De duintjes ontstonden door de ontbossing van het oorspronkelijke eikenberkenbos. Na de laatste ijstijd verstuifde het zand en hoopte zich op tot landduinen. Op de zandgrond werd na de Tweede Wereldoorlog naaldbos aangeplant.
Door regelmatige uitdunningen komt er meer licht op de bodem. Loofhout ontwikkelt zich op die manier onder een scherm van naaldhout.
Die struiklaag bestaat uit Amerikaanse vogelkers, inlandse eik, lijsterbes, spork en berk. In de kruidlaag vinden we vooral pijpenstrootje, struikheide en mossen.
In en rond het water vertoeven kikkers en salamanders. ’s Avonds gaan vleermuizen op jacht naar insecten die boven het wateroppervlak vliegen.
Onder de gevleugelde bewoners vinden we grote bonte specht, zwarte specht en bosuil. Door veelvuldig recreatief gebruik van het bos zijn sommige grotere zoogdieren zoals vos en ree eerder zeldzaam aanwezig.