Subsidies

Bebossing

U kan nu gebruik maken van de nieuwe subsidieregeling voor bebossing. Alle info vind je op deze pagina.

Let op: de uitbetaling van de dossiers die goedgekeurd werden onder de subsidieregeling voor bebossing landbouwgrond (dossiers goedgekeurd tot eind 2014) blijft echter doorlopen volgens de oude regels.

Aanvraagformulier

Hier vind je het aanvraagformulier voor de subsidie voor bebossing (doc - 968 KB).
Daarnaast kan je nog gebruik maken van volgende nevenformulier: gegevens van de mede-eigenaars van een grond waarvoor een subsidie voor bebossing wordt aangevraagd (doc - 767 KB).

Waarvoor kan je subsidie aanvragen?

Het Agentschap voor Natuur en Bos verleent subsidies voor de aanleg van een bos met inheemse soorten,  eventueel gecombineerd met populier. Er wordt een subsidie voorzien voor de aanplant en voor wildbescherming. Er worden geen vaste plantverbanden en stamtallen meer opgelegd. Zowel klassieke beplantingen waarbij het terrein gelijkmatig beplant wordt als groepenaanplant met tussenin natuurlijke verjonging (QD-methode) of nog andere varianten zijn toegelaten. Wie voor een zuivere natuurlijke verjonging opteert kan wel nog de subsidie voor wildbescherming aanvragen.

Er mag pas gestart worden met de bebossing na goedkeuring van het dossier.

Er wordt gewerkt met een selectieprocedure. In tegenstelling tot bij de vorige subsidieregelingen geeft voldoen aan de voorwaarden geen garantie op goedkeuring van uw dossier (zie procedure aanvraag).

Landbouwers kunnen ook nog een subsidie voor inkomenscompensatie en onderhoud krijgen.

Wie kan subsidie aanvragen?

Zowel natuurlijke personen, privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen (uitgezonderd het Vlaamse Gewest en de federale staat) kunnen deze subsidie krijgen. Degene die de subsidie aanvraagt moet eigenaar zijn van de grond of een zakelijk recht (bv. vruchtgebruik of erfpacht) of persoonlijk recht (bv. pachter of huurder) hebben dat bebossing toestaat. Indien je pachter bent, moet ook de eigenaar van de grond schriftelijk verklaren dat hij akkoord gaat met de bebossing.

Instapvoorwaarden aanleg bebossing

Aan deze voorwaarden moet je voldoen op het moment van de subsidieaanvraag, en wat betreft de voorwaarden met betrekking tot de minimumoppervlakte en de compenserende bebossing ook tijdens de volledige looptijd van jouw dossier (25 jaar).

  • De te bebossen oppervlakte bedraagt minimaal 0,50 ha. Deze minimumoppervlakte verlaagd tot 0,25 ha als de bebossing aansluit bij bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling. De oppervlakte kan bestaan uit ruimtelijk gescheiden deeloppervlaktes van minimaal 0,1 ha, op voorwaarde dat die binnen een straal van één kilometer van elkaar liggen. De oppervlakte wordt bepaald via intekening in GIS (deze verschilt van de kadastrale oppervlakte!). De subsidiabele oppervlakte wordt berekend door ANB en teruggekoppeld met de aanvrager. U kan deze zelf ook nagaan door bv gebruik te maken van google maps, www.geopunt.be of een andere toepassing. 
  • De bebossing gebeurt met inheemse soorten of met populier gecombineerd met inheemse soorten (zie tabel). Alle soorten dienen standplaatsgeschikt te zijn (zie verder standplaatsgeschiktheid).
  • De bebossing bestaat uit minimaal twee boom- of struiksoorten, en vanaf één hectare minimaal drie soorten, die elk minimaal 10% van het plantaantal innemen.
  • Je beschikt over de wettelijk vereiste vergunningen en adviezen voor de bebossing (zie verder). 
  • De bebossing is, in voorkomend geval, in overeenstemming met het beheerplan, het natuurrichtplan en het managementplan Natura 2000.
  • De bebossing is niet als maatregel tot herstel door de rechtbank bevolen.
  • Het betreft geen compenserende bebossing.
  • U beschikt over een gunstig advies betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving, als in een periode van vijf jaar vóór de aanvraag van de subsidie, de pacht van de percelen in kwestie door de verpachter is stopgezet of als een procedure tot stopzetting is ingezet. U vraagt dit advies aan bij de bevoegde instantie van het Departement  Landbouw en Visserij.

Verbintenisvoorwaarden aanleg bebossing

Aanplantsubsidie

Aan deze voorwaarden moet je voldoen van de aanplant tot 25 jaar na de indiening van de eerste uitbetalingsaanvraag:

  • De bebossing moet worden uitgevoerd zoals beschreven in de goedgekeurde aanvraag.
  • Het plantgoed moet in voorkomend geval voldoen aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (zie verder leveranciersdocument) of het betreft plantgoed van andere herkomsten die door ANB aanvaard worden.
  • De nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing moeten uitgevoerd worden.
  • De bebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van niet-inheemse soorten, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van niet-inheemse soorten mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage.
  • De bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag voor de eerste schijf niet worden ontbost.
  • Je moet uiterlijk vier jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf een goedgekeurd beheerplan hebben (zie ook verder beheerplan).
  • Op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 50, 81, 90bis, 96 of 97, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.

Indien de bosbeheerder van de bebossing verandert (bij verkoop, erfenis, erfpacht,…) moet je via de akte de nieuwe bosbeheerder op de hoogte brengen van de subsidieaanvraag. Zowel de rechten (de nog uit te betalen subsidie) als de plichten (naleven van de voorwaarden en eventuele terugbetalingen) die hieraan verbonden zijn gaan over op de nieuwe bosbeheerder.

Wildbescherming

  • Uitvoering zoals in goedgekeurde aanvraag
  • Bij collectieve wildbescherming: behoud en onderhoud tot 7 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf.

Communicatieverplichtingen

Aanplantingen die bijdragen tot het behalen van de instandhoudingsdoelen Natura 2000 kaderen binnen het derde Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling (www.vlaanderen.be/pdpo) en worden voor 50% mee gefinancierd door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). In dit geval moet u ook voldoen aan communicatieverplichtingen die u via deze link kan terugvinden (zie ook daar voor logo’s en sjablonen): http://lv.vlaanderen.be/nl/landbouwbeleid/plattelandsontwikkeling/commun...

Samengevat houden deze voorwaarden in dat als u communiceert over de bebossing (bv artikel in een tijdschrift, website, affiche,…) u volgende zaken moet vermelden:

  • Op de titelpagina: Naam verantwoordelijke uitgever met instantie die verantwoordelijk is voor de inhoud van de informatie
  • Link naar www.vlaanderen.be/pdpo
  • Bij professionele websites waarbij een directe link is tussen het doel van de website en de gesteunde operatie, moet er een korte beschrijving van de operatie vermeld worden (met doelstellingen en resultaten), met de vermelding “met steun van ELFPO”.
  • De nodige logo’s en slogans (zie bovenvermelde website).

Indien je meer dan 50.000 euro subsidie ontvangt, moet je een informatiebord plaatsen tijdens de werken.

Standplaatsgeschiktheid

Er wordt bij de beoordeling belang gehecht aan standplaatsgeschiktheid van de aangeplante soorten. U kan deze standplaatsgeschiktheid controleren via http://data.inbo.be/bobo. Bij “trofiegraad” kiest u best voor 5 “zeer rijk” als de beplanting op gronden gebeurt die in landbouwgebruik waren.  Soorten uit de categorieën “zeer geschikt”, “geschikt” en “matig geschikt” worden aanvaard. Afwijkingen hiervan kunnen steeds gemotiveerd worden in het aanvraagdossier, bv. op basis van gewijzigde omstandigheden (vb droger – pas de parameters aan in de zoekmodule) of op basis van ervaringen in nabijgelegen bos.

Leveranciersdocument (“herkomstattest”)

Voor de meeste boomsoorten heb je een leveranciersdocument nodig (vroeger ook wel herkomstattest genoemd). Dit is een wettelijk verplicht document dat de verkoper/boomkweker moet afleveren bij de verkoop van bosbouwkundig teeltmateriaal  (“erkende herkomst”) en dat de herkomst van de zaden waar het plantgoed uit is opgekweekt en autochtoniteit en/of bosbouwkundige kwaliteit ervan weergeeft. Bij de bestelling van het plantgoed zeg je duidelijk aan de boomkweker dat je het plantgoed wil gebruiken om een bos aan te leggen en dat je zo’n leveranciersdocument nodig hebt. Je moet het attest als bijlage bij het betalingsformulier voegen, anders kan de subsidie niet uitbetaald worden.

Zo’n attest heb je nodig voor de volgende boomsoorten: zomereik, wintereik, beuk, es, zoete kers, haagbeuk, zomerlinde, winterlinde, zwarte els, ruwe berk, zachte berk, gewone esdoorn, ratelpopulier, cultuurpopulier, grauwe abeel en grove den. Momenteel is geen plantsoen van grauwe abeel en ratelpopulier in de handel verkrijgbaar met een leveranciersdocument. Voor wilg en olm is geen leveranciersdocument vereist.

ANB kan bijkomende herkomsten van bovenvermelde boomsoorten aanvaarden. Deze zullen in de toekomst hier worden opgenomen.

Aanbevolen herkomsten

Aanbevolen herkomsten zijn geselecteerd uit de erkende herkomsten (die met een leveranciersdocument verkocht worden). Het zijn nakomelingen van bomen die getoond hebben dat ze in onze streken goed groeien en goede bosbouwkundige eigenschappen hebben. Ook autochtone bomen en struiken staan op deze lijst. Ook alle plantsoen met Plant van Hier-label (www.plantvanhier.be) wordt als aanbevolen herkomst beschouwd.
Meer informatie over aanbevolen herkomsten vind je in de folder over aanbevolen herkomsten op https://www.inbo.be/nl/erkenningsprocedure-van-bosbouwkundig-uitgangsmat.... Hierin is ook de recentste lijst van aanbevolen herkomsten opgenomen.

Beheerplan

U moet uiterlijk vier jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf een goedgekeurd beheerplan hebben. Indien u uw bebossing laat bijdragen tot de instandhoudingsdoelen natura 2000 dient u deze bijdrage ook op te nemen in uw beheerplan (zie ook beoordeling door ANB).  

In het kader van de subsidie worden geen bepaald type van beheerplan opgelegd. U kan zelf kiezen welk type bosbeheerplan, natuurbeheerplan of “natuurbeheerplan nieuwe stijl” u opmaakt, voor zover in het kader van het bos- of natuurdecreet geen uitgebreid bosbeheerplan of natuurbeheerplan van een bepaald type wordt opgelegd, en voor zover uw keuze niet beperkt zou worden door de eventuele noodzaak om uw bijdrage tot de instandhoudingsdoelen op te nemen.

Voor meer info over beheerplannen, zie http://www.natuurenbos.be/beleid-wetgeving/natuurbeheer/beheerplan

Onderhoudsubsidie en inkomenscompensatie

Instapvoorwaarden

  • Je bent landbouwer: als landbouwer wordt in het kader van deze subsidie als volgt beschouwd : een actieve landbouwer, zoals vermeld in artikel 9 van verordening (EU) nr. 1307/2013, die een minimale gezamenlijke oppervlakte van 2 ha aan landbouwgrond en grond die in het kader van deze subsidieregeling bebost wordt aangeeft in de verzamelaanvraag (meer info: http://lv.vlaanderen.be/nl/subsidies/verzamelaanvraag-en-bedrijfssubsidies).
    Concreet worden de volgende landbouwers in Vlaanderen niet beschouwd als ‘actieve landbouwer’:
    • landbouwers die meer dan 50% natuurlijke graslanden hebben en op minder dan 75% van die grassen een minimumactiviteit uitvoeren (jaarlijks of om de twee jaar maaien waarbij het maaisel wordt afgevoerd, of de graslanden laten begrazen)
    • uitbaters van luchthavens, spoorwegdiensten, waterwerken, vastgoeddiensten en permanente sport- en recreatiegebieden

      Landbouwers die in eerste instantie niet beschouwd worden als actieve landbouwer, kunnen daartegen bezwaar aantekenen en het tegenbewijs leveren.

  • De grond is in de laatste verzamelaanvraag opgenomen.
  • De aanvraag voldoet aan de instapvoorwaarden voor de aanleg van een bebossing.

Verbintenisvoorwaarden

  • De bebossing werd uitgevoerd zoals beschreven in de goedgekeurde aanvraag.
  • De bebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van niet-inheemse soorten, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van niet-inheemse soorten, mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage.
  • De nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing moeten worden uitgevoerd (inboeten, vrijstellen). Aan die voorwaarde moet tot de laatste betaling voldaan worden. 
  • De bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag voor de eerste schijf van de aanplantsubsidie niet worden ontbost.
  • Op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 81, 90bis, 96 of 97, §2, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.

Berekening subsidiebedrag

De subsidie voor beplanting bedraagt 3500 euro/ha. Als plantgoed van aanbevolen herkomst gebruikt wordt, wordt het subsidiebedrag verhoogd met toepassing van de volgende formule: (aantal planten van aanbevolen herkomst/aantal planten) x aantal hectare x 250 euro.

De subsidie voor individuele wildbescherming bedraagt 0,65 euro per apart beschermingsstuk, deze voor collectieve wildbescherming bedraagt 350 euro per 100 m raster.

Enkel voor landbouwers:
De onderhoudsubsidie bedraagt 185 euro/ha/jaar gedurende de eerste vijf jaren. In de daaropvolgende jaren bedraagt de subsidie voor het onderhoud 75 euro/ha/jaar.

Het bedrag van de inkomenscompensatie bedraagt 800 euro/ha/jaar. Het bedrag van de subsidie wordt verlaagd met de eventuele bedragen voor inkomenscompensatie die via andere kanalen verkregen worden voor de beboste oppervlakte.

Adviezen en vergunningen

Je kan via www.geopunt.be de gewestplanbestemming, ligging in Natura 2000 of VEN, … opzoeken.

Bebossingsvergunning

Voor het bebossen van grond met een agrarische bestemming is er een gemeentelijke bebossingsvergunning nodig van het College van Burgemeester en Schepenen (Veldwetboek art. 35 bis § 5). Zowel private eigenaars als openbare eigenaars moeten deze vergunning aanvragen.

Enkel gemeentebesturen zijn hiervan vrijgesteld, maar dienen wel een positieve beslissing te nemen over de bebossing.

Het Schepencollege moet deze vergunning verlenen binnen de 30 dagen na de indiening van de aanvraag. Neemt het college binnen 30 dagen geen beslissing, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. Als het College de vergunning weigert, kan men binnen een maand na de kennisgeving in beroep gaan bij de Deputatie. Gemeentebesturen die subsidies voor het bebossen van landbouwgronden of subsidies voor het aankopen van te bebossen gronden aanvragen, dienen wel een collegebeslissing te nemen over de bebossing.

Voortaan wordt de adviesverlening door het Departement Landbouw en Visserij, afdeling ABCO (algemene beleidscoördinatie) - dienst Omgeving, gekoppeld aan deze vergunning. Het advies wordt gevraagd door de vergunningverlenende gemeente en moet worden verleend binnen een termijn van 20 dagen. Bij gebrek aan advies binnen de 20 dagen, wordt het geacht gunstig te zijn. Het advies is niet bindend, maar is nu ook nodig voor openbare bossen. Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos bij bebossing op private gronden is weggevallen.

Wijziging vegetatie en KLE’s - natuurvergunning

Onafhankelijk van de ruimtelijke bestemming van de grond bepalen de uitvoeringsbesluiten op het Natuurdecreet dat het verboden is de volgende vegetaties of kleine landschapselementen te wijzigen:

  • holle wegen
  • graften (sterke knikken in het reliëf van hellinggronden; meestal begroeid met bomen of struiken)
  • bronnen
  • historisch permanent grasland, met in begrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen gelegen in groengebieden, parkgebieden, buffergebieden en bosgebieden of in een beschermd landschap of in het beschermingsgebied Poldercomplex (BE 2500932) en het Zwin (BE2501033), voor zover er voor deze gebieden geen afwijkende instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd.
  • vennen en heiden
  • moerassen en waterrijke gebieden
  • duinvegetaties

Van dit verbod kan uitzonderlijk een individuele afwijking toegestaan worden door het Agentschap voor Natuur en Bos. De aanvraag wordt ingediend bij de provinciale dienst van het Agentschap voor Natuur en Bos, die het met haar advies aan het afdelingshoofd beleid voorlegt.

Wanneer op het te bebossen terrein geen van de hierboven vermelde vegetaties of kleine landschapselementen aanwezig zijn, moet onderzocht worden of er eventueel een natuurvergunning nodig is:

In groene en geel-groene gebieden volgens het gewestplan, plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, in beschermde duingebieden volgens het duinendecreet, en in Vogel- en Habitatrichtijngebieden en RAMSAR-gebieden is er een natuurvergunning nodig wanneer de bebossing zal leiden tot:

  • Vernietiging, beschadiging of doen afsterven van de aanwezige vegetatie.
  • Wijzigen van het reliëf.
  • Wijzigen van de waterhuishouding
  • Wijzigen van historisch permanente grasland met inbegrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen, indien deze gelegen zijn in valleigebieden, brongebieden, natuurontwikkelingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of met bijzondere waarde, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden en Ramsar-gebieden voor zoverre het historisch permanent grasland binnen deze perimeter als habitat is opgenomen.
  • Rooien of verwijderen en het beschadigen van houtachtige beplantingen.
  • Wijzigen van de vegetatie horende bij de kleine landschapselementen met inbegrip van het wijzigen van vegetatie van perceelsrandbegroeiingen en sloten.

Voor de laatste 2 werken dien je ook in het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) en de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden een natuurvergunning aan te vragen.

Als het terrein gelegen is in het VEN kan het Agentschap voor Natuur en Bos een individuele ontheffing van de verboden in VEN verlenen, voor zover er uitdrukkelijk voldaan is aan de zorgplicht. Indien je een VEN-ontheffing verkrijgt hoeft u geen natuurvergunning meer aan te vragen. Meer info en aanvraagformulier: http://www.natuurenbos.be/beleid-wetgeving/beschermde-gebieden/ven-ivon/....

Als het terrein in een speciale beschermingszone (SBZ) ligt, moet de initiatiefnemer bij het aanvragen van een vergunning of ontheffing voor de bebossing aantonen dat de werken niet zullen leiden tot een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van die SBZ. Op deze wijze wordt gemotiveerd en geëxpliciteerd dat een aparte ‘passende beoordeling’ niet nodig is. Meer info: https://www.natura2000.vlaanderen.be/wat-een-passende-beoordeling .

Onroerend erfgoed

Als de te bebossen landbouwgrond gelegen is in beschermd onroerend erfgoed dien je hiervoor toelating te hebben. Als je ook een vergunning dient aan te vragen volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het Milieuvergunningendecreet of het Natuur- of Bosdecreet wordt deze toelating als een door de vergunningverlener verplicht in te winnen advies in de vergunning geïntegreerd. Concreet, als je bv. een natuurvergunning aanvraagt wordt hiervoor door de gemeente zelf advies gevraagd bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Echter, een bebossingsvergunning in het kader van het veldwetboek valt niet onder deze regeling! Je dient in dit geval dus zelf een toelating aan het Agentschap Onroerend Erfgoed of aan de erkende onroerenderfgoedgemeente aan te vragen. De formulieren voor de aanvraag van een toelating zijn hier te vinden:  https://www.onroerenderfgoed.be/nl/formulieren//categories/46#5336 . Je vindt er ook de contactgegevens van onroerend erfgoed in terug.

Meer info: https://www.onroerenderfgoed.be/nl/beheer/vergunningen/beschermd-onroere...

Procedure aanvraag

Er wordt gewerkt met 2 indienperiodes: van 1 mei tot 31 augustus en van 1 september tot 30 april..

Deze aanvraag moet ingediend worden via het formulier dat je op deze pagina terugvindt.

Je krijgt binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag door ANB een ontvangstmelding. Deze is -tenzij anders vermeld- tegelijk ook de ontvankelijkheidsverklaring. In het geval je aanvraag niet ontvankelijk is (dossier onvolledig, niet voldoen aan voorwaarden, … ) of indien het ANB voorstelt om nog aanpassingen te doen aan het beplantingsvoorstel , krijg je 30 dagen om een bijgewerkt dossier in te dienen. Het ANB meldt binnen de 30 dagen na ontvangst hiervan of het dossier al dan niet ontvankelijk is. Het ANB neemt een beslissing over de goedkeuring van het aanvraagdossier binnen de 90 dagen na het aflopen van de indienperiode.

Beoordeling door ANB

In tegenstelling tot de vroegere subsidieregeling wordt niet elke subsidieaanvraag die ontvankelijk is ook automatisch goedgekeurd. Alle ontvankelijke subsidieaanvragen worden beoordeeld en gequoteerd. Ze moeten ook een minimumscore halen van 7 op 18. Klik hier voor de scoringstabel.

Projecten die bijdragen tot de instandhoudingsdoelen krijgen steeds voorrang op de andere projecten. Indien er te weinig middelen ter beschikking zijn zullen enkel de hoogst gequoteerde dossiers goedgekeurd worden. Bij gelijke score krijgt het project met de grootste oppervlakte voorrang.

Om na te gaan of uw bebossing kan bijdragen aan de realisatie van de Instandhoudingsdoelen (IHD) volgt u deze link. Vervolgens: klik op uw gebied, en klik door naar “doelen” of “prioritaire inspanningen”. U kan voor deze inschatting ook contact opnemen met de bij het gebied vermelde contactpersoon.

Uitbetaling en controle subsidies?
De uitbetaling van de subsidies zal in 2 schijven verlopen. Een eerste schijf van 75% van het toegekende bedrag kan aangevraagd worden na uitvoering van de aanplant en binnen een termijn van 3 jaar na goedkeuring van de subsidie. De tweede schijf van 25% kan ten vroegste 3 jaar en uiterlijk 4 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf, aangevraagd worden. Hiervoor zal ANB een modelformulier ter beschikking gesteld worden op deze website.

De uitbetaling van de inkomenscompensatie en onderhoudssubsidie gebeurt door het Departement Landbouw en Visserij (DLV). DLV stuurt het jaar na de uitbetaling van de eerste schijf een brief  met melding dat je  de uitbetaling kan aanvragen via de verzamelaanvraag. In deze verzamelaanvraag staat jouw bebossing al vooringetekend. Dien de verzamelaanvraag zeker tijdig in, zoniet wordt je subsidiebedrag verlaagd wegens laattijdige aangifte. Ook de daaropvolgende 11 jaren moet je dit aanvragen via de verzamelaanvraag en eventuele oppervlaktewijzigingen doorgeven.

Als je voldoet aan de ondergrenzen van de aangifteplicht (minder dan 2 ha landbouwgrond én minder dan 50 are groeimedium én minder dan 300 kg P2O5), kan je vrijgesteld worden van de aangifteplicht. Stuur daarvoor het formulier Verklaring over de vrijstelling van de aangifteplicht op naar de VLM (https://www.vlm.be/nl/themas/Mestbank/nog_geen_dossier/identificatie_lan... ).

Let op: als je in de loop van een productiejaar ook maar één dag meer dan 2 ha landbouwgrond of 50 are groeimedium in gebruik hebt, ben je aangifteplichtig.

Als je voldoet aan de voorwaarden om een vrijstelling van de aangifteplicht te krijgen, zal je jouw perceel maar eenmalig moeten aangeven bij het DLV via de Verzamelaanvraag.


Controles

Naast de administratieve controles voert het Agentschap voor Natuur en Bos jaarlijks op basis van een steekproef terreincontroles uit op de uitbetalingsaanvragen van de aanplantingssubsidie. Het Departement Landbouw en Visserij voert gelijkaardige controles uit voor de inkomenscompensatie en onderhoudssubsidie.

Wanneer op basis van de controles blijkt dat de subsidievoorwaarden niet nageleefd worden of indien u in uw betalingsaanvraag voor een grotere oppervlakte subsidie aanvraagt dan dat vastgesteld wordt zal de subsidie geheel of gedeeltelijk ingehouden of teruggevorderd worden. In geval van niet naleving van de instapvoorwaarden wordt steeds het volledige bedrag ingehouden of teruggevorderd.