Het uitzicht van de huidige Huwynsbossen is het resultaat van recente aanplantingen. Na de Tweede Wereldoorlog bleef er immers haast niets meer over van de bossen die moesten plaatsmaken voor akkers en weilanden. Bij de nieuwe bosaanplanting koos men voor een rijke waaier aan loofbomen zoals zwarte els, populier, zomereik, linde, beuk en zoete kers. De randen en dreven worden gemaaid om zo zeldzame soorten als liggend vleugeltjesbloem, blauwe knoop en echte guldenroede een extra duwtje in de rug te geven.
De aanleg van poelen vertaalde zich al snel in een drukke aanwezigheid van libellen, waterwantsen, kikkers en padden. Kleine graanakkertjes voorzien patrijs, kwartel, ringmus en rietgors van wintervoedsel. Een andere opvallende aanwezige onder de vele vogels is de roodborsttapuit. In de bermen wemelt het ook van leven. Vooral de tijgerspin doet het hier opvallend goed. Ook de zwervende houtpantserjuffer is er aan een comeback bezig.
Heel wat zoogdieren voelen zich aangetrokken door de groene oase van de Huwynsbossen. Er leven wezels, hermelijnen, konijnen, hazen, rosse woelmuizen en veldspitsmuizen. Dankzij de overvloed aan zoveel lekkere hapjes is ook de vos een regelmatige gast in dit ecologisch ‘vijfsterrenhotel’.