Het kanaal Kortrijk-Bossuit werd in de 19de eeuw gegraven om de provincie West-Vlaanderen vanuit de Borinage van steenkool te voorzien. Het kanaal verbindt de Leie met de Schelde. Een tunnel van 611 meter lengte, die een onderdeel vormde van het kanaal, werd tussen 1971 en 1973 vervangen door een open vaargeul, waarvan de huidige flanken nu het natuurreservaat De Vaarttaluds vormen. Het uitgraven van die geul leverde 2.250.000 m³ (zo’n 225.000 vrachtwagens) kleigrond op dat men op het landbouwgebied ernaast stortte. Op 19 april 1973 waren de werken voltooid. Tot eind jaren tachtig voerde men nog af en toe extra grond aan van andere werkzaamheden aan het kanaal en bij de afgraving aan het Oliebergpark. Tussen 1978 en 1988 gebruikte men dit kleistort voor van alles en nog wat: kleiduifschietingen, motorcross …
Op 16 februari 1988 droeg men het terrein over aan het Agentschap voor Natuur en Bos.
De daaropvolgende jaren werd een deel van het gebied bebost en een ander deel beheerd als grasland. Op 7 oktober 2001 ging het Orveytbos open voor publiek.
Wie vandaag gaat wandelen in het Orveytbos ziet een mooie afwisseling van bos, hooilanden, poelen en wastine of woeste grond (struwelen of ruigte). Shetlandpony’s zijn de grasmaaiers van dienst. De halfopen vegetatie en struwelen trekken typische vogels zoals fitis, grasmus en zomertortel aan. Een hoekje oud bos herbergt soorten als bosanemoon, boshyacint en slanke sleutelbloem. Door zijn geschiedenis is het terrein bodemkundig zeer variabel met bijzondere plekjes met kalkrijke klei. Zeldzame kalkminnende soorten zoals boslathyrus, bosorchis, rietorchis, bijenorchis, klavervreter en bochtige klaver hebben het hier dan ook bijzonder naar hun zin.
Ook de poelen zorgen voor bijzonder leven. In het gebied komen maar liefst 23 soorten libellen voor, zelfs bedreigde soorten als tengere grasjuffer en bruine winterjuffer. De poelen worden ook bewoond door de zeldzame kamsalamander. Voor hazelworm heb je een goede speurneus nodig.