De naam ‘Walenhoek’ verwijst naar de inmiddels verdwenen hoeve "Waelenhoef". Hier waren in de zestiende eeuw Waalse huurlingen in dienst van de Spaanse koning Philips II ondergebracht. Het gebied, sinds 1978 eigendom van de Vlaamse overheid, was een industrieel complex. Het ontwikkelde zich spontaan tot een waardevolle natuurkern in een sterk geïndustrialiseerde en verstedelijkte streek. Nu nog zie je op het terrein duidelijk de sporen van de vroegere bedrijvigheid. In het noordoosten liggen een twintigtal vijvers van uiteenlopende grootte en diepte. De ondiepere vijvers werden nog met de hand uitgegraven, de diepere vijvers uitgebaggerd. In het zuidoosten ontwikkelde zich een pioniersbos van voornamelijk wilg.
Dankzij een jarenlang beheer telt de Walenhoek vandaag een rijke diversiteit aan biotopen. In de vijvers groeit er, afhankelijk van de diepte, veenwortel, schedefonteinkruid, gele plomp, kikkerbeet... Langs de oevers vind je grote lisdodde en rietbegroeiingen met plaatselijk wolfspoot, grote wederik en gele lis. Tussen broekbossen liggen hooilandjes en ruigtes. In de kleiputten plantte men populieren, zomereik en gemengd loofhout aan. Een uitgebreid aantal mossen, zwammen en korstmossen vinden een geschikte voedingsbodem in de Walenhoek.
In de kleiputten strijken meer dan 160 vogelsoorten neer om er te broeden of voedsel te zoeken. Heel wat trekvogels vinden er een geliefkoosde overwinteringsplek. Ook amfibieën, reptielen, libellen en juffers komen hier aan hun trekken.