Reeds in de 17de eeuw werd er melding gemaakt van ‘Inslach’ wat ‘ontginning’ betekent. Het oorspronkelijke heidegebied werd ontgonnen als akker- en weideland. In de 19de eeuw legde men een kasteeldomein aan. De omgeving werd bebost en omgetoverd tot een weelderig jachtdecor.
Het bosrijke uitzicht van De Inslag kreeg zware klappen tijdens de oorlogsjaren. Tijdens de eerste wereldoorlog kapte men het bos om de zichtbaarheid rond de fortengordel van Antwerpen te vergroten. Tijdens de tweede wereldoorlog liep het bos veel schietschade op. Ook nu kapte men voor een betere zichtbaarheid en om plaats te maken voor loopgraven. Het antitankkanaal, in 1939 gegraven, loopt dwars door het domein. Na de tweede wereldoorlog startte men met herbebossing. Grove dennen en lorken bedekten al snel grote delen van De Inslag.
Met een ecologisch verantwoord bosbeheer streven we nu naar een zo groot mogelijke natuurwaarde. Dennenbossen worden omgevormd naar gemengde bossen. Omgevallen, dode bomen blijven liggen. Ze veranderen in een minibiotoop, waar het al snel wemelt van leven. Overwoekerende exoten als rododendron en Amerikaanse vogelkers moeten geleidelijk aan plaats maken voor inheemse bomen en struiken, zoals lijsterbes, spork, hulst, hazelaar en taxus.
In dit bosrijke domein broeden zwarte specht, sperwer, buizerd en bosuil. Rond het antitankkanaal leven oever- en watervogels zoals ijsvogel en blauwe reiger. Met het graslandbeheer streven we naar soortenrijk grasland voor planten en insecten. De grachten in het grasland vormen een schitterende biotoop voor waterplanten, libellen, kikkers, padden en salamanders. Ook bloedzuigers, poelslakken, posthoornslakken en hazelwormen voelen zich er opperbest.