Bos is aan de kust een vrij uniek gegeven. Vanwege de specifieke natuurwaarden van de Duinbossen in De Haan werden twee delen van de Duinbossen als bosreservaat aangeduid. Het bosreservaat kreeg de naam Jan De Schuyter, naar een vroegere houtvester van West-Vlaanderen.
Het bosreservaat omvat de natuurlijke overgang van de met helmgras begroeide zeereepduinen tot de oudere en beboste duinen. In een eerste fase kunnen alleen kruiden en struiken zich handhaven in het barre milieu van zoute zeewind en droge zomers. Op verscheidene plaatsen wordt dan ook een mozaïek van open duinen met specifieke mossen, korstmossen en kruiden in afwisseling met meer gesloten duinstruweel beoogd. Om die gevarieerde structuur te behouden, worden op een paar plaatsen grazers zoals schapen ingezet. Elders wordt dan weer gerekend op de graas- en graafactiviteiten van wilde konijnen, aangevuld met het af en toe kappen en maaien van houtopslag.
De plekken open duinlandschap wisselen af met meer uitgestrekte beboste duinen. Spontane processen binnen die bossen zullen zorgen voor een rijke structuur met oudere bomen en spontane verjonging van inheemse soorten. Ook kwijnende bomen en dood hout maken daar deel van uit. Die elementen geven kansen aan paddenstoelen en aan dieren, in het bijzonder holenbroedende vogels (onder andere spechten en boomkruiper) en vleermuizen. Vrijgekomen ruimte door dode bomen geeft jonge boompjes en bijzondere planten dan weer de kans om te kiemen en uit te groeien.