De zuidwestgerichte helling is steiler en meer kalkhoudend dan het overig gebied. De kalkhoudende bodem en het microklimaat op de helling zorgen ervoor dat hier kalkrijke kamgrasland voorkomt. Deze graslanden zijn zeer belangrijk voor insecten als sprinkhanen en vlinders. De naar het noordoosten gekeerde, veel minder steile helling, is nagenoeg volledig als weide en hoogstamboomgaard heringericht met een mozaiëk van soortenrijkere kamgraslanden en glanshavergraslanden. In het gebied zijn ook hagen, houtkanten en hoogstamboomgaarden hersteld en aangeplant. Fraai, maar ook een geschikt habitat voor soorten zoals hazelmuis en grauwe klauwier. In de schemering verlaten veel dieren - zoals ree en everzwijn - het bos om te fourageren in de open vallei.
Het door het Agentschap voor Natuur en Bos uitgevoerde beheer bestaat uit vleksgewijze maaibeurten met nabegrazing i.s.m. plaatselijke landbouwers. Zo worden bepaalde soortenrijke graslanden instandgehouden en verder ontwikkeld. De meidoornhagen worden jaarlijks gesnoeid. Enkele oude hoog uitgroeiende hagen mogen zonder beheer uitgroeien tot bloem- en besrijke houtkanten.