De naam ‘Galgebossen’ verwijst naar een donkere bladzijde in de geschiedenis van deze streek. In 1463 schonk Hertog Philips De Goede, Graaf van Vlaanderen, de Heerlijkheid Elverdinge-Vlamertinge, met de Galgebossen, aan zijn onwettige zoon Cornelius van Bourgondië. Tot begin de 18e eeuw beslisten de Heren van Vlamertinge over leven en dood van hun onderdanen. Terechtstellingen werden uitgevoerd aan de rand van de Galgebossen. Het Galgeveld bevond zich nabij de Brandhoek, dat toen aan het bos grensde. De galgen stonden er langs de zuidelijke zijde van de huidige Poperingseweg, in het verlengde van de Galgestraat. Nog meer plaatselijke toponiemen verwijzen naar dit dramatische verleden: Galgeveldweg, Galghehouck en Ten Galghevelde. Het bos bleef in adellijke handen tot 1995.
Vandaag heeft de dood plaats gemaakt voor leven in de Galgebossen. Wie van planten houdt, mag rekenen op minstens 150 soorten. Een aantal kenmerkt de weinig verstoorde bosbodem: gulden en slanke sleutelbloem, brede wespenorchis, vingerhoedskruid, grote muur, kruipend zenegroen, gewone salomonszegel en kleine maagdenpalm. Eigen aan het eiken-beukenbos zijn onder meer dubbelloof, stekelvaren, boskruiskruid, echt duizendguldenkruid, fraai en liggend hertshooi, Sint-Janskruid, valse salie en schapenzuring. Op de nattere bodems en in de poelen komen mooie moeras- en waterplanten voor zoals fonteinkruiden, gele lis, gele waterkers, gewone engelwortel, grote wederik, kale jonker, kantig hertshooi, moeraswalstro, pinksterbloem, watertorkruid en waterviolier.
Onder de 24 soorten dagvlinders kan je de eikepage, de zeldzame kleine ijsvogelvlinder en het hooibeestje ontdekken. Als het geluk je meezit, kan een ree, vos of martersoort, zoals wezel, hermelijn, bunzing of steenmarter je pad kruisen. Er broeden 30 tot 35 vogelsoorten: braamsluiper, boomkruiper, staartmees, sperwer en buizerd kleuren het lijstje. Wespendief, houtsnip en boomvalk zijn trouwe bezoekers.
In de Galgebossen draait alles rond natuurontwikkeling: dood hout blijft liggen, exoten verdwijnen en men streeft naar een ongelijkjarige bomenstructuur met grote diversiteit. Omdat het gebied rijk is aan amfibieën zoals gewone pad, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, kamsalamander, bruine en groene kikker, werden oude poelen uitgeslibd en nieuwe gegraven. Zo kan ook de zeldzame kamsalamander zich hier nog uitbreiden. In heel wat bosranden ontwikkelt er zich een gelaagde vegetatie: van kruiden over ruigtes naar lagere en hogere struiken, tot de boomlaag. In dergelijke bosranden vinden vele dieren schuil- en nestplaatsen en een gevarieerd voedselaanbod.