De Baai van Heist is voortdurend onderhevig aan invloeden van wind en zee. Van oost tot west strekte zich een strandwal uit in de baai. Tussen 1998 en 2001 was die strandwal serieus in hoogte toegenomen. Bij springvloed stroomde de zee regelmatig achter deze zandrug in en uit. Deze langgerekte langsgeul of ‘zwin’ is rijk aan slib. Zoutminnende schorplanten zoals klein schorrekruid, kort- en langarige zeekraal, gewoon kweldergras en Engels slijkgras vonden al snel hun weg naar het zwin. In de herfst van 2001 deden stormvloeden een nieuwe dwarsgeul of ‘mui’ ontstaan. Een belangrijk deel van het schor werd weggeschuurd en herleid tot een kaal nat strand.
Tot waar het zeewater reikt, blijven heel wat aanspoelresten achter op het strand. Vloedmerk, bestaande uit wierentrossen, schelpen, vogelkrengen, drijfhout en turfblokken, ruimt men hier niet op zoals op de meeste Vlaamse stranden wel het geval is. Hierdoor kan dit vloedmerk zich ontwikkelen tot een rijke voedingsbodem voor vele pioniersplanten, waaronder zeeraket, stekend loogkruid, zeepostelein en kustmelde. Door het opvangen van opstuivend zand zetten die plantjes nieuwe duinvorming in gang. Planten als biestarwegras duiken op en later grassoorten als helm en zelfs paddenstoelen. Naast typische laagblijvende soorten als muurpeper, zandhoornbloem, kandelaartje en kegelsilene zie je ook stevigere varianten zoals blauwe zeedistel en zeewolfsmelk. Op plaatsen waar ook grondwater naar boven komt, ontstaat een unieke vegetatie met zeeweegbree, schorrezoutgras, wilde selder en zeeaster.
Vogels kunnen a la carte hun favoriete leef- en broedstek kiezen tussen zoveel biotopen. In de duintjes leven zangvogels zoals kuifleeuwerik en tapuit. De graspieper demonstreert er graag zijn parachutevlucht. Strandplevier, bontbekplevier en dwergstern zoeken voedsel tussen de aangespoelde schelpjes. Voor de baai van Heist kan je met wat geluk ook zeehonden bemerken.