In de 12e eeuw maakte het Buggenhoutbos deel uit van een gigantisch woud genaamd “Beuckenhoudt”. De gemeente Buggenhout heeft aan dit woud haar naam te danken.
Beuken overheersten vroeger dit bos maar die heeft ondertussen plaats moeten ruimen voor de wintereik. Nergens in Vlaanderen vind je meer wintereiken dan hier.
Het bos biedt een schuilplaats talrijke broedvogels waaronder de bosuil, buizerd, sperwer, wielewaal, boomklever en zwarte specht.
In de herfst vind je er een heel grote variatie aan paddenstoelen waaronder amanieten, bovisten en boleten maar ook de zeldzame gekraagde aardster.
Het oostelijke gedeelte van het bos ligt in de Hollebeekvallei waar je een glimp kan opvangen van de zeldzame vuursalamander.
Een oude bospoel, de Henneput, lokt in het voorjaar padden en kikkers die er komen paaien.
De hazelworm, in de volksmond ook ‘bospaling’ genoemd, verkiest de schrale, zonnige plekken in het bos.