Het Paardenschor werd in het begin van de jaren ’80 met zand opgehoogd voor de bouw van de kerncentrale van Doel. Een deel van dit schor (14 ha) werd in 2004 opnieuw afgegraven tot zijn oorspronkelijke niveau. Het gebied komt opnieuw 2 keer per dag onder water te staan. In de modderige slikken krioelen miljoenen waterdiertjes, waar watervogels tuk op zijn. Af en toe krijgt het Paardenschor ook bezoek van de gewone zeehond. Op de schorren verschijnen planten als zeekraal, zeeaster en Engels slijkgras. Deze planten zijn bestand tegen een regelmatig ‘snuifje’ zout van het brakke Scheldewater.
Vlak achter de Scheldedijk ligt Doelpolder Noord (71 ha). Door het land te begrazen met koeien van de lokale landbouwers krijgt open ruimte er vrij spel; een paradijs voor weidevogels. Deze natuurgebieden gelden als compensatie voor het verdwijnen van natuurwaarden bij de aanleg van het Deurganckdok.