Omstreeks 1900 bouwde notaris Charles Claes het landhuis Groenenberg naar een ontwerp van de Brusselse architect Y. Evrard. Het was het ‘grootste kasteel van Vlezenbeek’, een knipoog naar de overbuur in Gaasbeek, het ‘grootste kasteel van het Pajottenland’... Landschapsarchitect Edmond Galoppin ontwierp het park rechts van de hoofdingang. Hij was ook de ontwerper van het Bulskampveld in Beernem en het Josaphatpark in Schaarbeek. Het park links werd enkele jaren later aangelegd, volgens Galoppins principes.
Van het kasteel vertrokken zes zichtassen langs de belangrijkste onderdelen van het park. Vijf ‘vista’s’ bestaan vandaag nog of zijn terug vrijgesteld volgens het originele concept. Enkele zichtassen lopen door in het landschap, anderen eindigen bij de grenzen van het park.
In de tweede wereldoorlog bezetten hoge Duitse officieren het kasteel. Het achterste terras verbergt nog altijd de betonbunker waarin ze schuilden tijdens geallieerde luchtaanvallen. Na de bevrijding richtten Britse en Amerikaanse soldaten veel schade aan. De afhandeling van het oorlogsschadedossier duurde zo lang, dat de eigenaars het onbewoonbaar geworden kasteel nooit meer betrokken. Het gebouw verviel tot een ruïne. Sommige delen van het park verwilderden, andere werden gebruikt voor landbouw.
In 1981 verkocht erfgename Cécile Houtart het landgoed met bijbehorende hoeve en park aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Dit Agentschap herstelde het grootste deel van het park op basis van Galoppins plannen. Het domein werd ook verrijkt met onder andere harde Gentse azalea’s, Hydrangea’s, Camelia’s, boompioenen en toverhazelaars.
terug