De naam Vagevuurbos verwijst naar de Vagevuurkapel die in de jaren zestig werd gebouwd. De naam Bulskampveld gaat terug tot de 12e eeuw en zou afgeleid zijn van het Germaanse ‘bulnas campa’, letterlijk vertaald het ‘veld van de stierenkamp’. Met veld in de betekenis van onvruchtbare, woeste grond. Eind 18e eeuw temde men dit ruige landschap door er naaldhout aan te planten. De nabije meer vruchtbare bosgordel veranderde men in landbouwpercelen.
Grove den, Corsicaanse den, lork en douglasspar domineren wat betreft vegetatie, maar inheemse loofbomen winnen stilaan terrein. Op open plekken kiemen zomereik, ruwe berk, beuk, vuilboom en wilde lijsterbes. Aan de bosranden ontluiken het bleeksporig bosviooltje en ruige veldbies. In de herfst steken talloze paddenstoelen hun kleurrijke kopjes uit de grond.
In en rond de Aanwijsputten of Eendenputten vinden heel wat waterminnende planten zoals ronde zonnedauw, moeraswolfsklauw en gewone dopheide een groeistek. De vijvers zijn ook heel belangrijk voor de zeldzame poelkikker en libellen zoals de viervlek en de smaragdlibel.
Het heide- en boslandschap kan ook heel wat schuchtere dieren bekoren. De levendbarende hagedis en de ree weten zich er goed te verschuilen. Roofvogels zoals buizerd, sperwer, bosuil en havik vinden in de voedselrijke bossen een ideale broedplaats. Wie goed oplet ziet of hoort een zwarte specht, boomklever of matkop.