Het Zoerselbos is in de loop der tijden weinig van uitzicht veranderd. De natuur heeft er zich ten volle kunnen ontplooien. Op een relatief kleine oppervlakte krijg je een breed aanbod aan vegetatietypes. Eeuwenoude eikenbossen en volwassen naaldhout wisselen af met graslanden, heide, vloeibeemden en soortenrijke overgangsgebieden.
Dat het hier goed toeven is voor veel planten merk je aan de aanwezigheid van diverse zeldzame soorten zoals verspreidbladig goudveil, muskuskruid, koningsvaren, gagel, brede wespenorchis, knolsteenbreek, kardinaalsmuts, koekoeksbloem en wegedoorn. In het bos werden meer dan 1800 soorten paddenstoelen en zwammen gevonden.
De verscheidenheid aan biotopen trekt ook heel wat dieren aan. Het Zoerselbos telt 180 vogelsoorten. Enkele opmerkelijke gevleugelde vrienden hier zijn wespendief, buizerd, zwarte specht, wielewaal, goudhaantje, ijsvogel, kramsvogel en bosuil. De beken en grachten zijn het leefgebied van vele amfibieën zoals gewone pad, alpenwatersalamander, groene en bruine kikker. Onder de aanwezige reptielen bevinden zich ondermeer adder en hazelworm. Ook heel wat zoogdieren doen zich tegoed aan het vele lekkers dat zo’n rijke leefwereld te bieden heeft. Met wat geluk zie je een glimp van een schuchtere ree of vos.