaartuigen betrokken zijn, bvb. kinderen vallen van de tractor in een beheersweekend), dan komt de verzekering niet tussen. Ook indien de schade voortvloeit uit brand of ontploffing komt de verzekering niet tussen.
    Met het oog op de uitbreiding van de toegankelijkheid tot natuurreservaten zal de polis met Ethias  worden uitgebreid tot de Vlaamse en erkende natuurreservaten.

  • Kan de beheerder zijn aansprakelijkheid (die niet gedekt wordt door de polis B.A. van Ethias) afwijzen (exoneratie)?

    Het is belangrijk dat de bosbeheerder zich in een toegankelijkheidsregeling exonereert voor die aansprakelijkheid jegens bezoekers die niet gedekt is door de polis. Een exoneratiebeding is een contractueel beding waarbij een partij stipuleert geheel of gedeeltelijk bevrijd te zullen zijn indien zijn contractuele of (zoals in casu) buitencontractuele aansprakelijkheid in het gedrang komt. Er zijn volgens de rechtspraak vier geldigheidsvoorwaarden: kennis en aanvaarding, geen strijdigheid met dwingend recht, geen exoneratie voor eigen opzet of zware fout (zij het dat dit laatste betwist is), en geen uitholling van de overeenkomst1. In geval van exoneratie, handelt de bezoeker op eigen risico. Sommige van de geldigheidsvoorwaarden stellen in casu problemen. Vooreerst is er de vereiste van de kennis en aanvaarding door de bezoekers. Het hangen van bordjes met een exoneratie aan de voornaamste ingangen van het bos of natuurreservaat, impliceert op zichzelf geen aanvaarding door de bezoekers. Men vindt in de rechtspraak voorbeelden waar een uitbater van een carwash of een speelterrein ondanks een bordje met een exoneratie toch wordt aansprakelijk gesteld2. Op de vraag of een overheid zich bij reglement kan exonereren antwoordt de rechtspraak ook al verdeeld. In sommige rechtspraak3 worden exoneratiebedingen in gemeentelijke reglementen aanvaard, in andere rechtspraak en door de Raad van State4 niet; zo wordt in een bepaald een exoneratiebeding in een gemeentelijk politiereglement buiten toepassing gelaten wegens de strijdigheid met een hogere rechtsnorm, met name de art. 1382 e.v. B.W. Het is juridisch zeker aanvechtbaar in een exoneratie zonder meer te verwijzen naar de polis B.A. in de zin van “behoudens eigen bedrog of opzettelijke fout, kan de bosbeheerder niet aansproken worden voor de vergoeding van schade die niet gedekt is door de polis B.A. Vlaamse bossen”. Het probleem is immers dat de bezoekers de inhoud van die polis niet (behoren te) kennen, zodat dit mijns inziens geen duidelijk en ondubbelzinnig kenbaar maken is van (de omvang van) de exoneratie, laat staan dat de exoneratie zou aanvaard zijn door de bezoekers.
    Uit de polis vloeit reeds voort dat indien de bezoeker de toegankelijkheidsregeling (of andere wetgeving) niet volgt, eventuele schade niet gedekt is door de polis. Aangezien de bezoeker door de regels niet te volgen een zware fout maakt, zal hij wellicht ook de beheerder niet met succes kunnen aanspreken. Volledig zeker is dit laatste echter niet, want de rechter zou gebeurlijk ook tot een gedeelde aansprakelijkheid kunnen besluiten (b.v. ingeval de fout van de bosbeheerder zwaar doorweegt), zodat de beheerder dan toch een deel van de schade zou moeten vergoeden. Dit moet absoluut worden vermeden door in dit geval ook uitdrukkelijk in een exoneratie te voorzien. Voor de rest kan worden gedacht aan een exoneratie bij het betreden van verwilderde gedeelten met bos, het betreden van bos bij krachtige wind, het gebruik maken van de waterpartijen om te zwemmen, enz. Het hangen van bordjes met een exoneratie aan de voornaamste ingangen van het bos of natuurreservaat of aan de betrokken plaats is aan te bevelen. Men moet echter voor ogen houden dat een dergelijke exoneratie juridisch niet volledig onaanvechtbaar kan zijn. Er moet ook goed overwogen worden of die dingen waarvoor de beheerder zich wil exonereren, niet best worden verboden aan de bezoekers, in plaats van dat aan de bezoekers wordt toegelaten ze te doen op eigen risico.

    1. N. CARETTE, “Exoneratiebedingen in het gemeen recht”, Jura Falconis 2004-05, afl. 1, 17p.
    2. Rb. Marche-en-Famenne 8 januari 1987, J.T. 1987, 688; Kh. Brussel 16 september 1987, De Verz. 1989, 488; Vred. Sint-Niklaas 18 december 1985, Jur. Liège 1986, 91; Vred. Sint-Jans_Molenbeek, 15 april 1986, T.Vred. 1987, 101.
    3. Cass. 24 november 1967, R.W. 1967-68, 1314; Bergen 9 november 1982, J.T. 1983, 100; Antwerpen 16 november 1988, R.W. 1988-89, 1307.
    4. Rb. Brussel 31 januari 1973, R.G.A.R. 1973, n° 9011; Kh. Antwerpen 23 mei 1990, R.W. 1990-91, 1411; Advies van 25 mei 1988 over ontwerp K.B. houdende politiereglement van de Beneden-Schelde; H. VANDENBERGHE, “Exoneratie- en vrijwaringsbeding bij onrechtmatige daad. Samenloop en coëxistentie”, in: J. HERBOTS (ed.), Exoneratiebedingen, Brugge, Die Keure, 1993, (69) 85.
  • Ben ik als eigenaar van de grond zelf gevat door de regelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de recreatie en die voorzien zijn in het Bosdecreet, Natuurdecreet en het Toegankelijkheidsbesluit?

    Deze wetgeving bevat daaromtrent geen algemene bepalingen vooraan daar waar het toepassingsgebied of het doel van de wetgeving wordt bepaald. Daaruit kan worden afgeleid dat aangezien activiteiten van eigenaars niet uitdrukkelijk worden uitgesloten, deze er in principe onder vallen.
    De (hiervoor besproken) verbodsbepalingen in het Natuurdecreet, Bosdecreet en hun uitvoeringsbesluiten die onrechtstreeks van belang kunnen zijn voor de recreatie gelden alleszins ook voor eigenaars; daarover kan niet de minste twijfel bestaan: zo b.v. het verbod in het Bosdecreet om paddenstoelen te plukken of om met motorvoertuigen te rijden. Dit kan onder meer worden afgeleid uit het feit dat in die verbodsbepalingen wordt bepaald dat ervan kan worden afgeweken, voor het beheer of in het beheerplan, of met een machtiging van het Agentschap.
    Voor wat de regelingen inzake toegankelijkheid zelf betreft, is een genuanceerd antwoord op zijn plaats. In sommige bepalingen (bvb. van het Toegankelijkheidsbesluit) wordt vermeld dat bepaalde activiteiten (van bezoekers ?) slechts mogen mits machtiging of toestemming van de beheerder. Daaruit blijkt dat die bepalingen niet tot doel hebben de activiteiten van de eigenaar zelf te regelen. Maar daarmee blijft de vraag of men dit laatste mag doortrekken naar andere bepalingen. Het antwoord lijkt ontkennend. Met name indien voor bepaalde activiteiten (van bezoekers ?) machtiging van het Agentschap nodig is, dan lijken daar ook de activiteiten van de eigenaar onder te vallen. Overigens indien dit niet zo zou zijn, zou de regeling een vanuit redenen van natuurbehoud of bosbeheer niet te rechtvaardigen inbreuk op het gelijkheidsbeginsel inhouden, want waarom kan de hoedanigheid van de aanvrager (eigenaar of niet) beslissend zijn vanuit redenen van natuurbehoud of bosbeheer om een machtiging van het Agentschap te vereisen ? Voor zover echter geen machtiging van het Agentschap (of een andere overheidsinstantie) nodig is, of de activiteit niet uitdrukkelijk verboden is in een andere regeling dan een toegankelijkheidsregeling zelf – die immers bedoeld is als instrument voor de eigenaar om de toegankelijkheid voor bezoekers te regelen – , mag de eigenaar zelf deze activiteit doen: zo bv. de paden verlaten bij het wandelen in zijn bos. Deze stelling kan mede steunvinden in de bescherming van het eigendomsrecht van art. 16 G.W. en art. 544 B.W.

  • Ik wens mijn bos af te sluiten voor bezoekers: kan dat en hoe doe ik dat?

    Als privé-boseigenaar heeft u de mogelijkheid om onvoorwaardelijk uw privé-eigendom af te sluiten voor bezoekers. U dient dit wel te doen via het wettelijk vastgestelde verbodsbord: V.14. Dit bord kan u tegen betaling aankopen via de bosgroepen. U kan ook zelf instaan voor de productie van deze borden indien u de modaliteiten met betrekking tot kleur, formaat en afmetingen zoals vastgelegd in de bijlage bij het BVR van 8 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten respecteert. 
    Het ontoegankelijk stellen van openbare bossen is slechts toegestaan na een machtiging van het Agentschap. Voor natuurreservaten dient de ontoegankelijkheid vastgelegd te worden via het beheerplan.

Terug naar boven

Visserij

  • Mag je vissen op paling en deze ook opeten?

    Het vangen van paling in Vlaamse binnenwateren is niet verboden. Wel raadt de Vlaamse overheid af om je gevangen paling te consumeren. Uit onderzoek blijkt immers dat er te grote concentraties PCB’s, zware metalen en pesticiden worden aangetroffen in deze dieren. Palingen leven in Vlaanderen vaak in de nabijheid van vervuild bodemslib en slaan die vervuilende stoffen op in hun vetlaag. Palingen eten bovendien zelf andere vissen en krijgen zo nog meer van die vervuilende stoffen binnen. Dat laatste geldt ook voor andere roofvissen zoals snoekbaars, baars en snoek. Wanneer je paling of roofvis eet, krijg je zelf ook stoffen binnen die gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Sommige bestanddelen zijn zelfs kankerverwekkend. Het eten van deze vissen wordt daarom afgeraden.

  • Mag ik met een visverlof overal gaan vissen?

    Om in bepaalde wateren te mogen vissen zijn bijzondere toegangsregelingen van kracht. Lees hier alle info >

  • Wat is een visverlof?

    Wil je als visser aan de slag dan moet je in het bezit zijn van een vergunning, een visverlof.
    Er zijn drie soorten visverlof. 

  • Ik ben mijn visverlof verloren, wat nu?

    Geef je naam, adresgegevens, identiteitskaartnummer en de omstandigheden van het verlies door aan de centrale diensten van het Agentschap voor Natuur en Bos. Na controle van jouw gegevens in de gegevensbank van de visverloven zal men jou zo snel mogelijk een duplicaat toesturen.

    Centrale Diensten Agentschap Natuur en Bos
    Koning Albert II-laan 20 bus 8
    1000 Brussel
    Tel: 02 553 81 02
    Fax: 02 553 81 05
    visserij.anb@vlaanderen.be

Terug naar boven

Wildbeheer

  • Wat is een afschotplan?

    Een op jaarlijks verzoek van een houder van het jachtrecht, op grond van kwalitatieve of kwantitatieve elementen, door het Agentschap voor Natuur en Bos vastgesteld aantal stuks wild van een bepaalde wildsoort dat in het jachtterrein van de jachtrechthouder mag worden geschoten.

  • Wat verstaan we onder een beheerplan voor klein wild?

    Het beheerplan kleinwild is een wildbeheerplan voor haas, fazant en patrijs, door een jachtrechthouder of een groep jachtrechthouders verplicht vierjaarlijks in te dienen bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Erkende wildbeheereenheden zijn vrijgesteld van deze verplichting.

  • Wanneer spreekt men van bestrijding van wild? Wanneer er schade is aan gewassen of eigendommen en wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, kan de grondgebruiker of de eigenaar de wildsoort die de schade veroorzaakt bestrijden of laten bestrijden nadat hij de jachtrechthouder schriftelijk in gebreke heeft gesteld. De bestrijding moet minstens 24 uur op voorhand worden gemeld aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Het bij de bestrijding gedode wild moet worden aangeboden bij het OCMW.
  • Wat verstaan we onder bijzondere jacht?

    De bijzondere jacht is een uitbreiding van de gewone jacht. De jachtrechthouder kan, wanneer er schade dreigt aan gewassen of eigendommen, extra jagen op de wildsoort die de schade dreigt te veroorzaken. De minister bepaalt de voorwaarden en de periode wanneer er op welke soort aan “bijzondere jacht” mag gedaan worden. De bijzondere jacht moet 24 uur op voorhand worden gemeld aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Voor bijzondere jacht op grofwild is een afschotplan verplicht.

  • Wat is een bijzondere veldwachter?

    De bijzondere veldwachter is een officier van de gerechtelijke politie met beperkte politiebevoegdheid. Hij moet toezien op het eerbiedigen van de geldende wetten en het opsporen van misdrijven binnen de grenzen van het gebied waarvoor hij beëdigd is. Hij is gemachtigd om misdrijven vast te stellen, personen hiervoor te ondervragen en zelfstandig proces-verbaal op te stellen. Hij kan zowel door openbare instellingen als door particuliere personen worden aangesteld. In de praktijk worden bijzondere veldwachters door particulieren aangesteld om hun eigendommen en hun vis- of jachtterreinen te bewaken. Wanneer een bijzonder veldwachter aangesteld wordt door een openbare instelling, gaat het meestal om het bewaken van domeinen, gebouwen en installaties.

  • Wat verstaan we onder gewone jacht?

    De jachtrechthouder kan jagen tijdens de door de minister bepaalde data. Deze data kunnen verschillen van soort tot soort.

  • Wat is grofwild?

    Het jachtdecreet rangschikt deze soorten als grofwild: edelherten (Cervus elaphus), reeën (Capreolus capreolus), damherten (Dama dama), moeflons (Ovis musimon), wilde zwijnen (Sus scrofa).

  • Wat is een jachtplan?

    Elke jachtrechthouder die op welke wijze ook van zijn recht gebruik maakt (geweer, buidels en fretten of roofvogel), is verplicht om een plan van zijn jachtterrein met aanduiding van de percelen waarbinnen hij geen jachtrecht heeft, in te dienen bij de arrondissementscommissaris. Voor de jacht met het geweer moet het jachtplan minimum 40 hectare aaneengesloten oppervlakte bevatten. Deze regel is niet van toepassing voor jacht met een roofvogel.

  • Wat verstaan we onder een individuele jachtrechthouder?

    Een jachtrechthouder die niet is aangesloten bij een wildbeheereenheid.
    Om te mogen jagen met het geweer moet de individuele jachtrechthouder minstens over 40 ha aaneengesloten jachtterrein beschikken.

  • Wat is een jachtvergunning?

    De houders van een jachtverlof afgegeven in het Vlaamse Gewest kunnen als gastheer een jachtvergunning verkrijgen voor hun niet in het Vlaamse Gewest wonende genodigden. De jachtvergunning is slechts geldig voor de vijf vooraf bepaalde data van het jachtseizoen vermeld op de jachtvergunning. Een jachtvergunning kost 40 euro.

  • Wat is een jachtverlof?

    Iedereen die in Vlaanderen wil jagen met het geweer moet een jachtverlof bezitten.
    Een jachtverlof dat elke dag van het jachtseizoen geldig is, kost 150 euro. Een jachtverlof dat alleen op zondag geldig is, kost 105 euro.

  • Wat is kleinwild?

    Het jachtdecreet rangschikt deze soorten als kleinwild: hazen (Lepus europaeus), fazanten (Phasianus colchicus), korhoenders (Lyrurus tetrix), patrijzen (Perdix perdix).

  • Wat verstaan we onder overig wild?

    Het jachtdecreet rangschikt deze soorten als overig wild: houtduiven (Columba palumbus), konijnen (Oryctolagus cuniculus), vossen (Vulpes vulpes), verwilderde katten (Felis catus), bunzings (Putorius putorius), hermelijnen (Mustela erminea), wezels (Mustela nivalis), boommarters (Martes martes), steenmarters (Martes foina).

  • Wat zijn projectsubsidies?

    Erkende wildbeheereenheden kunnen jaarlijks een projectsubsidie aanvragen.
    De projecten moeten het wildbeheerplan uitvoeren.

  • Wat verstaan we onder de bestrijding van rechtbekken?

    Wanneer kraaien, eksters of gaaien zware schade berokkenen aan gewassen of eigendommen kan men overgaan tot bestrijding. Deze bestrijding valt niet onder de jachtwetgeving maar onder de wetgeving van vogelbescherming.

  • Wat zijn basis- en oppervlaktesubsidies?

    Alle erkende wildbeheereenheden hebben jaarlijks recht op een basis- en oppervlaktesubsidie.
    De basissubsidie bedraagt 250 euro, de oppervlaktesubsidie is afhankelijk van de oppervlakte van het werkingsgebied van de wildbeheereenheid.

  • Wat is een uitgebreid wildbeheerplan?

    Een uitgebreid wildbeheerplan bevat naast de verplichte gegevens van het beperkt wildbeheerplan nog andere gegevens die belangrijk zijn in het kader van het wildbeheer binnen de wildbeheereenheid zoals bijvoorbeeld informatie over schade aan land- en tuinbouwgewassen en de evolutie van het gevonden valwild.

  • Wat zijn vogelrichtlijngebieden?

    Vogelrichtlijngebieden zijn speciale beschermingszones voor vogels, die in oktober 1988 door de Vlaamse Regering werden aangeduid in uitvoering van artikel 4 van de Europese Richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979 betreffende het behoud van de vogelstand.

  • Wat zijn vogelrijke gebieden?

    Vogelrijke gebieden zijn de gebieden die werden geselecteerd op basis van de aanwezigheid van 1% van de geografische populatie van Noordwest-Europa van de soort of ondersoort van een bepaalde watervogel in dat gebied of het regelmatig voorkomen van concentraties van meer dan 20.000 watervogels in dat gebied.

  • Wat verstaan we onder waterwild?

    Het jachtdecreet rangschikt deze soorten als waterwild: wilde eenden (Anas platyrhynchus), krakeenden (Anas strepera), slobeenden (Anas clypeata), kuifeenden (Aythya fuligula), tafeleenden (Aythya ferina), pijlstaarten (Anas acuta), wintertalingen (Anas crecca), smienten (Anas penelope), grauwe ganzen (Anser anser), rietganzen (Anser fabalis), watersnippen (Gallinago gallinago), meerkoeten (Fulica atra), toppereenden (Aythya marila), kolganzen (Anser albifrons), kleine rietganzen (Anser brachyrhynchus), Canadaganzen (Branta canadensis), waterhoenen (Gallinula chloropus), kieviten (Vanellus vanellus), zomertalingen (Anas querquedula), bokjes (Lymnocryptes minimus), goudplevieren (Pluvialis apricaria).

  • Wat is een wilbeheereenheid?

    Een wildbeheereenheid is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen individuele jachtrechthouders binnen een ruimtelijk begrensd gebied dat meerdere jachtterreinen omvat en waarin een planmatig wildbeheer wordt gevoerd in samenwerking met andere partijen. Het ruimtelijk begrensde gebied wordt het werkingsgebied genoemd.

  • Wat is een werkingsgebied?

    Het werkingsgebied van een wildbeheereenheid is de ruime buitengrens van alle jachtterreinen van de jachtrechthouder die lid zijn van de wildbeheereenheid. Het werkingsgebied kan ook terreinen omvatten waarop geen jacht toegelaten is.

  • Wat is een wildbeheerplan?

    Een wildbeheerplan is een onderdeel van het erkenningsdossier van een wildbeheereenheid. Het wildbeheerplan regelt het jachtgebeuren van een wildbeheereenheid en omschrijft het jachtbeleid voor de erkenningsperiode van 6 jaar. Het wildbeheerplan omvat alle aspecten van het faunabeheer en omvat zowel de bejaging en bestrijding van wildsoorten, de populatietrends en het beheer van wildhabitats. Het dient ook aan te geven welke stappen de wildbeheereenheid zal zetten om de samenwerking tussen de leden van de wildbeheereenheid te bevorderen en welke maatregelen er genomen zullen worden om het toezicht binnen de wildbeheereenheid te verbeteren.

  • Wat is een wildrapport?

    Het wildrapport is een lijst van de op basis van tellingen geschatte voorjaarsstand en van de absolute afschotcijfers van patrijs, haas en fazant. Het wildrapport moet jaarlijks door de jachtrechthouder worden ingediend bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Erkende wildbeheereenheden zijn vrijgesteld van deze verplichting.

Terug naar boven