U bent hier: 
  • Home
  • De natuur in!
  • West-Vlaanderen
  • Duinbossen van De Haan
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Duinbossen van De Haan

De Duinbossen van De Haan strekken zich uit van de Vosseslag tot Wenduine. Het gebied bestaat uit drie afzonderlijke delen. Van west naar oost zijn dat de Duinbossen van Klemskerke, de Duinbossen van Vlissegem en de Duinbossen van Wenduine. De drie delen samen zijn 152 hectare groot. De natuurreservaten De Zandpanne en De Kijkuit, beide beheerd door Natuurpunt, sluiten aan op de duinbossen zodat er een groot en afwisselend duingebied met bos, duinstruweel en duingraslanden te vinden is. Het stadscentrum van De Haan splijt dit geheel in twee.

Nieuws:

Ons contacteren

Agentschap voor Natuur en Bos
Jacob van Maerlantgebouw
Koning Albert I-laan 1/2 bus 74
8200 Brugge (Sint-Michiels)
Telefoon: 050 24 77 40
Fax: 050 24 77 45
wvl.anb@vlaanderen.be
bomen in Duinbos Klemskerkegemengd loofboshalfopen landschapstruweel in bosreservaatkruisbeswandelen in de domeinbossenpad in Duinbos Klemskerkeomgevallen boom in Duinbos Klemskerkepad in Duinbos Wenduine

Fauna en flora / geschiedenis

De Duinbossen van De Haan-Wenduine bestaan niet enkel uit hoog opgaand ‘bos’, ook open ruimtes met kaal zand en helmgras, mosduinen en duingraslanden maken er deel van uit. Hier komen zeer uitzonderlijke planten- en diersoorten voor die zijn aangepast aan het speciale klimaat van duingebieden. Bokkenorchis, duinsterretje en kustsprinkhaan zijn maar enkele bijzonderheden.

Een opmerkelijke verschijning zijn de nestkoepels (mierenhopen) van de beschermde rode bosmier, een bosrandsoort die uniek is in de wijde omgeving. In één nestkoepel kunnen zo’n 700.000 rode bosmieren wonen. De rode bosmieren jagen vooral op plantenetende insecten zoals rupsen en ze ruimen ook dode dieren op.

In de overgang van de open ruimtes naar het gesloten bos ontwikkelt zich het typische duinstruweel. De struwelen zijn van belang voor vogels zoals zomertortel, nachtegaal en Cetti’s zanger en voor een aantal planten zoals eikvaren. Hoewel duindoorn het meest opvalt zijn ook tal van andere struiksoorten aanwezig: meidoorn, hondsroos, heggenroos, egelantier, kardinaalsmuts, wilde liguster, vlier en kruipwilg. In een groot aantal struwelen domineren echter exoten, zoals de Japanse rimpelroos, die werd aangeplant om het zand vast te houden. Deze taaie struiken verdringen het inheemse, soortenrijke duinstruweel.

Bij het beheer van de bossen wordt gestreefd naar een structuurrijk, meer natuurlijk bos. Hierdoor zal het naaldbos langzaam maar zeker grotendeels omgevormd worden naar een lichtrijk loofbos met veel open plekken. Om het historisch uitzicht van het naaldhout-duinbos niet volledig te laten verdwijnen, wordt geopteerd om een zone dichtbij het centrum van De Haan als naaldhout te behouden. Wanneer de oude dennen zullen gekapt worden, komen nieuwe dennetjes in de plaats. Het bosbeheer streeft ernaar de huidige tamelijk eentonige soortensamenstelling van het loofbos te verrijken met verscheidene inheemse boom- en struiksoorten, zoals winterlinde, hazelaar, berk, zomereik, es en iep. Ook het historisch gebruik als hakhout wordt in verscheidene bestanden in ere gehouden. Door om de 14 jaar een deel van de bomen te kappen in deze hakhoutbestanden, komt er meer licht tot de bosbodem wat goed is voor een rijke voorjaarsflora met onder andere Italiaanse aronskelk, speenkruid, maarts viooltje en vogelmelk.

Share/Bookmark