Vanaf 2002 kocht het Vlaamse Gewest delen van de Noordduinen aan, die vervolgens werden aangewezen als Vlaams Natuurreservaat. Ondertussen is het natuurreservaat 59 ha groot.
Aan de noordkant van de Noordduinen staat de Zuid-Abdijmolen. De houten molen is een beschermd monument. Hij werd in 1773 gebouwd in Houtem-Veurne. In 1951-52 werd hij afgebroken en heropgebouwd in Koksijde, ter vervanging van een verdwenen plaatselijke molen.
Ecologische waarde
De Noordduinen zijn een biologisch waardevol duingebied met een grote verscheidenheid aan vegetatietypes: duingraslanden, duinvalleien, duindoornstruweel, aangeplante bosjes, …
Diverse zeldzame plantensoorten zoals rond wintergroen, kleine ruit, ruige scheefkelk en walstrobremraap kunnen we er terugvinden. De Noordduinen zijn ook een belangrijke groeiplaats van herfsttijloos.
Ook de gevleugelde vrienden nachtegaal, grasmus, braamsluiper, graspieper en sprinkhaanzanger kun je in de Noordduinen verwachten. En met wat geluk fladderen er in de toekomst nog meer vlinders zoals het bruin blauwtje en de kleine parelmoervlinder.
Beheer
Voor de Noordduinen werd in 2005 een natuurherstelplan opgemaakt in het kader van het natuurinrichtingsproject ‘De Noordduinen’. De Vlaamse Landmaatschappij voerde dit plan uit in samenwerking met het ANB.
De maatregelen in dit inrichtingsplan hebben er voor gezorgd dat het duinenlandschap van de Noordduinen aantrekkelijk blijft.
Esdoorns en populieren komen van nature niet in de duinen voor, maar hadden toch heel wat plaats ingenomen in de Noordduinen. Daarom zijn er heel wat bomen gekapt en krijgen essen, olmen en zomereiken meer ruimte. Ze horen thuis in de duinen en bieden beschutting aan veel planten en dieren.
Er zijn poelen en pannen gegraven. De poelen voorzien de grazers van drinkwater en vormen een biotoop voor libellen en rugstreeppadden. In de pannen zijn typische planten gevestigd zoals kruipwilg, bijzondere zeggensoorten en rondbladig wintergroen.
Verder werden een aantal graaszones omheind. Ezels en ponies houden in deze zones de begroeiing kort en voorkomen zo dat de soortenrijke graslanden opnieuw overwoekerd worden door ruige grassen en struiken.