De heide is een landschap dat onder invloed van de mens is ontstaan en in stand werd gehouden. Door het kappen van oerbos en het begrazen van het land ontstond de typische heideomgeving. Indien je de natuur haar gang laat gaan zou alles alweer snel vol staan met bossen. Een consequent natuurbeheer zorgt ervoor dat jonge boompjes in de heide worden gekapt. De terreinen worden ook geplagd: de bovenste humusrijke grondlagen worden afgeschraapt.
Om de 7 of 10 jaar worden stukken heide afgemaaid of -gebrand om nieuwe heideplantjes ruimte te geven. Zo blijft dce heide bestaan.
De Mechelse Heide telt onder de vele soorten heideplanten ook de rode dopheide, een zeldzame soort in België. Bovendien treft men nergens zoveel bremsoorten aan als hier. Her en der verspreid staan hoge struiken en bomen, zoals trilpopulier, sporkehout en wintereik. De bomen bieden beschutting voor hagedissen en vogels (o.a. boompieper, roodborsttapuit en nachtzwaluw).
Naast typische heidebewoners (o.a. mieren, zandloopkevers en konijnen), hebben ook heel zeldzame diersoorten zich aan het harde leven in dit heidegebied aangepast, zoals de gladde slang en zadelsprinkhaan.