De ondergrond van het Drongengoedbos bestaat uit een ondoordringbare kleilaag met daar bovenop een dun laagje zand. Hierdoor is de grond minder geschikt voor landbouw. Eeuwenlang was dit gebied dan ook een onherbergzaam heidegebied: het ‘Maldegemveld’. Daar zie je nu nog overblijfselen van. Planten als struikheide, dopheide, ronde zonnedauw en heidekartelblad zijn het levende bewijs van dit rijke heideverleden.
Het Drongengoedbos dankt zijn naam aan de Paters van Drongen (=deelgemeente van Gent) die vanaf de 13e eeuw het gebied hielpen ontginnen. Deze paters hadden de Drongengoedhoeve als uitvalsbasis. Deze mooie hoeve ligt midden in het bos en is een toeristische trekpleister. In de 18e eeuw startte men met het herbebossen van het heidegebied met als resultaat het huidige Drongengoedbos.
Roofvogels voelen zich opperbest in dit bos. Wie goed oplet, herkent onder de gevleugelde bewoners o.a. buizerd, torenvalk, sperwer, bosuil, ransuil en boomvalk. Andere opvallende broedvogels zijn de zwarte en groene specht, boomklever en bonte vliegenvanger.
Een deel van het gebied is militair domein en privébos.