U bent hier: 
  • Home
  • De natuur in!
  • Limburg
  • De Oudsberg
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

De Oudsberg

Het natuurreservaat De Oudsberg ligt in de gemeente Meeuwen-Gruitrode. De Oudsberg is een zanderige landduin die zo’n 35 meter boven het Kempisch plateau uitsteekt. De ruime waaier van typische duinvegetatie maken dit natuurreservaat heel bijzonder en waardevol. Met wat verbeelding lijkt het alsof de zee hier nooit ver weg is.

Nieuws:

Ons contacteren

Agentschap Voor Natuur en Bos Limburg
Koningin Astridlaan 50 bus 5
3500 Hasselt
Tel: 01174 24 50
Fax: 011 74 24 99
lim.anb@vlaanderen.be
bosbrand in OudsbergOudsbergOudsbergOudsbergOudsbergOudsbergOudsberg

Fauna en flora / geschiedenis

De Oudsberg is een onderdeel van een duinengordel die zich vroeger uitstrekte van Hechtel tot Maaseik. 15.000 jaar geleden, na de laatste ijstijden, kreeg het Kempisch Plateau te maken met enorme zandverstuivingen. Er vormden zich diepe leeggestoven laagten, waarin vennen ontstonden, en elders hoge zandafzettingen die als duinruggen boven het landschap uitstaken. Toen het klimaat opwarmde ontwikkelden er zich berken- en eikenbossen.

In de Middeleeuwen deed intensieve ontginning de bodem verarmen waardoor alleen nog heide kon overleven. Plaatselijke overbegrazing van schapen deed opnieuw zandverstuiving ontstaan en boetseerde het huidige duinenlandschap.

Ook nu nog zijn de landduinen in volle beweging. De toenemende druk van recreatie in dit gebied laat haar sporen na op de bodem. Het zand breidt zich uit terwijl de duintoppen wegstuiven. Ooit was de Oudsberg 95 meter hoog. Door bodemverstoring is ze alleen al de laatste 20 jaar zeker 7 meter lager geworden. De titel van hoogste heuvel van de Kempen is de Oudsberg intussen dan ook kwijtgespeeld.

Op een voedselarme, droge landduin, zoals de Oudsberg, kunnen planten zeer moeilijk groeien. Overdag warmt het zand sterk op en 's nachts koelt het snel af. Bovendien moeten planten er wind en zandverstuivingen trotseren. Pioniersplanten zoals buntgras, dat mooie blauwgroene polletjes vormt, zandzegge en ruig haarmos doen het hier goed. Zij maken de bodem klaar voor soorten als heidespurrie, schapengras en korstmossen. Vervolgens komt er ook struikheide, die de overige vegetatie steeds meer gaat overheersen. Zaad van de omringende dennenbossen doet vrijpostig jonge dennen ontkiemen. Ook berk, eik, lijsterbes en spork duiken geleidelijk op. Zo ontstaan stapsgewijs natuurlijke bossen.

Ook verscheidene dieren wisten zich aan te passen aan de barre omstandigheden van dit gebied. Je vindt hier de levendbarende hagedis, talloze insecten en sprinkhanen zoals blauwvleugel en wekkertje. In open zand leven de zandbijtjes. De bloeiende heide is onweerstaanbaar voor honingzoekers als bijen, vlinders en zweefvliegen. Op de boomrijke heide zie je boomleeuwerik, boompieper en nachtzwaluw. In de bossen broeden verscheidene roofvogels. Het ijle gepiep van het goudhaantje weerklinkt vooral in de dennenbossen. Vraatsporen aan struiken en jonge bomen verraden duidelijk de aanwezigheid van reeën. Vos, wezel, bunzing, eekhoorn, haas en konijn vinden hier ook een geschikt territorium. Toch verblijven weinig dieren hier permanent. De reden is de veelal te storende aanwezigheid van de mens.

Share/Bookmark