Met de aanleg van het Arboretum, in de jaren dertig, wilde men nagaan hoe exotische boomsoorten gedijen in ons klimaat en op onze bodem. Sinds het jaar 2000 ondergaat het Arboretum een ware gedaanteverwisseling. Een éénvormige verzameling bomen maakt plaats voor een ruime variatie aan struiken, bomen en open ruimten. Je vindt er bomen met ronkende namen zoals de Amerikaanse slangenesdoorn, ginkgo, goudlork, Japanse koekjesboom, jeneverbes, mammoetboom, wilde appel en zeepboom.
De torenhoge mammoetbomen werden aangeplant in 1961. Met hun 28 meter hoogte en 230 cm omtrek behoren ze tot de hoogste en dikste bomen van het arboretum. De hoogste boom is een reuzenzilverspar van 35m (246 cm omtrek). De hoogst levende mammoetboom ter wereld bereikt maar liefst 83,8 meter op een leeftijd van vermoedelijk 2000 jaar.