De onheilspellende naam Helleketelbos heeft weinig of niets met duivels of heksen te maken. ‘Helle’ betekent heuvelflank en ‘ketel’ verwijst naar een laagte onderaan zo’n flank. Het Helleketelbos is dan ook een vrij heuvelachtig bos.
De meest voorkomende boomsoorten zijn zomereik, gewone es, haagbeuk, esdoorn, tamme kastanje, grove den en lork.
De meest interessante plekjes qua fauna en flora vindt je langs de bosranden en in de buurt van de vallei van de Bommelaarsbeek. Daar groeien wilde rozen, meidoorn, boskersen en hakhoutstoven van gewone es. 'Hakhoutstoven' zijn bomen die regelmatig tot op de grond afgekapt worden. De takken schieten dan terug uit in een steeds wijdere kring.
Het bos is rijk aan amfibieënsoorten. Kamsalamanders, vinpootsalamander, bruine en groene kikker zijn enkele voorbeelden van plaatselijke poelbewoners.
In de vroege ochtend of bij valavond heb je de grootste kans om oog in oog te staan met een ree. Tijdens de nachtelijke uren is de zeldzame baardvleermuis actief in dit bos.
Andere bewoners zijn o.a. de wezel, bunzing, hermelijn en vos.