Het kleine terrein is zeer afwisselend en waardevol. Je vindt er dan ook een goed deel van de nog aanwezige natuur in de ruime omgeving. Het gebied bestaat uit parkbos, hooilanden, wilgenstruweel en een ‘salicetum’ of wilgenverzameling.
Als er één boomsoort typisch is voor het Klein-Brabantse landschap, is dit de wilg. Wilgen voelen zich vooral thuis in waterrijke gebieden. De wilgenverzameling werd aangelegd in samenwerking met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Verder in het gebied zie je ook knotwilgen, die worden gebruikt als afscheiding tussen percelen, voor ontwatering en als leverancier van geriefhout. Ze zijn ook zeer in trek bij verschillende soorten planten en dieren.
Het parkbos dat Wolfgang-Guillaume, derde hertog d'Ursel van Hingene in de 19de eeuw liet aanplanten bestaat uit inheemse bomen, zoals zomereik, es, beuk en gewone esdoorn, maar ook uit een aantal uitheemse soorten. Zo zijn bijvoorbeeld de Amerikaanse eik en de zilveresdoorn allebei afkomstig uit Noord-Amerika.
Vele natte graslanden van vroeger zijn nu bebost met populieren. Via een aangepast beheer van maaien en afvoeren van het maaisel, proberen we op enkele plaatsen de hooilanden te herstellen.