‘De Vuurtorenweiden’ zijn bezaaid met plassen en greppels. Dit typische patroon ontstond door een opeenvolging van veenvorming, afzetting van slib na zeedoorbraken, geleidelijke inpoldering en turfontginning. Restanten van de Evendijk doorkruisen de lage weiden.
Eind jaren ’70 werden de weiden tussen de Heistlaan en ’t Sas van Heist over ruim twee derden van hun oppervlakte opgehoogd met strand- en zeezand. Slechts een 14 ha groot gedeelte van dit meer dan vijf meter opgespoten terrein kreeg de bestemming ‘natuurgebied’. Dit gebied gaf men de naam ‘De Sashul’. Hierin slaat ‘Sas’ op ‘’t Sas van Heist’ terwijl ‘hul’ staat voor ‘heuvel’.
Beide delen staan bol van leven. Rond de plassen van de ‘Vuurtorenweiden’ groeit o.a. riet, lisdodde, waterereprijs, watermunt en harig wilgenroosje. Op de wat hoger gelegen, drogere bulten vind je kamgras en veldgerst. Op de weiden en bij het ‘Barnse Vaartje’ broeden o.a. waterral, waterhoen, meerkoet, slobeend, kleine karekiet, rietzanger, blauwborst en sinds 2001 ook de Canadese gans. In de winter en tijdens het trekseizoen laat ook de watersnip zich al eens vangen voor de lens.
De opgespoten bodem van ‘De Sashul’ bestaat vooral uit schelpenrijk zand (dat veel kalk bevat) en lijkt dus erg op dat van jonge kalkrijke kustduinen. De ondiepe depressies staan in de winter en lente meestal blank, maar vallen droog in de latere zomer. Je treft er pioniervegetaties aan zoals sierlijke vetmuur, fraai duizendguldenkruid en waterpunge maar ook meer zoutminnende soorten zoals zeevetmuur, aardbeiklaver, hertshoornweegbree en zeeaster. De vochtige tot droge duingraslandjes zijn bedekt met o.a. kandelaartje, scheve hoornbloem, kleine leeuwentand en duinlangbaardgras. Langs de kalkrijke dijkbermen pronken bijenorchis en wilde kaardebol. In het voorjaar hult een belangrijke populatie rietorchis het gebied in een paarse waas. Waar bloemen bloeien, gonst het van insecten en dus zijn vogels nooit veraf. Naast talrijke meeuwen is dit gebied ook een aantrekkingspool voor steltlopers zoals kleine plevier, tureluur, scholekster en kievit. Houtsnip en bokje zijn getrouwe wintergasten. In de struwelen en bosjes zie je regelmatig de bonte vliegenvanger, het vuurgoudhaantje en de draaihals. Op de open terreinen kun je kleine lijsterachtigen waarnemen zoals tapuit en paap. Konijnen dartelen naar hartenlust in het rond, al is hun natuurlijke vijand, de wezel, hier ook van de partij.