Na de tweede Wereldoorlog werd in de zone tussen de Viconiahoeve en de IJzer steenbakkerklei gedolven. Tussen 1945 en 1979 ontstonden zo zes ondiepe kleiputten.
Natuurbeschermers konden, samen met de plaatselijke bevolking, verhinderen dat de kleiputten volgestopt werden met huishoudelijk afval. In 1981 werd het gebied als natuurreservaat erkend en beschermd.
De overgangen van nat naar droog, van veen naar klei en van zout naar zoet, zorgen voor een grote afwisseling aan planten- en dierenleven.
De Viconia Kleiputten vormen een waar vogelparadijs. In de winterperiode vormt het gebied een geliefde pleisterplaats voor eendensoorten zoals wintertaling, smient, slobeend, kuifeend en tafeleend. Ook blauwe kiekendief is ieder jaar weer op post, net zoals de luidruchtige Cetti’s zanger. In het voorjaar pleisteren heel wat steltlopers en weidevogels zoals de wulp, watersnip, kleine plevier, grutto, kievit, tureluur, bosruiter en witgatje. Andere opvallende gasten zijn de lepelaar, kleine en grote zilverreiger, purperreiger en slechtvalk. In de lente komen vogels als blauwborst, kluut en het zeldzame baardmannetje er broeden. Na afloop van het broedseizoen zorgen de vele tienduizenden spreeuwen die in het reservaat komen overnachten regelmatig voor een onvergetelijk spektakel.