U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Wat valt er allemaal te zien?

Hieronder bespreken we een aantal zaken die je terug kan vinden in Bastion VIII.


De biotopen

Er zijn in Bastion VIII veel verschillende biotopen terug te vinden. Deze biotopen zijn allemaal aangelegd bij de inrichting van Bastion VIII in 1994. Hier vind je een overzichtskaart en van ieder biotoop een korte bespreking.

Grote vijver Wilgenbroek Bijenhal
Kikkerpoel Eikenbos Zitkuil
Moeras Kersenbosje Steenwoestijn
Beek Houtkant Bunkers
Bloemenweide Compostplaats Pioniersweide

De grote vijver

Eén van de koninginnestukken van het reservaat. Om het water te houden werd de vijver aangelegd met kleimatten uit natriumbentoniet, tussen twee doeken bevindt zich een zwelklei, die eenmaal in contact met water een waterdichte laag vormt. Het voordeel hiervan is dat bij een toevallige perforatie, bv met rietwortels, de vijver niet gaat lekken. We bevinden ons hier ongeveer twee meter boven het gemiddelde peil van de Brusselse Forten. Een pompinstallatie vervangt het verdampte water. Om de leerlingen de vijver te laten bereiken voor observatie of staalname werd een steiger in gerecycleerde kunststof aangelegd.

De vijver werd gevuld met water uit de Brusselse Forten.

In de vijver vind je een grote diversiteit aan leven. Er groeien tal van planten onder en aan het water van de vijver. In de vijver leven er ook vele dieren. Je hebt de ongewervelde (van bloedzuigers tot zwemwantsen), maar ook de gewervelde dieren voelen er zich thuis. Er leven tal van vissoorten in en ook verschillende soorten van amfibieën.

Daarnaast zijn er ook nog vele vogels die af en toe onze vijver bezoeken of er zelfs broeden.

De kikkerpoel

De kikkerpoel werd in 1991 aangelegd en heeft reeds een biologisch evenwicht bereikt. Om de bezoekers maximaal van deze poel te laten genieten werden oude rioolkolken als stapstenen doorheen het water gelegd.

Als het water in de vijver te hoog wordt, loopt het via een ondergrondse buis over in de poel. Zo krijgt ook de poel regelmatig nieuw water en komt de waterspiegel niet te laag te staan.

De kikkerpoel is de plaats waar je de meeste salamanders kan vinden (vooral in de lente kan je ze op en neer zien zwemmen). Ze houden van het iets warmere water, de vele planten om zich tussen te verstoppen en van het feit dat er geen vissen leven in de poel. Zoals de naam het al zegt hoor en zie je hier tijdens de zomermaanden ook veel groene kikkers.  

Het moeras

Ook het moeras krijgt af en toe water bijgepompt. Waar het water vandaan komt, is verschillend voor het linker- en rechtermoeras. Het linkermoeras (langs kant van de omheining) krijgt water vanuit de beek en geeft het teveel weer af aan de Brusselse Forten. Het rechtermoeras krijgt water vanuit de kikkerpoel en geeft het bij een teveel aan water af aan het linkermoeras door over het pad te stromen.

Zoals te verwachten in een moeras staat het vol met riet en is het een ondiep water. Dit geeft de groene kikkers in de zomer de kans om zich te verstoppen en rustig op jacht te gaan naar vliegjes en muggen. De beschutting van het riet wordt ook ieder jaar gebruikt door een koppel waterhoentjes die er hun nest bouwen.

De beek

De beek heeft een eigen watervoorziening die gebruikt kan worden in droge perioden. Ze bevat een grote hoeveelheid gele lis wat voor een mooi plaatje zorgt tijdens de bloei van deze planten. Naast de beek staat er een rij zwarte elzen zodat de beek rijk is aan voedingsstoffen. Dit heeft een duidelijk effect op de planten en dieren die er in voorkomen, zeker in vergelijking met de andere waterbiotopen.

De bloemenweide

De bloemenweide is een verzameling van, vooral in de zomer, bloeiende kruiden. Je vindt er guldenroede, teunisbloemen, smeerwortel, akkerwinde, koninginnekruid, brede ereprijs... Deze planten geven de bloemenweide een prachtig kleurenschouwspel dat vele bezoekers (mens en dier) aantrekt. Je kan er in de zomer dan ook vele insecten terugvinden zoals het geaderd witje, aardhommel, driehoekszweefvlieg... wat op zich dan weer vogels aantrekt op zoek naar een lekker hapje. 

Het wilgenbroek

Door een samenloop van omstandigheden is hier, op een plaats waar we dat echt niet verwachten, een broeksituatie ontstaan. Echt droog is het hier nooit. De vegetatie is niet erg gevarieerd: wilgen, brandnetels, bramen maar ook voorjaarsbloeier als bosanemoon, slanke sleutelbloem, longkruid, daslook…. En ja ook hier is een verlanding aan de gang, water ziet men nog nauwelijks staan in het broekje. De voorjaarsbloeiers zijn sterk toegenomen en zelfs de paarse schubwortel is sterk uitgebreid.

De bladerval doet hier een stikstofrijk milieu ontstaan wat de groei van brandnetels en bramen bevordert.

De helling tussen het wilgenbroek en de bunkers staat vol met bramen wat veel vlinders aantrekt, zeker op een zonnige zomerse dag. Ook vogels zien we hier vaak smullen van de lekkere braambessen.

Het eikenbos

Na de beklimming van de bunker daal je even af om terug het bos in te stijgen. Hier een kleine bosbiotoop met eiken, meidoorn, vlier en veel klimop. Mossen, varens en paardenstaarten bedekken de bodem.

Hier bemerkt men een gevarieerd reliëf dat ontstond door zandwinning uit de verhoogde wal die Dendermonde tijdens vorige eeuwen beschermde.

Wandelt men even verder dan bemerkt men het rietveld aan de bosrand, een bewijs dat de binnenste fortengordel tot hier kwam. Bij de heraanleg werd dit rietveld afgeplagd om het gewas een tweede kans te geven. In het najaar 2005 werd het bosje ontdaan van brandnetels en bramen om zo de typische bosplanten een nieuwe kans te geven. Daslook, salomonszegel, sneeuwklokjes en varens veroverden al snel een plaatsje.

Het kersenbos

Op deze plaats staan er enkele kerselaars. Deze bomen trekken met hun lekkere vruchten veel vogels aan, maar ook insecten vinden er tijdens de bloei veel nectar en stuifmeel.

De grond onder de bomen ligt vol met kersenpitten. Dit toont mooi hoe een boom en dieren goed kunnen samenwerken. In de lente zijn insecten zeer blij met de nectar en het stuifmeel en wordt de boom bestoven door deze dieren. In de zomer smullen de vogels van de kersen en zorgen de vogels er voor dat de zaden van de boom overal verspreid geraken.  

De houtkant

Hier staan een aantal heesters, bomen en een ondergroei van bramen. Je vindt hier dan ook regelmatig vogels (koolmees, pimpelmees, staartmees, roodborst, merel...) die op zoek zijn naar iets om te eten.
Niet enkel vogels maar ook knaagdieren vinden hier voldoende voedsel en nestplaatsen onder de hopen van takken.

De compostplaats

Het centrale punt van de compostplaats wordt ingenomen door een oude populier en de tonderzwam die hier op groeit. Rondom de populier ligt er een grote hoeveelheid verhakseld hout dat vele kriebeldiertjes bevat. Deze dieren zorgen ervoor dat het dode hout verandert in compostaarde. Je kan hier dus ook gemakkelijk op zoek naar deze dieren met behulp van een potjesloep en een lepel.

Ook liggen er op de compostplaats hopen riet en dode takken die op zich ook schuilplaatsen vormen voor allerlei dieren, bv de egel, en een bron van voedsel zijn voor vele andere dieren. 

De bijenhal

In de bijenhal zijn er een tiental bijenkasten aanwezig en een bijenkorf. Deze kasten zijn allen bevolkt en er is ook een demonstratiekast aanwezig zodat de leerlingen deze interessante dieren van dichtbij aan het werk kunnen zien.
De studie van de bij staat ook op het leerplan van de middenschool en is hier perfect uit te voeren. We beperken ons niet tot het bekijken van de bijen alleen, we gaan ook op zoek naar de planten die door de bijen bezocht worden. Eens we die gevonden hebben kijken we naar de aanpassingen die de planten en de dieren hebben voor een perfecte samenwerking.

Op het pleintje voor de bijenhal is er een klein vijvertje en er staan veel bloeiende planten. Het pleintje zelf is omringd door een berm die beplant is met bomen. Dit alles zorgt er voor dat er hier veel vogels op bezoek komen. Hier een lijst van vogels die bij de bijenhal en in Bastion VIII gezien zijn:
kramsvogel, ekster, vlaamse gaai, groene specht, bonte specht, kleine bonte specht, boomklever, merels, zanglijster, grote lijster, koperwiek, heggenmus, groenling, vink, appelvink, putters, sijsjes, kepen, bosduif, holenduif, turkse tortel, nachtegaal, kleine karekiet, tjif-tjaf, koolmees, staartmees, pimpelmees, roodstaart, gele kwikstaart, gewone kwikstaart, gierzwaluwen, fazant, waterhoentje, meerkoet, ransuil, wilde eend, een koppel sperwers, kraaien, reigers, spreeuwen, roodborstje, huismus, ijsvogel, smelleken, wouwaapje, winterkoninkje, goudhaantje, winterkoning, matkop, houtduif...

De zitkuil

De zitkuil rechtover het gebouw kan gebruikt worden om 's middags te eten of om uitleg te geven. Ze is opgebouwd uit materialen die op het terrein zelf aanwezig waren.

De steenwoestijn

In 2009 werd de steenwoestijn volledig heraangelegd. De bramen werden verwijderd, de stenen omgewoeld en er werden 3 terrassen aangelegd met dolomiet. Ook werd er een schildpad opgetrokken uit blauwe steen en kasseistenen om ons 15-jarig bestaan in de verf te zetten.

Het geheel is bedoeld om dieren voldoende overwinteringsplaatsen te bieden, bv bruine kikker of kleine watersalamander, maar ook schuilplaats. De stenen gaan in de zomer volp in de zon liggen opwarmen zodanig dat ook vlinders en libellen hier een goede plaats vinden om op te warmen voor ze op jacht gaan naar voedsel.

De bunkers

De bunkers zijn een restant van het militaire verleden van het terrein. Nu doen ze dienst als vleermuizenbunker. In 2008 werden ze volledig ingericht en ze dragen dan nu ook het kenteken van 'vleermuisvriendelijk object'. De voorbije jaren kregen we tijdens de winter bezoek van de kleine watervleermuis en ook al een aantal jaar na elkaar van de baardvleermuis.

Ook andere dieren maken gebruik van de bunkers om in te overwinteren. Zo overwinteren er al een paar jaar roesjes (een soort van nachtvlinder) in de bunker, maar ook salamanders en af en toe een dagvlinder maken van ons winterhotel gebruik. 

De pioniersweide

Ieder jaar ploegen we een deel van onze bloemenweide om zodat de pioniersplanten een kans krijgen om te bloeien. Zo zien we ieder jaar klaprozen, korenbloemen... terug komen. Op deze manier zijn we ook in staat om een pioniersvegetatie te vergelijken met een vegetatie die al enkele jaren naar een evenwicht toe gaat.

De planten

  • geneeskrachtige planten
  • gevaarlijke planten
  • andere planten

De geneeskrachtige planten van Bastion VIII

In Bastion VIII groeien er vele planten die op de een of andere manier een geneeskrachtige eigenschap hebben. Hier staan er aantal van opgesomd samen met hun eigenschappen.

 Berk Daslook Engelwortel Honingklaver Kers 
 Bernagie Den Es Hop Klimop
 Bijvoet Doornappel Fluitekruid Hulst Klis 
 Boerenwormkruid Dovenetel Guldenroede Iep Lavendel 
 Bosbraam Duizendblad Heermoes Kaasjeskruid Linde 
 Brandnetel Eik Hemelsleutel Klaproos Mannetjes-ereprijs
 Citroenmelisse Eikvaren Herderstasje Klein hoefblad Mannetjesvaren

Ruwe berk (Betula verrucosa); Familie: Berkachtigen

Beschrijving: Slanke boom, met witte schors. 
De bladeren zijn driehoekig-ruitvormig,  Gebruikte delen:  gedroogde jonge bladeren. De nog geel-groene verzamelen in juni en drogen in de schaduw. 
In Bastion in het kleine valleitje achter de duin.

Werkzame stoffen en werking: Saponine, hars,  etherische olie en een flavonoid. Berkebladen werken bij mensen met onvoldoende urine-afscheiding urine-afdrijvend, zonder het nierweefsel sterk te prikkelen.Bovendien bezitten de bladen een zwak desinfecterende werking. 

Gebruik: Inwendig als thee (1-2 eetlepels gesneden bladen met 1 1. kokend water overgieten en laten trekken (toevoegen van 1 g. natriumbicarbonaat bij het overgieten zou de werkzaamheid verhogen). Bij alle vormen van onvoldoende urine afscheiding, vooral bij waterzucht en ontstekingen van de urine-wegen; verder toegepast bij reuma en jicht. Met berkenthee kan men de huid wassen bij huidziekten en ontstekingen. Het sap van de berk kan verkregen worden zoals dennenhars: een kleine insnijding in de stam vroeg in het voorjaar doet het berkensap uitstromen. Deze drank is diuretisch en verfrissend en wordt bruisend bij het gisten. Berkenbladeren maken deel uit van een anti-griepthee op basis van linde, viooltjes en koningskaars. Van elke plant 20 gram nemen en laten koken in 1 l water.
Berkenaperitief: 50 tot 60 gram berkenbladeren 6 tot 8 dagen laten trekken in 1 l rode wijn, suiker toevoegen naar smaak.: 50 tot 60 gram berkenbladeren 6 tot 8 dagen laten trekken in 1 l rode wijn, suiker toevoegen naar smaak.

Bernagie (Borago officinalis) Familie: Ruwbladigen

Beschrijving: De hele plant ruikt naar komkommer.
De bernagie is een éénjarige plant met een rechtopstaande stengel bezet met ruwe haren. De bladen staan afwisselend, zijn elliptisch,  gerimpeld en aan beide zijden ruwharig, met een bijna gave rand. De bloemen zijn hangend en staan in losse bloeiwijzen (bijschermen) aan het einde van de stengel. Ze dragen vijf lila-blauwe of zelden zuiver witte kroonblaadjes.
Bloeitijd juni-augustus.

Bernagie stamt oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied.  Oogsten in de bloeitijd.  Drogen in de schaduw mogelijk, voor korte tijd ook in de zon.Deze plant kan gemakkelijk in de tuin gezaaid worden, zelfs in bloempotten..

Gebruik: Meestal het gedroogde, bloeiende kruid; minder vaak ook de gedroogde bloemen of verse bladen.
De werkzame stoffen zijn nog onvoldoende onderzocht. . Bernagie werkt zacht urine-afdrijvend.
Bernagie wordt vooral als thee (twee eetlepels met 1 1iter water koud opzetten, eventjes  koken  en laten trekken). Werkzaam  tegen reuma, tegen nierontstekingen en blaasprikkeling; de werking is echter dubieus en het kan beter worden vervangen door zekerder werkende middelen. De verse bladen worden soms als salade gegeten en als kruid gebruikt.
Zelfs de bloemen zijn eetbaar en worden gebruikt om schotels te versieren.
Samen met kamille, klaproos en rozemarijn, wordt een thee gemaakt, werkzaam tegen griep en bronchitis.

Bijvoet (Artemisia vulgaris)  Familie Samengesteldbloemigen 

Naamafleiding: de Romeinse soldaten trokken met bijvoet in de schoenen over de Alpen om hen te behoeden tegen pijnlijke voeten, aangenomen wordt dat de plant hieraan haar Nederlandse naam dankt. Artemisia komt van artemes = gezond en vulgaris betekent overal voorkomend.

Beschrijving: Bijvoet is een overblijvende plant, wordt 60-120 cm hoog en bezit stevige, vaak donkerrood getinte stengels. De bladen zijn veerdelig met gaafrandige of diep getande slippen, van boven donkergroen en niet of zwak behaard, van onder daarentegen wit-viltig behaard. De bloemhoofdjes zitten in een pluim van lange trossen, zijn klein, zij dragen een aantal kleine, roodbruine of gele bloempjes. Bloeitijd juli-september.Bijvoet geeft de voorkeur aan stikstofrijke grond en komt in Midden-Europa voor op afvalplaatsen, aan beek- en rivieroevers, ruigten, vooral op zandgrond, is zeer algemeen. 
Oogsten is mogelijk vanaf het tweede jaar. Drogen in de schaduw.
In Bastion zowat overal langs de wandelwegen.
Bijvoet bevat een weinig etherische olie en bitterstoffen. Het wekt de spijsvertering op en ook de menstruatie. In hoge doses en bij lang gebruik  kan beschadiging van het het zenuwstelsel voorkomen.

Gebruik: De bloeiende, gedroogde stengeltoppen en de bladen. 
Bijvoetthee: 1-2 eetlepels fijn gesneden kruid met 1 1iter. water aan het koken brengen en laten trekken,  gebruikt bij gebrek aan eetlust, tegen slechte spijsvertering en bij onregelmatige menstruatie.
Aan bijvoet werden vroeger magische krachten toegeschreven: de plant zou tegen de bliksem beschermen. De Latijnse naam is afkomstig van de godin Artemis en de druïden kroonden de maagden met bijvoet, vandaar waarschijnlijk de vermeende abortieve eigenschap.

Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare L.) Familie Samengesteldbloemigen  

Naamverklaring: Boerenwormkruid dankt zijn naam aan de thee die van de bloemen en bladeren wordt getrokken, een middel tegen ingewandswormen.
Tanacetum zou afgeleid zijn van athanatos = onsterfelijk, omdat de gedroogde bloemen lang hun kleur bewaren en vulgare = algemeen voorkomend.

Beschrijving: Het boerenwormkruid is een statige, overblijvende plant. 
De bladen zijn geveerd met langwerpig- lancetvormige slippen en behaard. De diepgele bloemhoofdjes vormen tamelijk platte, schermvormige pluimen.  Ze dragen korte buisbloemen. De hele plant riekt zeer sterk aromatisch.
Bloeitijd juli-herfst.

Verzamelen: Boerenwormkruid groeit  aan bos- en wegranden, langs wegen en dijken, op ruigten en  zandige plaatsen. Verzamelen in de bloeitijd; drogen in de schaduw.
In Bastion langs de wandelwegen, op de bloemenweide en de hooilanden.

Gebruik: De gedroogde bloemhoofdjes, soms  de hele gedroogde plant.
Het voornaamste bestanddeel is etherische olie en veel giftig thujon . Dit werkt wormafdrijvend, vooral op spoel- en lintwormen. Het bevordert de bloedtoevoer naar de buik.  Hoge doses veroorzaken duizeligheid,  krampen, buikpijn en kunnen dodelijk zijn. 
Tegen wormen bestaan tegenwoordig veel werkzame, minder giftige middelen, daarom is boerenwormkruid als wormdrank  sterk af te raden, zeker bij zwangerschap.
In kleine hoeveelheden wordt boerenwormkruid vermengd in de "groenkoeken".of ovenkoeken.
Een extract van de hele plant zou een insectendodende werking hebben en wordt soms gebruikt om hokken van dieren vlovrij te houden.

Bosbraam (Rubus fruticosus L.) Familie Roosachtigen

Beschrijving: De braam is een  klimplant . Hij bezit 2-jarige, meterlange stekelige loten die in het eerste jaar alleen bladeren dragen, in het tweede jaar aan zijspruiten bloemen.  De bladeren zijn oneven geveerd en dragen op de bladsteel en bladnerven  stekels. De rand is getand en het oppervlak van onder en boven ruwharig.
Bloeitijd juni-juli.
De braam groeit in heggen en bossen. Het verzamelen van het blad geschiedt meestal in juni-augustus. Drogen mogelijk in de zon of in de schaduw.
In Bastion rond de bunkers en aan de houtkant aan de forten.

Gebruik: Het gedroogde blad. 

Het bramenblad bevat looistoffen en  sporen van een etherische olie. Werkt stoppend en ontstekingwerend op geprikkelde slijmvliezen. De werking wordt  vaak overschat.
Zeer  zwak  als kalmerend of slaapverwekkend middel. 
Medisch wordt bramenblad als thee (1 handvol met 11. water koud opzetten, 2-3 minuten laten koken) tegen diarree toegepast, verder als gorgel- en spoelmiddel bij ontstoken mond- en keelholte (zwak werkzaam) en als badmiddel bij slecht genezende wonden. Bramenbladthee wordt gebruikt als onschadelijke familiethee in plaats van gewone thee. Hiertoe moeten de bladen na het plukken enige dagen op een hoop liggen, waardoor zij groenbruin van kleur en aromatischer worden.

Bramenlikeur: Een grote kop zeer rijpe bramen fijnstampen, gedurende één maand in alcohol van 45° in de zon plaatsen, af en toe schudden, filtreren en suiker toevoegen naar behoefte.

Een grote kop zeer rijpe bramen fijnstampen, gedurende één maand in alcohol van 45° in de zon plaatsen, af en toe schudden, filtreren en suiker toevoegen naar behoefte.

Grote brandnetel (Urtica dioica) Familie van brandnetelachtigen

Naamverklaring: De Nederlandse naam is afgeleid van de brandende wondjes veroorzaakt door de brandharen en van de vezelige stengeldraden werd vroeger een soort neteldoek geweven.
Dioica betekent tweehuizig, hetgeen slaat op de eenslachtigheid van de bloemen.  

Beschrijving: Overblijvende plant heeft rechte stengels.  De bladeren zijn gezaagd en hartvormig. De plant heeft groengele katjesachtige eenslachtige bloemen.
De plant groeit op stikstofrijke plaatsen. De plant wordt verzameld wanneer de stengels 30-50 cm hoog zijn; drogen in de schaduw, niet boven 50°.
In Bastion in het wilgenbroek en het bosvalleitje

Gebruik: De hele jonge plant, het perssap, de gedroogde bladeren en wortelstok  
Brandnetels bevatten  veel bladgroen en bevorderen de bloedaanmaak, het netelgif bevat o.a.histamine wat kan helpen tegen hooikoorts.
Verse brandnetelplanten werken bloedvormend , urine-afdrijvend en verlagen een beetje de bloedsuikerspiegel.  Uitwendig bevorderen ze de doorbloeding van de huid, vandaar ook de betwiste eigenschap tot bevorderen van de haargroei.
Verse jonge planten als sla en groente werken versterkend en bevorderen de urine-afscheiding bij waterzucht en  ondersteunen zelfs bij behandeling van suikerziekte.  I n een koud klimaat wreven de Romeinen hun lichaam in met brandnetels, een pijnlijke manier om het warm te krijgen. Tot voor kort was het slaan met brandnetels een volksremedie tegen reuma en artritis.

Citroenmelisse (Melissa officinalis L.) familie:Lipbloemigen

Naamverklaring: het Griekse woord melissa = bij, omdat de plant door haar nectar de bijen aantrekt.  
De plant geurt en smaakt aangenaam naar citroen.  

Beschrijving: Overblijvende plant die van jaar tot jaar veel groter wordt met 30-100 cm hoge, vierkante, weinig behaarde stengels. De bladen staan tegenover elkaar,  eirond tot driehoekig, , zwak behaard, met gekarteld-gezaagde rand. De witte bloempjes  zitten in de bladoksels op korte steeltjes.
Afkomstig uit het oostelijke Middellandse-Zeegebied, af en toe ook verwilderd op stenige grond. Snel drogen in de schaduw. 
In Bastion langs de weg naar het wilgenbroek, achter de duin.

Gebruik: Het gedroogde blad, voor huishoudelijk gebruik  ook de uiteinden van de bloeiende stengels.
Etherische olie; in kleine dosis werkt het kalmerend op het maag-darmkanaal, in grotere dosis als licht slaapmiddel en algemeen kalmerend,  verder licht bloeddrukverlagend en pols vertragend.
Melissethee: 5-25 g in 1 1iter kokend water verwarmen, niet koken,  tegen maagklachten,  braakneiging, buikkrampen, als kalmeringsmiddel bij opwinding en stress, een aantal maal per dag één tot twee kopjes thee drinken.  Hetzelfde als de thee werkt de melisse-alkohol of 'karmelietergeest'.Citroenmelisse werd in de 18e eeuw gebruikt in elexirs die de eeuwige jeugd zouden schenken.
Wanneer men er het lichaam mee inwrijft, houdt de sterke citroengeur de muggen weg.
Enkele takje melisse in het badwater werken slaapverwekkend en kalmerend, ook bij kinderen.
De verse jonge blaadjes zijn heerlijk in sla en slasauzen (tartaar met versnipperde ui, peterselie en melisse).
Eveneens lekker bij de groenten van paling in 't groen.

Het gedroogde blad, voor huishoudelijk gebruik  ook de uiteinden van de bloeiende stengelsEtherische olie; in kleine dosis werkt het kalmerend op het maag-darmkanaal, in grotere dosis als licht slaapmiddel en algemeen kalmerend,  verder licht bloeddrukverlagend en pols vertragend.Melissethee: 5-25 g in 1 1iter kokend water verwarmen, niet koken,  tegen maagklachten,  braakneiging, buikkrampen, als kalmeringsmiddel bij opwinding en stress, een aantal maal per dag één tot twee kopjes thee drinken.  Hetzelfde als de thee werkt de melisse-alkohol of 'karmelietergeest'.Citroenmelisse werd in de 18e eeuw gebruikt in elexirs die de eeuwige jeugd zouden schenken.Wanneer men er het lichaam mee inwrijft, houdt de sterke citroengeur de muggen weg.Enkele takje melisse in het badwater werken slaapverwekkend en kalmerend, ook bij kinderen.De verse jonge blaadjes zijn heerlijk in sla en slasauzen (tartaar met versnipperde ui, peterselie en melisse).Eveneens lekker bij de groenten van paling in 't groen.

Daslook (Allium ursinum L×) Familie Lelieachtigen

Beschrijving: Daslook is een overblijvend bolgewas en  grote, elliptische, toegespitste bladeren. De ietwat driekantige, stevige bloemstengel draagt een eindstandige bloeiwijze met  grote, witte bloemen met 6 bloemblaadjes. 
Bloeitijd april-juni.
Daslook groeit bijeen op schaduwrijke, vochtige plaatsen in bosjes en wouden. Verzamelen voor drogen in de bloeitijd, vers kan altijd.
In Bastion in het wilgenbroekje en het bosvalleitje

Gebruik: Vooral het verse kruid. 

Bevat  zwavelhoudende etherische olie en werkt op dezelfde wijze als knoflook: desinfecterend in de darm, zwak vaatverwijdend en daardoor ook zwak bloeddrukverlagend, eveneens galafdrijvend. Uitwendig toegepast veroorzaakt het plaatselijk versterkte bloedtoevoer.
Zoals knoflook verlaagt daslook de cholesterolspiegel in het bloed en verkleint het risico op hartaandoeningen.

Meest werkzaam als fijngemaakte salade.
Daslook wordt vooral gebruikt als opwekkingsmiddel bij voorjaarskuren, verder tegen te hoge bloeddruk, arteriosclerose en tegen diarree en gassen. Uitwendig wordt het geplette blad op slecht genezende wonden, steenpuisten enz. gelegd. Andere looksoorten, speciaal Allium victorialis, werken op dezelfde wijze als daslook.

Grove Den (Pinus silvestris)  Familie Denachtigen

Beschrijving: De grove den (pijn) heeft 4 - 6 cm lange naalden, telkens per twee. De korte dennekegels dragen lange schubben. De smaak van de loten is harsachtig-bitter.
Bloei mei-juni.
De grove den houdt van warme en droge plaatsen en groeit op heide- en zandgrond. DE knoppen worden  direct na het uitkomen verzameld.  Drogen in de schaduw.
In Bastion werden dennen aangeplant langsheen de omheiningen aan de Begijnhoflaan en de Brusselse Forten.

Gebruik: De nog niet volledig ontwikkelde, gedroogde voorjaarsloten.
De topjes bevatten hars en etherische olie die allebei het ophoesten bevorderen en ook licht urine-af-drijvend werken.  Een bad met dennenextract bevordert de genezing van etterige wonden.
Dennenthee koud opzetten, 1-2 minuten koken en dan laten trekken tegen bronchiaal katar. Als damp tegen neusverkoudheid. Als bad, een handvol knoppen met 2 1iter. water laten koken voor het baden van moeilijk genezende wonden en tegen reuma.

Doornappel (Datura stramonium) Familie nachtschadefamilie  

Naamafleiding: Doornappel slaat op de stekelige vruchten. Datura is afgeleid uit het Arabisch = die steekt. Stramonium is een samentrekking van twee Griekse woorden en betekent "die een gezwel veroorzaakt".

Beschrijving: Kruidachtige plant, ±1 m. Grof getande bladeren, witte buisvormige bloemen. De stekelige doosvruchten bevatten vele zwarte, niervormige zaadjes.
Op puin, in tuinen en velden. Duikt soms op in Bastion naast de weg tussen Begijnhoflaan en wilgenbroek.

Werkzame stoffen en werking: De gevaarlijke alkaloïden; hyoscamine, atropine en scopolamine worden veel in de geneeskunde gebruikt. De doornappel en zijn bereidingen zijn zeer doeltreffend tegen astma-aanvallen.
De hele plant is giftig en de voorgeschreven dosis mag nooit overschreden worden.
Plaats nooit zaaddozen in droogboeketten; de zaden kunnen ver wegspringen en onvrijwillig worden opgenomen! 

Witte Dovenetel (Lamium album L.) Familie Lipbloemigen

Beschrijving: Blijvende plant met vertakte, meestal ondergrondse uitlopers. De vierkantige stengel is behaard en draagt kruisgewijs geplaatste, eironde, gezaagde, behaarde bladeren.  De bloemen zitten in schijnkransen van 6-16 en hebben een witte tot geelwitte kroon met een grote bovenlip.
Bloeitijd mei-augustus.

Langs wegen en op ruigten; zeer algemeen. Verzamelen in de bloeitijd; drogen in de schaduw.
In Bastion overal langs de wandelwegen.

Gebruik: Het gedroogde bloeiende kruid; de gedroogde bloemkronen met de meeldraden. Het gehele kruid is vermoedelijk werkzamer dan alleen de bloemkronen.

Bevat sporen etherische olie, looistof, saponine en slijm. Dovenetel regelt de darmwerking, werkt oplossend bij luchtwegkatar, is zwak urine-afdrijvend en verlicht de menstruatie. Deze werkingen zijn zwak.

Dovenetelthee: 1- 2 eetlepels in 1 1iter  water aan het koken brengen en laten trekken, om de darmwerking te regelen bij diarree en verstopping. Ook tegen katar van de luchtwegen. Uitwendig wordt de thee als omslag toegepast bij brand- en andere wonden.

Duizendblad (Achillea millefolium) Familie Samengesteldbloemigen

Naamafleiding: De Nederlandse naam naar de fijn ingesneden en samengestelde bladeren. De Latijnse naam naar de Griekse held Achilleus die het gebruikte om wonden te helen.

Beschrijving: Duizendblad is een overblijvende plant met  geveerde donzige bladeren. De bloemhoofdjes zitten in een platte, schermvormige pluim en dragen een krans van witte straalbloemen. 
Bloeitijd juni-oktober. Het duizendblad groeit op wegbermen, ruigten, langs wegen en dijken. Verzamelen in de bloeitijd; drogen in de schaduw..
In Bastion in de bloemenweide en op de bermen. 

Gebruik: Het hele, bloeiende, gedroogde kruid, minder vaak alleen de bloemhoofdjes of de bladeren. Ook de vluchtige olie. Bevat bitterstof en etherische olie. Duizendblad werkt in het algemeen ontstekingwerend en krampverminderend, verder prikkelend op de afscheiding van spijsverteringssappen (eetlustopwekkend) en regulerend en krampopheffend bij menstruatiestoornissen. Bovendien lost het de hoest op. Grote hoeveelheden veroorzaken duizeligheid en hoofdpijn.

Duizendbladthee: 2-3 eetlepels fijn gesneden kruid met 1 1iter water verhitten en laten trekken.  Bij maagstoornissen, gebrek aan eetlust, diarree, gassen, tegen wegblijvende en pijnlijke menstruatie (hierbij graag gebruikt), tegen aambeien en hoesten. Uitwendig wordt het gebruikt als badmiddel bij slecht genezende en geïnfecteerde wonden.
In England stond duizendblad bekend als "bloedneus" wegens zijn adstringerende werking.

Eik (Quercus robur) Familie Napjesdragers

Beschrijving: Zomer- en wintereik vormen tot 40 m hoge bomen met eerst gladde, later sterk gebarsten schors. De bladsteel is bij de zomereik heel kort (0,5 - 1 cm), bij de wintereik 10 - 25 mm lang. De vruchten zitten bij de zomereik op tamelijk lange steeltjes, bij de wintereik daarentegen in groepjes van 3 - 7 op een heel korte steel. Bloeitijd mei. De zomereik groeit  zware, vochthoudende grond in bossen en langs wegen. De wintereik komt meer op arme, droge grond voor. Het verzamelen van de schors gebeurt het best in het voorjaar. Drogen in de zon of in de schaduw, ook bij kunstmatige warmte (50-60°C). Het verzamelen gaat het beste door met een stok tegen de schors te slaan.
In Bastion in het eikenbosje. 

Gebruik: Vooral de gedroogde gladde schors van jonge (5-12 jarige) bomen, zelden ook de gedroogde bladeren of de gedroogde of geroosterde vruchten. Oude schors met ruwe, gebarsten buitenkant is veel minder werkzaam.  De werkzame stoffen in eikeschors, -bladeren en vruchten zijn looistoffen. Deze werken samentrekkend en ontstekingwerend op geprikkelde en ontstoken slijmvliezen,  stoppend en versterkend bij diarree. Inwendig als thee of als poeder (4-5 maal daags een mespunt vol) tegen diarree (weinig gebruikt). Uitwendig als afkooksel (50-100 g. fijn gesneden of verpoederde schors met 1 1.water 10 minuten koken) om te gorgelen of te spoelen bij ontstoken slijmvliezen van mond- en keelholte en van de schede (ook bij witte vloed); verder als badmiddel tegen winterknobbels, bij verbranding en bij aambeien

Eikvaren (Polypodium vulgare)  Familie Naaktvarenachtigen  

Beschrijving: De eikvaren bezit vlak onder de grond of in mos kruipende, 0,3 - 1 cm dikke, iets afgeplatte, zoet smakende wortelstokken, waarop de aanhechtingen van de vroegere bladeren nog als korte tanden zijn blijven staan. 
Het diep veerdelige blad bezit afwisselend of tegenover elkaar geplaatste stevige, lancetvormige bladslippen met een aan de onderkant uitstekende middennerf, waarlangs zich 2 rijen oranje, later bruin gekleurde sporenhoopjes bevinden.  
Op zanderige bosgrond en duinhellingen, op knotwilgen en oude muren. 
Verzamelen in de herfst, waarbij de punt van de wortelstok weer in de grond moet worden gestopt. Drogen in de zon of in de schaduw. 
In Bastion aan de voet van de eiken in het eikenbos en in de stapelmuurtjes.. 

Gebruik: De gedroogde wortelstok. Deze wortelstok wordt veel gevraagd in de kruidenhandel. De eikvaren of zoete varen wordt ook bos-zoethout genoemd wegens het zoete glycyrrhizine en suiker, dezelfde stof maar in mindere mate als bij zoethout. Verder ook bitterstof, looistof, saponinen verder hars en galafdrijvende stoffen.
Werkt bevorderend op het ophoesten bij bronchiaal-katar en wekt de galafscheiding op, waardoor ook een licht laxerende werking ontstaat. 
Wordt gebruikt in bitterlikeuren. 
De thee (1 eetlepel fijn gesneden wortel met 1/2 1. water, 5 minuten koken en laten trekken) wordt gebruikt bij bronchiaal-katar, bij lichte verstopping en bij onvoldoende galafscheiding. Op dezelfde manier wordt ook poedervormige eikvarenwortel (2-4 maal 2 g.) gebruikt.