Onder impuls van landbouwingenieur Maurice Calmeyn startte men vanaf 1900 met de aanplanting van loof- en naaldbomen. Ondanks het feit dat het Calmeynbos oorspronkelijk niet werd aangeplant omwille van het natuurbehoud, maar omwille van economische redenen, heeft dit duinbos een rijke fauna en flora weten te ontwikkelen. Gedurende de zomer vliegt in het Calmeynbos de wielewaal van boom tot boom. Tussen de ondergroei van vogelmelk, maarts viooltje en look-zonder-look zoekt de groene specht naar lekkere mieren.
Het bos wordt doormidden gesneden door de Kerkstraat, de verbinding tussen Adinkerke en De Panne. Het oostelijk deel van het Calmeynbos (20 ha) is eigendom van de gemeente De Panne en sluit aan bij de Oosthoekduinen. Dit deel van het bos wordt samen met de Oosthoekduinen, Duinzoom Oosthoek als Vlaams Natuurreservaat beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het Agentschap streeft naar een duurzaam bosbeheer met veel aandacht voor een grote diversiteit aan bosplanten en -dieren. Omgevallen bomen laat men hier bewust liggen. Dood hout brengt immers leven in het bos!
Het westelijk deel van het Calmeynbos (46 ha) is eigendom van de Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne-Ambacht (IWVA). Samen met de daarop aansluitende Krakeelduinen (52 ha) wordt dit natuurgebied beheerd door de IWVA. Centrale thema’s in dit beheer zijn bosverjonging, bosomvorming en een beperkte bijplanting van bomen. Verder streeft men naar open plekken in het bos door hakhoutbeheer en het beschermen van de mosduintjes.