Het ca 500 ha grote Walenbos was tot de jaren 70 in handen van privé-eigenaars. Nadien kocht de Vlaamse overheid geleidelijk aan meer percelen op. Momenteel valt er 320 ha onder beheer van het ANB.
In grote delen van het Walenbos worden menselijke ingrepen herleid tot het minimum. Dood hout en omgevallen bomen blijven liggen en afwateringsloten worden niet meer geruimd. De aanwezigheid van uitgestrekte brongebieden met een variatie van zuur tot basenrijk grondwater, allerlei bodemtypes en reliëfverschillen zorgen voor een grote verscheidenheid aan bostypes, zoals voedselarme elzenbroekbossen met dotterbloem, pluimzegge en waterviolier, eikenhaagbeukenbos met bosanemoon en eenbes en ook drogere eikenbossen met dalkuid en blauwe bosbes.
Bosbestanden met veel exoten of naaldhout worden omgevormd naar spontaan evoluerend natuurbos of onbemest grasland. In deze graslanden groeien zeldzame plantensoorten als gevlekte orchis, heidekartelblad, blauwe knoop, betonie, ratelaar, stekelbrem, moerasviooltje en klein glidkruid. De open plekken, boszomen en poelen vormen een ideaal microklimaat en leefplek voor vele insecten en amfibieën.
De afwisseling tussen bos en open ruimte heeft een grote aantrekkingskracht op heel wat dieren. Steenmarter, bunzing, eekhoorn, vos en ree delen dit gebied met heel wat gevederde vrienden zoals buizerd, havik, wespendief, zwarte specht, middelste bonte specht, houtsnip en ijsvogel.