Het Koppenbergbos is hoofdzakelijk een beukenbos, heraangeplant na WO I als antwoord op de kaalslag tijdens het oorlogsgeweld. Stille getuigen hiervan zijn de loopgraven en vele bomkraters in het noordoostelijk deel van het bos.
De beuken staan dicht bij elkaar en hun dichte bladerdek laat weinig licht door. Gerichte kappingen en dunningen creëren in dit donkere bos licht en ruimte. Hierdoor krijgen ook bomen als eik, es, boskers en haagbeuk een kans. Bovendien kan er zich zo een waardevolle en gevarieerde struik- en kruidlaag ontwikkelen. Op het hoogste punt van de Koppenberg besteedt het Agentschap voor Natuur en Bos de nodige aandacht aan de ontwikkeling van open plekken en lichtrijke paden in het bos. Voor de wilde kamperfoelie is dit een ware verademing in het donkere beukenbos. Ook vlinders en zangvogels stellen deze extra lichtinval op prijs!
Het noordoostelijk deel van het Koppenbergbos is gevoelig voor landverschuivingen. De talrijke bronnen zijn hier uiteraard niet vreemd aan. Als de bovenste leemlaag met water verzadigd is, schuift een dik pakket aarde als een sneeuwlawine over de onderliggende ondoordringbare kleilaag.
In het zuidelijk deel van het bos vind je eeuwenoude zomereiken met majestueuze kruinen. Deze oude knarren hebben op borsthoogte een stamomtrek van om en bij de drie meter. Ze zijn in elk geval meer dan 150 jaar, misschien zelfs 200 jaar oud. Tijdens WO I werden ze getroffen door granaatscherven, waardoor ze voor de houtexploitatie niet langer geschikt zijn. Zo bleven ze gered van de hakbijl. Omringende beuken, die het licht wegnemen, worden waar nodig weggenomen om deze uitzonderlijke zomereiken als natuurlijk erfgoed nog een lang leven te gunnen.
Het Koppenbergbos is eigendom van het OCMW Oudenaarde en van het Agentschap voor Natuur en Bos. Het agentschap staat ook in voor het beheer.