U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Geschiedkundige kijk op de heide


De heide vroeger en nu

Sinds de eerste nederzettingen werd het oerbos gekapt. Bij gebrek aan meststoffen verdwenen die oorspronkelijke bossen volledig. Ze maakten plaats voor weides op de rand van de beekvalleien, hooilanden in de beekvalleien en kleinschalige akkers op de drogere en meestal hoger gelegen gronden. Het grootste deel van de ontboste delen veranderde na het tijdelijke landbouwgebruik in woeste gronden, begroeid met heide. In een brede zone met een vochtig klimaat en onvruchtbare bodems langs de Atlantische kusten van Europa, vindt je heideterreinen. De heide maakte eeuwenlang deel uit van het landbouwsysteem. Het vee, vooral schapen, graasde overdag op de heide, die algemeen bezit was; men noemde de heide toen de gemene (=gemeenschappelijke) gronden. De mest van de dieren viel ’s avonds in de potstal en werd gebruikt voor de akkertjes. De heide ha ook nut voor het steken van plaggen voor de potstal en om bijen te houden, die honing en was leverden. Heidemaaisel werd gebruikt voor de haard, voor de potstal en om bezems te binden. Dankzij het intensieve gebruik van de heide, begrazing, plaggen, kappen en branden, bleef ze vele eeuwen bestaan.
In de Limburgse Kempen begon de heide te verdwijnen met de komst van de kunstmest, de tractor, de verbetering van het transport en de invoer van goedkoop veevoer en wol uit het buitenland. Het grootste deel van de heide werd aanvankelijk omgezet in akkers en weilanden.
De grootste veranderingen in het landschap kwamen er na de ontdekking van de steenkool in de Kempische ondergrond. Grote delen van de Kempen werden industrie- of woongebied of werden bebost met naaldbomen ten behoeve van de mijnbouw. Er werden veel nieuwe wegen en spoorwegen aangelegd. Het huidig fietspad op De Teut loopt over het traject van een oud kolenspoor.

terug