Een waardevol natuurgebied
De bossen achter het kasteel waren tot het einde van de 18e eeuw in gebruik als viskweekvijvers. Op de vijverdijken werden later dreven aangeplant. De vijvers werden drooggelegd en evolueerden ondertussen naar mooie oude eikenbossen. Langs de dreven tref je lentebloeiers aan als gele dovenetel, muskuskruid, gewone salomonszegel, bosanemoon, lelietje-van-dalen, dalkruid, gevlekte aronskelk en slanke sleutelbloem. In de hooilanden rond het kasteel groeien echte koekoeksbloem, pijptorkruid, dotterbloem, ratelaar, blauwe knoop, wilde bertram en talrijke orchideeën.
Het weidse cultuurlandschap rond het kasteel trekt veldleeuwerik, geel- en grauwe gors, grasmus en boerenzwaluw aan. Vogels als grote bonte specht, steenuil, buizerd, boomkruiper en boomklever vinden een uitgelezen biotoop in de bossen van Horst. In bosjes en parklandschappen met houtkanten tref je bosrandvogels aan zoals braamsluiper en nachtegaal. Ook vleermuizen gebruiken deze landschapselementen om te jagen en zich te verplaatsen. De bossen van Horst vormen ook het biotoop van de zeldzame vuursalamander.
Het kasteeldomein van Horst is een gedroomde plek voor paddenstoelfanaten. De kalkrijke dreven kunnen prat gaan op een aardig lijstje: er komen wel 29 soorten russula’s, 15 soorten boleten, 13 soorten melkzwammen, 8 soorten amanieten en 6 soorten gordijnzwammen voor. Tot de mycologische hoogstandjes behoren de roze en donkere geelplaatrussula, de wolfsboleet, de geelwrattige amaniet, de beukenprachtgordijnzwam en het purpertrechtertje. Verruiging en betreding vormen echter een bedreiging voor deze kwetsbare soorten.