Het Olens Broek is een van de laatste restanten van een groot moerassencomplex: het Geels Gebroekt dat tussen 1950-1970 bijna volledig ontgonnen werd voor landbouwgebruik. Door het rechttrekken en verdiepen van de Kleine Nete veranderde de waterhuishouding in het gebied en door het wegvallen van het oude landbouwgebruik dreigde het gebied volledig te verdrogen en te verbossen. Hierdoor verdween een groot aantal typische en zeldzame planten en vogels uit het gebied.
In 1993 werd door de Vlaamse Overheid gestart met de uitbouw van het natuurgebied. Om de natuurwaarde in het gebied opnieuw te herstellen werden de afgelopen jaren een heleboel ingrijpende maatregelen genomen: het openmaken van de oude verlande veenkuilen, het afplaggen van de droge rivierduinen en zandruggen, het herstel van het hooilandbeheer op de natte hooilandjes en het opnieuw invoeren van een periodiek hakhoutbeheer van de elzenbroekbossen. Het resultaat van deze werken mag zeker succesvol worden genoemd. Verschillende zeldzame planten, vlinders, libellen en vogels hebben zich opnieuw in het gebied gevestigd.
In het Olens Broek groeien planten, die in totaal verschillende grondsoorten voorkomen, broederlijk naast elkaar. Op de droge voedselarme zandgronden groeit struikheide, klein warkruid en heideknotszwam, in de natter laagten gagel, zonnedauw en moeraswolfsklauw; terwijl een paar meter verder in de vochtige, voedselrijke veenbodem moeraswederik, snavelzegge, gele lis en melkeppe bloeien.
De elzenbroekbossen zijn een prima plek voor zangvogels als wielewaal, nachtegaal, zwartkop en tuinfluiter om er hun jongen groot te brengen. ’ s Winters verblijven er grote groepen luidruchtige sijzen.
Door het openmaken van de veenkuilen komen kleine karekiet, waterral en rietgors opnieuw tot broeden.
De hooilandjes op de Langendonk vormen in de lente een kleurrijk palet met o.a. pinksterbloem, koekoeksbloem, margriet en ereprijzen. In de houtkanten broeden jaarlijks verschillende koppels grasmus.