De oorspronkelijke laag gelegen weilanden werden in de jaren 80 opgehoogd om er industriegebied van te maken . Gelukkig kregen de Reytmeersen in 1999 een nieuwe bestemming als natuurgebied en kon de natuur er haar vrije gang gaan.
In deze lappendeken van graslanden, bosjes en struikgewas huizen drie opvallende bewoners: konijnen, Gallowayrunderen en Konikpaarden. De konijnen graven en grazen naar hartenlust op de zanderige stukken grond en houden op die manier het terrein open. De Gallowayrunderen grazen het lange gras weg en bereiden zo de maaltijd voor van de Konikpaarden die de voorkeur geven aan kort gras. Via de mest die ze achterlaten verspreiden deze dieren zaden van allerlei planten. Hierdoor is dit landschap voortdurend in verandering en dit is een kolfje naar de hand van tal van planten- en diersoorten.
Aan de overkant van het centrale wandelpad vind je de laaggelegen weilanden (meersen), die in de winter soms onder water komen te staan. Het ANB werkt hier samen met landbouwers uit de buurt om dit meersenlandschap in stand te houden.