Omdat plaatselijk kalkrijke kwel (soort grondwater) bovenkomt, vind je er verschillende waardevolle vegetaties. Zo ontwikkelt er zich een dottergrasland op de jaarlijks gemaaide stukken. Waar minder intensief beheerd wordt, komt reuzenpaardenstaart voor. Er zijn eveneens veel ruigtes die zich ontwikkelen tot grote zeggevegetaties, moerasspirearuigtes of rietlanden. Deze vormen een belangrijk biotoop voor ongewervelden en ook dwergmuis en bosrietzanger maken er graag hun nest.
De beemden (waterrijke weilanden) worden hersteld door het rooien van populieren en maaibeheer. Op verschillende plaatsen ontwikkelt zich spontaan elzen-essenbos dat een uitbundige voorjaarsflora kent. Andere hellingen worden omgevormd tot soortenrijke graslanden. Het heraanplanten van inheemse hagen, houtkanten, knotbomen en hoogstamboomgaarden verschaffen een optimaal biotoop voor vogelsoorten zoals de steenuil. Ook de das voelt er zich thuis en de aangelegde poelen trekken amfibieën en libellen aan.
De essen- en elzenbosjes worden als hakhout beheerd. Gekapt hout blijft op hopen liggen en vormt een schuilplaats voor allerlei dieren. Een belangrijk onderdeel van het beheerwerk is het vlekgewijs maaien om voor variatie te zorgen. Kleine landschapselementen (hagen, knotbomen) worden periodiek gesnoeid en voor de begrazing van graslanden wordt samengewerkt met plaatselijke landbouwers.