U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

De eendenkooi, een kijkje achter de schermen

Eendenkooien zijn iets bijzonders. Het zijn door bomen omgeven waterplassen waar, vaak al eeuwen lang, met behulp van een vanginstallatie eenden werden gevangen. Ze zijn van grote cultuurhistorische waarde en geven het landschap een extra dimensie. Eendenkooien zijn een oeroud, typisch Nederlands fenomeen. Nergens ter wereld vind je er zo veel. Door de ruime aanwezigheid van water en de groeiende vraag naar gevogelte telde Nederland aan het eind van de 16e eeuw al 1000 stuks. Na de 17e eeuw nam dat aantal gestaag af door de inpolderingen, de intensivering van de landbouw en de dalende vraag naar gevogelte. Daardoor blijven er vandaag nog maar 118 over; in Vlaanderen slechts 18. Eendenkooien hebben meestal de vorm van een roggenei: het centrale gedeelte fungeert als open water en de vier uiteinden eindigen op vangpijpen. Vanaf de plas kun je het einde van de vangpijpen niet zien. Langs de vangpijpen staan rietschermen waarachter de kooiker zich verschuilt. De kooiker is de persoon die verantwoordelijk is voor vrijwel alle werkzaamheden in de eendenkooi. Op de plas wonen lokeenden die de kooiker helpen bij het vangen van wilde eenden.

Als de kooiker zijn werk begint, kiest hij de vangpijp van waaruit de wind waait. Als eenden wegvliegen, doen ze dat namelijk tegen de wind in. Zodra er genoeg wilde eenden op de plas zijn, strooit de kooiker wat voer in de vangpijp. De lokeenden komen hierop af en nemen hun wilde soortgenoten mee. Veel kooikers maken voor het lokken van de eenden gebruik van een 'kooikershondje', een ras dat speciaal gefokt is voor het werk in de eendenkooi. Dat lokt de eenden steeds verder de vangpijp in. De kooiker laat zich achter de etende wilde eenden zien, waardoor ze opschrikken en verder in de fuik vliegen.

De eendenkooi van de Lage Moere, een relict uit het verleden 

Deze eendenkooi werd al in 1750 opgericht naar Zuid-Hollands model. Ze diende voor de commerciële vangst van wilde eenden. Met behulp van afgerichte kooikershondjes en lokeenden werden de eenden naar fuiken gelokt, waarna ze werden gevangen. Op ‘goede’ dagen konden zo tot driehonderd eenden worden verschalkt. In 1936 werd de eendenkooi door graaf Leon Lippens grondig opgeknapt en aangepast om vogels te ringen. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw ringde hij er duizenden wilde eenden en wintertalingen, alsook honderden zomertalingen en smienten. Vanaf 1964 namen andere eigenaars de kooi in gebruik voor de jacht. De hele aalscholverkolonie werd uitgeroeid. De aalscholvers zijn ondertussen terug van weggeweest. Sinds 2002 is de eendenkooi eigendom van het ANB. Dankzij het natuurinrichtingsproject is ze gerestaureerd.

terug