Het oorspronkelijke vlakke heidelandschap veranderde grondig van reliëf toen de steenkoolwinning van start ging. Opgehoopte steenstorten of terrils torenen uit boven het landschap, terwijl de mijnverzakkingsgebieden er gezonken bij liggen.
Na de mijnsluiting kregen terril 2 en de omliggende grond een nieuwe bestemming als Vlaams natuurreservaat.
In 1995 saneerde men de mijnterril. Kruiden en grasmengsels werden uitgezaaid. De natuur hielp daarbij een handje dankzij verspreiders als wind en dieren. De terril is nu begroeid met een rijke waaier aan planten. Op de steile hellingen floreren bosjes zomereik, ruwe berk, meidoorn, hondsroos en bosrank. Sint-Janskruid, margriet, boerenwormkruid, duizendblad en wilde peen wedijveren met elkaar voor een plekje op de meer zonnige, open delen. Vogels als veldleeuwerik, boompieper, graspieper en kievit laten zich die kruidenweelde welgevallen. Het is voor hen een uitgelezen biotoop om te broeden. Bovendien zijn er snacks à volonté dankzij de vele aanwezige insecten, waaronder de opmerkelijke blauwvleugelsprinkhaan en de koninginnepage.
Het ANB staat in voor een beheer waarbij men rekening houdt met de ecologische, economische en recreatieve troeven van dit reservaat. De eentonige naaldhoutbossen zullen op termijn aan variatie winnen met meer inheemse boomsoorten. De top van de terril en de noordwestelijke open zone krijgen regelmatig een maaibeurt. Zo blijft het open karakter bewaard en ontstaat een stevige grasmat die erosie tegenhoudt.