De naam van het Eversambos herinnert aan de Eversamabdij die in de 11de eeuw vlakbij deze plek, aan de monding van de Poperingevaart in de IJzer, verrees. De troebelen in de periode na de Franse Revolutie zorgden ervoor dat de abdij, na een verwoestende brand in 1794, niet meer heropgebouwd raakte.
Het bos is vrij nat en is beplant met een grote verscheidenheid aan boom- en struiksoorten. De buitengordel werd beplant met snelgroeiende boomsoorten zoals wilg, es, en els om de wat trager groeiende bosbomen zoals eik, beuk en haagbeuk uit de wind te zetten. Rondom het bos vormt een brede, bloemenrijke struikengordel de overgang naar het landbouwgebied.
Nadat de boompjes een tiental jaar konden opgroeien, werd het Eversambos in 2005 voor het publiek geopend. Het brede, ovale middenpad doorheen het bos is nog een restant van de vroegere ‘paardenpiste’ van de toenmalige paardenfokkerij op de aangrenzende abdijhoeve. Kleinere paadjes brengen je naar de donkere hoekjes en kantjes van het bos.
Door de zware klei en zandleembodem is het bos zeer vochtig, wat ideaal is voor paddenstoelen. Bonte haarmuts, witte anijstrechterzwam en lilaroze kalknetje zijn slechts enkele van de vele bijzondere soorten die na amper 15 jaar het bos al hebben weten te vinden.
In en langs de beekjes en greppels zorgen watertorkruid en echte koekoeksbloem voor een bont decor.
De dekking van het dichte, jonge bos lokt ook tal van zangvogeltjes. Ransuilen slapen in het bos en jagen in de omgeving. In de struikengordels verschuilen zich konijnen, hazen en vossen. In de avondschemering kun je er zelfs een ree in verrassen. De besdragende struikengordel zorgt niet alleen voor een schitterend herfstpalet, het biedt tal van vogels een gedekte tafel om de winter door te komen.