De Gerheserbossen liggen in het uitgestrekte gebied van Gerheserheide waar zandgronden en met dennenbossen begroeide duinen het landschap bepalen. De landduinen of stuifduinen ontstonden na de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden. Los zand werd met de wind meegevoerd en opgehoopt. Zowat een eeuw geleden plantte men het zwakgolvende landschap rond Gerheserheide vol met uitgestrekte dennenvelden. Het hout gebruikte men voor de mijnbouw. De eeuwen daarvoor hadden de oorspronkelijke eikenberkenbossen al plaats moeten ruimen voor arme heidevelden.
Ontdaan van haar mijnverleden, wendt de groenste provincie van Vlaanderen dit groeiende kapitaal aan hout vandaag aan om in enige mate zelfvoorzienend te zijn voor deze hernieuwbare grondstof. Verspreid in het naaldwoud liggen nochtans kleine, waardevolle relicten van heiden en vennen. Door deze open plekjes met elkaar te verbinden via lichtrijke dreven voelen zeldzame dieren als boskrekel en nachtzwaluw zich er toch nog thuis. Het bos zelf is vanwege zijn omvang en gevarieerde opbouw aantrekkelijk voor veeleisende bosbewoners als havik en zwarte specht. Het Agentschap voor Natuur en Bos tracht met een aangepast bosbeheer naast een zekere én duurzame houtoogst de bijzondere flora en fauna te behouden en zelfs betere kansen te geven. Veel aandacht gaat hierbij naar het ontwikkelen van een gevarieerde en dus gezonde boslevensgemeenschap met speciale zorg voor de zonovergoten paden en open plekken.