Het Bos Ter Rijst ligt langgerekt op de steile oostflank langs de bovenloop van de Molenbeek. Talrijke bronnen in het bos voeden langs diep uitgesneden beken de Molenbeek in het westen. In dit koele en zuurstofrijke bronwater vindt de vuursalamander een geschikte plek om zijn larven af te zetten.
De bronnen en beken laten zich flankeren door gewone es, zwarte els en hazelaar. De beuk laat weinig licht door en zadelt de kruidlaag op met een dik pak slecht verteerbare humus. Het beheer streeft er naar om in deze natte zones de beuk terug te dringen. Zo krijgen bittere veldkers en reuzenpaardenstaart weer volop de kans om deze bronzones op te fleuren.
Te midden van de tapijten met wilde hyacint en bosanemoon, vind je ook de wilde narcis. Deze gele bloem balanceert hier op de rand van haar verspreidingsgebied.
Op de drogere stukken in het Bos Ter Rijst zijn naast de beuk ook de gewone es, zomereik, esdoorn en haagbeuk van de partij. Tot in de 18de eeuw werd dit bos als ‘hak- en middelhout’ beheerd. Om de vijf à tien jaar werden jonge bomen en struiken tot aan de grond afgezet (hakhout). Uit de overblijvende stronk schoten loten of scheuten uit, die mochten uitgroeien tot de volgende kapbeurt. Landbouwers gebruikten het geoogste hout om er werktuigen of weidepalen van te maken. En in de winter gaf dit hout in huis een welverdiende, gezellige warmte…. De naam ‘Ter Rijst’ danken we trouwens aan dit rijshout van weleer: de gekapte jonge houtige opslag werd samengebonden tot bussels, die in een mum van tijd de ovens van bakkerijen en de ketels van brouwerijen op de gewenste temperatuur brachten.
In deze bosjes met hakhout bleven her en der ‘overstaanders’ staan (middelhout). Deze vrijstaande bomen leverden op kaprijpe leeftijd kwalitatief hoogstaand hout voor de bouw en de meubelindustrie op.
Nu houdt het Agentschap voor Natuur en Bos op verschillende plaatsen in het bos deze beheersvorm van weleer in ere. Dit creërt licht en ruimte in het bos. Dit is meteen goed nieuws voor vogels (zwartkop, nachtegaal,…) en vlinders (de gehakkelde aurelia, het bont zandoogje…).