De geboorte van een stadsrandbos
Om de stad leefbaar te houden is het nodig dat er plaatsen zijn waar de mens terug tot rust kan komen. Daarom zal het landschap tussen Marke, Lauwe en Aalbeke in de komende jaren een heuse gedaanteverwisseling ondergaan. Niet overhaast, maar gestaag en zeker wordt deze omgeving terug een oase van rust en ontspanning voor de mensen uit de regio.
Begin 2009 zijn 140 hectare gronden in beheer of eigendom van het Agentschap voor Natuur en Bos. 63 hectare hiervan zijn al bebost. Op termijn wordt dit opgetrokken naar 250 hectare.
Voor de aanleg van de bospercelen gebruikt men enkel inheems en indien mogelijk autochtoon plantmateriaal. Bij de hoogstammen is dat vooral loofhout zoals zomereik, gewone es, zwarte els, haagbeuk, berk en beuk. Rond het bos krijgen struiken zoals gelderse roos, veldesdoorn, meidoorn, sleedoorn en hazelaar een stekje. Deze struiken rond de bospercelen vormen een buffer die de percelen beschermen tegen betreding maar zorgen ook voor hogere natuurwaarden. Brede dreven doorkruisen de aangeplante percelen.
Deze voorziene open ruimten zijn levensbelangrijk voor vele planten en dieren.
De aanplantingen gebeuren echter meestal op vrijgekomen akkers en weilanden waar de laatste decennia intensieve landbouw van toepassing was. Naarmate het bos ouder wordt zal ook de ecologische waarde toenemen.
Ook de fauna evolueert geleidelijk en ieder jaar duiken nieuwe soorten op. In de bosranden treft men al vlinders als oranjetipje, landkaartje, bruinblauwtje, icarusblauwtje, oranje luzernevlinder, bont zandoogje en sleedoornpage aan. Patrijzen vinden in de jonge aanplantingen en bijhorende ruigtes een ideaal biotoop. Zoogdieren als haas, konijn, wezel, hermelijn en vos vinden eveneens hun plaats in het vernieuwde landschap.