Het domeinbos kent een variatie aan boomsoorten van verschillende boomleeftijden; sommige staan er al van voor 1900, andere delen zijn dan weer recent herbebost. Een mooi voorbeeld van oude variëteiten vind je in de hoogstamboomgaard langs het Zwarte Water. De variatie in flora verschilt eveneens van perceel tot perceel.
De grote natuurlijke verscheidenheid biedt een optimaal biotoop aan ree, vos, steenmarter, bunzing, hermelijn, eekhoorn, … Ook veel vogels vinden hier hun stek; vooral de “houtbewerkers” zoals spechten, mezen, winterkoninkjes, … doen het er goed.
De snelle opgang van de Amerikaanse eik (een exoot) wordt afgeremd door het dunnen of kappen van dit soort bossen. Zomer- en wintereik, es, linde en boskerselaar worden in plaats hiervan aangeplant. Aangezien de bodem bestaat uit harde ijzerzandsteen ondervinden deze heraanplantingen een vrij moeilijke aanvangsperiode. Ook wildvraat vormt een probleem wanneer uitheemse bossen zijn omgevormd naar inheemse; deze bospercelen worden dan ook afgerasterd.
Het bosbeheer streeft naar het behoud van loofbomen op de hellingflanken, standplaatseigen bostypes en het behoud van een ongelijkjarig en structuurrijk bos. De omvormingen gebeuren gefaseerd om overmatige verstoring te vermijden.
Dood hout komt er in grote hoeveelheden voor.