De twee grote plassen in de Roggeman ontstonden toen in de 17de eeuw een meander van de Schelde werd afgesneden. De Grote en Kleine Roggeman wemelden toen van de vis. Vandaar ook de naam Roggeman die een samensmelting is van “rogge” (vis of viskuit) en ”man” (manden).
In het noorden van het natuurgebied ligt het broek van Grembergen, een moerasgebied met her en der veenputten. Die putten zijn ontstaan door het afgraven van veengrond.
De stuifzandrug van Grembergen, ook in het noordelijk deel, is een verhoging die ontstaan is door de afzetting van zand tijdens de laatste ijstijd. Door de hoge ligging is dit gebied veel droger dan het broek van Grembergen. De plassen hier zijn oude zandwinningsputten.
Tussen het riet vinden we planten als grote kattenstaart, watermunt, zwanebloem en zomp-vergeet-me-nietje terug.
De Roggeman is een landschap in beweging. Sinds de meanders van de Schelde zijn afgesneden, zijn ze langzaam aan het verlanden. Dit is een proces waarbij zich langzaamaan meer en meer slib opstapelt waardoor een plas wordt omgevormd tot moeras.