De Verdronken Weide bezit een rijke variatie aan biotopen: het diepe water, de ondiepe, regelmatig droogvallende oevers, de rietgordels, de wilgenoevers, zowel natte als droge graslanden met poelen en sloten, het wilgenbosje in het noordoosten, de dijkhellingen en de aanpalende hoogstamboomgaard. Aan de rand van de plas groeien vooral riet en lisdodde, maar ook de zeldzame mattenbies. Typische soorten in de graslanden zijn moeraszuring, zilverschoon, veerdelig tandzaad, fraai duizendguldenkruid en platte rus. Bloemrijke hooilanden met echte koekoeksbloem en pinksterbloem zijn te vinden in het westelijke deel van het gebied. De extensieve begrazing door runderen en schapen leidt ogenschijnlijk tot een ‘rommelig’ landschap, maar de soortenrijkdom is er nog groter dan onder hooibeheer. Door de natuurlijke overstromingen met hoge waterstanden in de winter en de lage tijdens de zomer ontwikkelde zich in de noordoostelijke hoek een spontaan wilgenbosje. Aan de rand van dit moerasbosje groeit de reuzenpaardestaart, een van de zeldzamere soorten van het gebied. Deze prachtige plant is typisch voor bronbossen of kwelzones.
Ook vogels laten zich deze uitgelezen keur aan biotopen welgevallen. Je treft hier meer dan 160 vogelsoorten aan! Van het diepere water profiteren duikeenden (zoals kuifeend en tafeleend), aalscholvers en futen. Tijdens de voorjaarstrek, wanneer de vlakte er drassig bij ligt, komen er grote aantallen smienten, wintertalingen, pijlstaarten en tafeleenden. De rietkraag is dan weer de ideale biotoop voor kleine karekiet en rietgors. Als het water ’s zomers laag staat, trekken de drooggevallen oevers tientallen steltlopers aan: grutto, groenpootruiter en zwarte ruiter, witgatjes, tureluur, watersnip en kleine strandloper.
De Verdronken Weide is ook een ideaal jachtterrein voor vleermuizen. Uitschieter is hier de meervleermuis, die uitsluitend boven open water op insecten jaagt.
In de hagen en houtkanten huizen wezel, bunzing en soms eens een vos. Honderden groene kikkers en salamanders bevolken de poelen en slootjes in de graslanden. Ook de zeldzame kamsalamander is er al aangetroffen. In de diepe waterplas leven vijf à tien soorten vis, waaronder brasem, voorn, baars, karper en snoek. Wie aandachtig langs de bermen wandelt, kan er een voor de streek vrij volledig palet aan dagvlindersoorten ontdekken: bruin zandoogje, icarusblauwtje, hooibeestje, kleine vuurvlinder en argusvlinder.