‘De Kleiputten van Heist’ hebben hun naam niet gestolen. Vanaf de Middeleeuwen ontgon de bevolking hier duchtig turf en klei. Ontginningen in de periode van 1950 tot 1970 gaven vorm aan de talrijke ondiepe plassen, die met riet begroeid zijn. De uitbouw van de haven van Zeebrugge deed dit cultuurhistorische landschap stilaan verdwijnen. De Kleiputten van Heist zijn een zeldzaam relict uit deze vervlogen tijden.
De uitgestrekte rietmoerassen bevatten plantensoorten als moeraszegge, moerasandoorn en poelruit. Minstens even waardevol zijn de drassige weilanden met veel greppels en poelen. Uit de ondiepe veenlagen kwelt het zilte grondwater op. Droge bulten wisselen er af met vochtige laagten en creëren zo een microreliëf. Op het droge vind je kamgras, veldgerst, madeliefje en knolboterbloem, terwijl zoutverdragende soorten als zilte schijnspurrie, zeeaster, aardbeiklaver en stomp kweldergras liever de voetjes in het nat hebben. Op sommige plaatsen groeit ook zeekraal, fraai duizendguldenkruid, sierlijke vetmuur, zeebies en zilte rus.
De bloemrijke graslanden en weiden maken het vele vogels naar de zin. Kust- en weidevogels zoals kluut, tureluur, kievit en grutto vinden er voedsel of een uitgelezen broedstek. Je hoeft geen doorwinterde vogelkenner te zijn om te genieten van de mooie keelkunsten van kleine karekiet, rietgors, Cetti’s zanger, graszanger en het zeldzame paapje, of van een waterballet van flirtende eenden en talingen. In de zomer en tijdens de trekperioden zie je steltlopers zoals lepelaar, oeverloper, bosruiter en witgat door de natte greppels en poelen waden. En dat is nog maar het topje van de ornithologische ijsberg.
Bij valavond is het de beurt aan de vleermuizen om het luchtruim te onveilig te maken.
De meest opvallende amfibiesoort in dit gebied is de groene kikker. Deze leeft in plassen, poelen en sloten die altijd water bevatten. Daarnaast zie je er ook de gewone pad, de bruine kikker en de kleine watersalamander.