U bent hier: 
  • Home
  • De natuur in!
  • West-Vlaanderen
  • Lage Moere van Meetkerke
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Lage Moere van Meetkerke

De Lage Moere van Meetkerke bestaat uit 423 ha natuurschoon en ligt op het grondgebied van Sint-Andries, Nieuwege (Varsenare) en de lieftallige dorpjes Meetkerke en Houtave. Momenteel beheert het Agentschap voor Natuur- en Bos er een 150-tal hectare.
Weilanden, hooilanden en akkers wisselen elkaar af . Hier en daar zijn populierenrijen of kleine bosjes aangeplant. De Meetkerkse Moeren zijn op hun mooist in juni, wanneer talrijke planten er bloeien, en in de winter, wanneer pleisterende ganzen en heel wat weide- en roofvogels er foerageren.

Ons contacteren

Agentschap voor Natuur en Bos
Jacob van Maerlantgebouw
Koning Albert I-laan 1/2 bus 74
8200 Brugge (Sint-Michiels)
Telefoon: 050 24 77 40
Fax: 050 24 77 45
wvl.anb@vlaanderen.be
boer aan het werk met tractorveenmelkviooltjevergezicht in Meetkerske Moerenbeek in Meetkerske Moerengeelgroene zeggekoekoeksbloembomenrij in Meetkerske Moerenzwarte zeggebeek en dreef in Meetkerske Moeren

Fauna en flora / geschiedenis

De Lage Moere werd in de Middeleeuwen uitgeveend tot op de onderliggende zandlaag. Je vindt er dus niet de klassieke polderklei van het landschap rondom. De Meetkerkse Moeren zijn daardoor als het ware een eilandje in de polders.
Hoewel de voorbije twintig jaren meer dan 60 % van de natte hooilanden en reliëfrijke graslanden in akkerland werd omgezet, komen er in de Lage Moere nog verscheidene, zeer waardevolle percelen voor. In de hooilandjes is het uitkijken naar zeldzame planten zoals brede orchis, waterkruiskruid en trosdravik. Die soorten staan in Vlaanderen op de Rode Lijst van bedreigde soorten.

In de Lage Moere broeden er meer dan dertig soorten vogels, een relatief hoog aantal dat voornamelijk te verklaren is door de grote variatie in het gebied: open water, een eendenkooi dicht struweel, rietkragen, sloten, weilanden en akkers. In het kooibos en de omliggende ruigten broeden de aalscholver, blauwborst, grasmus, grauwe vliegenvanger, spotvogel en sporadisch boomvalk en wielewaal. In de vochtige hooi- en weilanden nestelen de graspieper, grutto, kwartel en veldleeuwerik. De kleine karekiet en rietzanger zijn dan weer typisch voor de met riet begroeide sloten. Kleine rietgans en kolgans komen in de Lage Moere graag overwinteren, net als wilde eend, smient en slobeend. Ook tijdens de trekperiodes kun je speciale soorten aantreffen, waaronder de goudplevier, wulp en regenwulp.

Een van de grootste bedreigingen voor de botanische waarde van het gebied zijn de kunstmatig verlaagde grondwaterpeilen. Dat leidde de laatste decennia tot een sterke verdroging, waardoor vele kwetsbare plantensoorten verdwenen. Om dit tij te keren, startte de Vlaamse Regering in 2001 met een natuurinrichtingsproject dat in het teken staat van vernatting en het omzetten van akkers naar grasland.

Share/Bookmark