Zevenbronnen is een cultuurhistorisch belangrijke plaats die je doet mijmeren over lang vervlogen tijden. In 1388 stichtten enkele vrome mannen een augustijnerklooster in Zevenbronnen. Dat domein was toen nog een onderdeel van het Zoniënwoud. De priorij kende algauw gouden tijden. De inkomsten kwamen rechtstreeks of via pachtgelden uit de land- en bosbouw. Vissen werden gekweekt in de negen vijvers op het domein.
Van die oorspronkelijke priorij blijft vandaag niet veel meer over. De vijvers vormen wel nog altijd een belangrijk element in dit domein. Zevenbronnen telt momenteel veertien vijvers die allemaal wemelen van waterleven.
Typische Brabantse heuvellandbomen sieren hier het bos, zoals beuk, els, eik en gewone esdoorn. De kruidlaag herbergt heel wat zeldzame soorten, waaronder bosveldkers, bittere veldkers, gevlekte aronskelk en grote veldbies.
In het voorjaar zorgen de bloementapijten van witte bosanemoon, gele dotterbloem en blauwe boshyacint voor een levendig spektakel. Meiklokjes, vingerhoedskruid, wilgenroosje en heide zorgen ook later op het jaar voor kleur in Zevenbronnen.
De gul aanwezige bloemenvariëteiten trekken heel wat vlinders aan, waaronder de zeldzame grote weerschijnvlinder, de sleedoornpage en de iepenpage.