Na de heidebrand van mei 2011 is het gras pijpenstrootje het eerst en ook het snelst gaan groeien. Struikhei en dophei herstellen zich veel trager en zij dreigen verdrongen te worden door het sneller groeiende pijpenstrootje. Aanvullend beheer moet deze overheersing van het pijpenstrootje afremmen. De begrazing door schapen en runderen blijkt erg nuttig en wordt tijdens het volgende groeiseizoen hervat.
In september en oktober is pijpenstrootje gemaaid en afgevoerd: zowel machinaal als manueel (ondermeer tijdens de vrijwilligerswerkdag van 8 oktober). Nu wordt op een aantal plaatsen, vooral in het noorden van het natuurreservaat, machinaal gewerkt door chopperen en afplaggen van verbrande en sterk vergraste heide. Chopperen Bij chopperen maaien we de aanwezige vegetatie (vooral grassen) tot aan de wortelzone af en verwijderen we ook een deel van de strooisel- en humuslaag. Dit vermindert de hergroei van grassen en voert veel voedingsstoffen af. De gechopperde oppervlakte biedt betere groeikansen voor heidesoorten als struikhei en dophei.
Afplaggen Bij het afplaggen schrapen we de vegetatie en het bovenste laagje van de bodem (humuslaag) af. Daardoor ontstaat een voedselarme omgeving waar grassen minder in het voordeel zijn. Typische heidesoorten zoals struikhei en dophei kunnen zich dan vestigen en mogelijk zelfs kiemen uit zaden die nog in de bodem aanwezig zijn.
Afvoeren Zowel bij chopperen als bij afplaggen moeten grote hoeveelheden organisch materiaal uit het terrein afgevoerd worden.