Tot het midden van de negentiende eeuw waren in en om Hoge Vijvers geen bossen te bekennen. Voor de ontginning van de heide, kende het gebied een typisch heidebeheer en turfwinning. Hierdoor ontstonden verschillende vijvers in dit overigens hooggelegen gebied. Rond 1897 blijkt een groot deel bebost door een private ontginner. Het grootste deel van het domeinbos werd vanaf 1979 in fases aangekocht van privéboseigenaars.
Het domeinbos Hoge Vijvers telt heel wat natuurschoon in haar rangen. Op de niet verharde boswegen kom je belangrijke plantensoorten tegen zoals grondster, duizendguldenkruid, tandjesgras en mannetjesereprijs. Eind april, begin mei keert de nachtzwaluw terug uit zuidelijk Afrika. Het nest van deze zeldzame vogel is een eenvoudig kommetje in de bodem. Die kwetsbare broedwijze is één van de redenen waarom honden in dit domeinbos aan de leiband moeten blijven. Wanneer de diepe schemer over de Hoge Vijvers valt, wordt de nachtzwaluw actief. Dan ‘snorren’ of ‘ratelen’ de mannetjes, wat enkele minuten kan aanhouden. Melodieuzer klinkt het bij de geelgors. In zijn zang herken je de volgende melodie: “mama, mag ik weer een, ijijijijsje”. De geelgors houdt van open terrein - dat kan cultuurland zijn, maar ook heide – afgewisseld door bosjes en solitaire bomen. De jongen worden gevoerd met insecten, de oude vogels eten onkruidzaden en graankorrels.
De levendbarende hagedis kan tot 18 cm lang worden, waarvan de helft staart. Hij geeft de voorkeur aan structuurrijke heide met een kleinschalige afwisseling van jonge en oude struiken heide, takkenbossen en boomopslag. Begin maart komt de hagedis uit zijn winterverblijfplaats. In tegenstelling met het luidruchtige gekwaak van de groene kikker, is de roep van de heikikker een zacht borrelend geluid, zoals luchtbelletjes die uit het water opstijgen als je een lege fles onder water steekt. Het mannetje staat bekend om de kleurverandering (blauw) in de paartijd.