Het Grotenhoutbos kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1320. Eeuwenlang vervulde het bos de rol van jachtgebied voor hoogstaande families en edellieden die er gingen jagen op reeën en everzwijnen. Vanaf de 18e eeuw verschoof de aandacht geleidelijk naar houtproductie al bleef men er duchtig jagen op klein en groter wild.
De afwisseling van rijke ondergrond met schrale graslanden zorgt voor een ruim aanbod aan plantensoorten. Muskuskruid, bosanemoon, goudveil, slanke sleutelbloem, blauwe zegge en grondster zijn slechts enkele voorbeelden van de meer dan 360 voorkomende soorten.
Everzwijnen vind je er vandaag de dag niet meer maar de reeënpopulatie is gebleven. Je treft er ook hazen en af en toe een vos naast de vele broedvogels (o.a. wespendief, fluiter, zwarte specht). Verscheidene vleermuizensoorten hebben hun intrek genomen in de holtes in de oude bomen. In de buurt van de vijver kan je tal van libellen gadeslaan.
Delen van het Grotenhoutbos zijn beschermd als natuurreservaat en zijn niet toegankelijk voor bezoekers zodat de natuur er in alle rust kan gedijen.