U bent hier: 
  • Home
  • De natuur in!
  • West-Vlaanderen
  • Galgebossen
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Galgebossen

De Galgebossen, op de grens tussen Elverdinge, Poperinge en Vlamertinge (gehucht De Brandhoek) vormen het overblijfsel van een woud dat zich uitstrekte van Beselare naar Watou, maar tussen de 9e en 11e eeuw verdween.

Het Vlaams Gewest kocht in 1995 de Galgebossen aan. Het Agentschap voor Natuur en Bos staat in voor het beheer. Bij de aankoop in 1995 bedroeg de bosoppervlakte zo’n 70 hectare. Ondertussen groeide het domein aan tot 107 ha.

Nieuws:

Het Agentschap voor Natuur en Bos en het Instituut voor Bosonderzoek maakten in september 2011 nieuwe beheer- en inrichtingsplannen op die de toekomst van de Galgebossen voor de volgende 20 jaar vastleggen, volgens de wettelijk vastgelegde criteria voor duurzaam bosbeheer.

Ons contacteren

Agentschap voor Natuur en Bos
Jacob van Maerlantgebouw
Koning Albert I-laan 1/2 bus 74
8200 Brugge (Sint-Michiels)
Telefoon: 050 24 77 40
Fax: 050 24 77 45
wvl.anb@vlaanderen.be
weide en gras aan de Galgebossenwandelpad in Galgebossengele lispad in Galgebossenhermelijnplas in Galgebossenwelkomstbord van de Galgebossen

Fauna en flora / geschiedenis

De naam ‘Galgebossen’ verwijst naar een donkere bladzijde in de geschiedenis van deze streek. In 1463 schonk Hertog Philips De Goede, Graaf van Vlaanderen, de Heerlijkheid Elverdinge-Vlamertinge, met de Galgebossen, aan zijn onwettige zoon Cornelius van Bourgondië. Tot begin de 18e eeuw beslisten de Heren van Vlamertinge over leven en dood van hun onderdanen. Terechtstellingen werden uitgevoerd aan de rand van de Galgebossen. Het Galgeveld bevond zich nabij de Brandhoek, dat toen aan het bos grensde. De galgen stonden er langs de zuidelijke zijde van de huidige Poperingseweg, in het verlengde van de Galgestraat. Nog meer plaatselijke toponiemen verwijzen naar dit dramatische verleden: Galgeveldweg, Galghehouck en Ten Galghevelde. Het bos bleef in adellijke handen tot 1995.

Vandaag heeft de dood plaats gemaakt voor leven in de Galgebossen. Wie van planten houdt, mag rekenen op minstens 150 soorten. Een aantal kenmerkt de weinig verstoorde bosbodem: gulden en slanke sleutelbloem, brede wespenorchis, vingerhoedskruid, grote muur, kruipend zenegroen, gewone salomonszegel en kleine maagdenpalm. Eigen aan het eiken-beukenbos zijn onder meer dubbelloof, stekelvaren, boskruiskruid, echt duizendguldenkruid, fraai en liggend hertshooi, Sint-Janskruid, valse salie en schapenzuring. Op de nattere bodems en in de poelen komen mooie moeras- en waterplanten voor zoals fonteinkruiden, gele lis, gele waterkers, gewone engelwortel, grote wederik, kale jonker, kantig hertshooi, moeraswalstro, pinksterbloem, watertorkruid en waterviolier.

Onder de 24 soorten dagvlinders kan je de eikepage, de zeldzame kleine ijsvogelvlinder en het hooibeestje ontdekken. Als het geluk je meezit, kan een ree, vos of martersoort, zoals wezel, hermelijn, bunzing of steenmarter je pad kruisen. Er broeden 30 tot 35 vogelsoorten: braamsluiper, boomkruiper, staartmees, sperwer en buizerd kleuren het lijstje. Wespendief, houtsnip en boomvalk zijn trouwe bezoekers.

In de Galgebossen draait alles rond natuurontwikkeling: dood hout blijft liggen, exoten verdwijnen en men streeft naar een ongelijkjarige bomenstructuur met grote diversiteit. Omdat het gebied rijk is aan amfibieën zoals gewone pad, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, kamsalamander, bruine en groene kikker, werden oude poelen uitgeslibd en nieuwe gegraven. Zo kan ook de zeldzame kamsalamander zich hier nog uitbreiden. In heel wat bosranden ontwikkelt er zich een gelaagde vegetatie: van kruiden over ruigtes naar lagere en hogere struiken, tot de boomlaag. In dergelijke bosranden vinden vele dieren schuil- en nestplaatsen en een gevarieerd voedselaanbod.

Share/Bookmark